Generatie 1

Martgen Cornelisdochter ± 1600 – 1678 & Willem Claeszen ± 1600 – 1651

De voorouders die omstreeks het jaar 1600 werden geboren, hadden geen achternaam. Want familienamen waren in die tijd niet gangbaar. Alleen de adel had van oudsher een geslachtsnaam. Maar in de 17e eeuw groeide de bevolking enorm. De mensen van de boerenstand – waartoe deze familie behoorde – werden welvarend en kregen bestuurlijke functies. Door die gang van zaken, moesten ze zich differentiëren en dat deden ze door achternamen te gaan gebruiken. Men kon die namen naar believen aanwenden of veranderen want nog de naam, nog de exacte spelling ervan lag vast.

Pas in de 19e eeuw, toen men moest worden ingeschreven in het bevolkingsregister van de gemeente, was het hebben van een familienaam verplicht en kregen kinderen de achternaam van de vader. Daarvoor was bevolkingsregistratie een taak van de kerk. Bij het dopen werd de naam van het kind, met de naam van de vader opgeschreven in een kerkboek. De familienaam ‘Wit’ werd voor het eerst genoteerd in 1667 te Oudewater.

Claas Willemsen Wit

Claas Willemsen Wit

Op het doopbewijs van 7 oktober 1667 van zoon Jacob (2.3.4) staat ‘Claas Willemsen Wit’ als vader vermeld. Voor die tijd gebruikte de familie alleen een patroniem. Dat was een aanduiding die aangaf hoe de vader van de naamdrager heette. Omdat hun vader Willem heette kwam in die generatie de titel  ‘Willemsen of Willemszoon en Willemsdochter’ achter de voornaam. Maar ook andere mensen in de omgeving droegen datzelfde patroniem. En de bedoeling van de ‘achternaam’ was om deze familie te onderscheiden van de anderen. Mogelijkerwijs werd voor Wit gekozen omdat veel leden van de familie wit haar hadden. De geboorteregistratie in 1672 van voorvader Cornelis ‘zoon van Witten’ (2.3.6) wekt die indruk.

Grote of Sint Michaëlskerk te Oudewater

Grote of Sint Michaëlskerk te Oudewater. Deze kerk werd in de 15de eeuw gebouwd op fundamenten van een 13de eeuwse voorganger en kwam omstreeks 1573 in protestantse handen.

1. Martgen Cornelisdochter, of Merrichie Claes (hetgeen betekend echtgenoot van Claaszoon, zoals ze na haar huwelijk werd genoemd) huwde in de Michaëlskerk in de stad Oudewater op 7 maart 1625 met Willem Claeszen (Claaszoon), die omstreeks het jaar 1600 was geboren in Waarder. 

Archief Woerden: Index trouwboek Michaëlskerk Oudewater

Archief Woerden: Index trouwboek Michaëlskerk Oudewater

Martgen werd ook om en nabij 1600 geboren in het naburige Diemerbroek bij de stad Oudewater. De tachtigjarige oorlog van de Nederlanden tegen Spanje was gaande. De meisjesnamen Martgen, Merrichie, Maritghen, Marrigje en Marretje zijn allemaal protestantse variaties van de paapse naam Maria. De ouders van Martgen Cornelisdochter hadden het roomse geloof afgezworen en waren overgegaan tot het nieuwe calvinistische geloof. Ze hadden nog meegemaakt dat Oudewater als één van de eerste Hollandse steden in opstand kwam tegen de Spaanse overheersing. Ze waren erbij betrokken toen in 1575 een Spaans leger de stad omsingelde en een groot deel van de bevolking uitmoordde. Een jaar later trokken de Spanjaarden zich terug en werd de stad heroverd.

Willem Claeszen en Merrichie Claes volgden haar ouders op die een boerenbedrijf pachtten in het buurtschap Diemerbroek, op grond die door het bisdom Utrecht was ontgonnen. De bodem was drassig daar, ze noemden het ‘Cattenbroeck’ oftewel zuur (katte) moerasland (broeck). Er kon niet veel op verbouwd worden, maar hennep groeide er goed. En daarmee hebben ze in die ‘gouden eeuw’ goed geld verdiend. Na de oogst verkochten ze de hennep in Oudewater. Daar maakten men er onder andere visnetten en touw van, voor de visserij en de scheepvaart. Vervolgens vervoerden zeilschepen die producten naar Amsterdam. RTV Utrecht maakte een film over deze geschiedenis. Het was een onderdeel van de serie ‘Het verleden van Utrecht’ en werd uitgezonden op 25 oktober 2008:

Willem Claeszen overleed toen hij ongeveer 51 jaar oud was.  Hij werd begraven in de Michaëlskerk te Oudewater op 31 oktober 1651. Zijn weduwe Merrichie Claes overleed meer dan vijfentwintig jaar later op 30 januari 1678, om en nabij 78 jaren oud. Zij werd begraven in de Michaëlskerk op 15 februari 1678. Net als haar man had ze een ‘deftige’ begrafenis. De kist was bedekt met rouwkleden en de grote klok van de kerk luidde een uur.

Hun kinderen ontvingen een erfenis van 10.000 gulden (omgerekend naar hedendaagse koopkracht € 1.000.000) in obligaties en gemunte en ongemunte activa. Een bedrag dat ze met elkaar moesten delen. Ook roerende en onroerende goederen werden met elkaar gedeeld, zoals daar waren: Haaff ende vee, mobilia goet, goût ende silver’ (1).

Kinderen:

1.1 Cornelis Willemsen, zoon van Martgen Cornelisdochter en Willem Claeszen werd geboren in Diemerbroek en gedoopt in Oudewater op 23 maart 1630.

Archief Woerden: Index doopboek Michaëlskerk Oudewater

Archief Woerden: Index doopboek Michaëlskerk Oudewater

Hij trouwde op 28 jarige leeftijd in Oudewater op 19 januari 1659 met zijn buurvrouw Marrigje Willemsdochter. Zie 2

1.2 Claes Willemsen, zoon van Martgen Cornelisdochter en Willem Claeszen werd gedoopt in Oudewater op 7 november 1632 en overleed in Diemerbroek voor 1637.

1.3 Maritghen Willemsdochter, dochter van Martgen Cornelisdochter en Willem Claeszen werd geboren in Diemerbroek en gedoopt in de stad Oudewater op 4 april 1635.

Archief Woerden: Index doopboek Michaëlskerk Oudewater

Archief Woerden: Index doopboek Michaëlskerk Oudewater

Zij trouwde vermoedelijk omstreeks 1660 op 25 jarige leeftijd met Jacob Jasperts. Zie 2.2

1.4 Claes Willemsen, zoon van Martgen Cornelisdochter en Willem Claeszen werd geboren in Diemerbroek en gedoopt in Oudewater op 26 april 1637.

Archief Woerden: Doopboek Michaëlskerk Oudewater

Archief Woerden: Doopboek Michaëlskerk Oudewater

Hij trouwde op 22 jarige leeftijd in de stad Oudewater op 7 maart 1660 met zijn 19 jarig buurmeisje Neeltgen Willemsdochter. Zie 2.3

1.5 Gijsbert Willemsen ook genoemd Gijsbregt, zoon van Martgen Cornelisdochter en Willem Claeszen werd geboren in Diemerbroek en gedoopt in de Michaëlskerk te Oudewater op 13 december 1645. Hij huwde op 33 jarige leeftijd op 9 februari 1679 in Stolwijk met Swaentie Roelen. Ze was ongeveer 23 jaar en kwam uit het buurtschap Koolwijk bij Stolwijk. Gijsbert en Swaentie huurden een boerenbedrijf in het buurtschap Reijerscop Kreuningen ter hoogte van het hedendaagse adres Groenendaal 5 in Harmelen. Ze kregen vijf kinderen. De oudste zoon Willem werd gedoopt op 5 februari 1682 in Harmelen en hun zoon Leendert werd omstreeks 1683 geboren. Dochter Maria werd 28 februari 1686 gedoopt en zoon Jacob op 25 maart 1687. Doopgetuige bij de doop in Harmelen van die twee kinderen was hun tante Marrigje Wilemsdochter, de vrouw van Cornelis Willemsen With (2.1) die naast hen woonde. En op 21 april 1690 werd hun jongste zoon Bastiaen gedoopt in Harmelen. Getuige daarbij was de jongere zus van Swaentie, Macheld Roelen die vier maanden daarvoor was gehuwd met Jacob Cornelissen de With (3.2).

Swaentie Roelen en Gijsbert Willemsen zijn omstreeks 1699 overleden. Toen was hun zoon Willem bijna 18 jaar en zoon Leendert jonger dan 17. Die twee jongens hebben samen het bedrijf in Reijerscop voortgezet, maar er ontstond pachtachterstand. In de hoedanigheid van voogd zorgden hun ooms Maarten Roelen en de 70 jarige Cornelis Willemsen With (2.1) ervoor dat aan het eind van het jaar 1700 alle schuld was voldaan. Willem Gijsbertsen de With huwde op 18 jarige leeftijd in Woerden op 28 juli 1700 met Jacomina van Rooijen, die ongeveer 21 jaar was. Zij hebben het bedrijf in Reijerscop voortgezet. Ze kregen een dochter en een zoon die op jonge leeftijd overleden. Het familiebedrijf werd omstreeks 1730 voortgezet door Jan Willemsen de Wit en Marrigje Jacobsdochter de Wit (3.2.5)

Leendert Gijsbertsen de With huwde op 8 januari 1708 in Harmelen met Marie Jansdochter Swanenbeek, die omstreeks 1687 in Alphen aan de Rijn werd geboren. Zij was een dochter van Marritje Cornelisdochter Zegveld en Jan Reijerse Swanenbeek, een landeigenaar uit Alphen aan de Rijn. Maria en Leendert vestigden zich in het buurtschap Haanwijk aan de Oude Rijn te Harmelen. Daar huurde ze in 1709 “een huijsinge met erve en hof, genaamd de Ryn” en dit landhuis werd in 1718 aangekocht. Ook pachtten ze landbouwgrond van Ludolf de With, de ambachtsheer van Harmelen. Leendert Gijsbertsen de With was schepen van de ambachtsheerlijkheid Harmelen en samen met zijn buurman en neef Cornelis Claassen de With (3.4) diaken van de gereformeerde staatskerk aldaar. Zijn vrouw Maria Swanenbeek baarde negen kinderen.

Schaatsers op het ijs bij kasteel Groot Poelgeest in Koudekerk aan de Rijn. Jan Abrahamsz. Beerstraaten, 1665

Schaatsers op het ijs bij kasteel Groot Poelgeest in Koudekerk aan de Rijn. Jan Abrahamsz. Beerstraaten, 1665

Hun oudste dochter Swaantje Leendertsdochter de Wit – die in Harmelen werd gedoopt op 21 januari 1714 – trok weg uit de streek. Ze trouwde op 22 jarige leeftijd op 17 oktober 1736 in Koudekerk aan de Rijn met de 24 jarige Jacobus Dionisiuszn Marsbagh. Hij werd gedoopt in Zwammerdam op 15 november 1711 en was een zoon van Anna Christina Jansdochter van Rijn en Dionisius Dionisiuszn Marsbagh, die van 1707 tot augustus 1718 schout van Zwammerdam was. Het huwelijk van Jacobus en Swaantje duurde maar enkele jaren. Jacobus overleed op 31 jarige leeftijd en werd op 9 april 1743 begraven in Koudekerk aan de Rijn. Swaantje Leendertsdochter de Wit werd amper 34 jaar oud, ze stierf voor het begin van het jaar 1749. Haar dochter Anna Marsbagh was toen 12 jaar oud en groeide op in Koudekerk aan de Rijn. Ze trouwde daar op 29 jarige leeftijd op 9 november 1766 met de 29 jarige Jacob de Vries, die in Heemstede geboren was. Anna en Jacob gingen in Waddinxveen wonen en tot op heden draagt hun nageslacht zijn familienaam (2).