Parenteel Bos

In de loop van de tijd is men op diverse plekken de achternaam ‘Bos’ gaan dragen. In parenteel Bos staan twee familiegroepen die zo heten. De oudst gekende van de eerste familie is omtrent 1490 geboren op de Utrechtse Heuvelrug. Hij wordt Jan (ook wel Johan) van Bosch genoemd. Zijn toenaam duidt erop dat hij ‘van bosgrond’ komt dat geschikt is gemaakt voor landbouw en verwijst mogelijk naar Bosscherveld in Driebergen. 

Afbeelding van landgoed Bosscherveld te Driebergen, als de agrarische functie is verdwenen en er weer bomen staan. Gemaakt door M.A. van Straaten, omstreeks 1830.

De Utrechtse Heuvelrug is aan het begin van onze jaartelling geheel bebost. Dat verandert rond het jaar 1000 als de toenemende bevolking van het gebied overgaat tot houtkap om de velden geschikt te maken voor landbouw. Vijf eeeuwen later – ten tijde van de geboorte van Jan van Bosch – begint de ontgonnen bosgrond uitgeput te raken. Driebergen is dan een geheel ontbost gehucht met een kerk en een paar boerderijen aan zanderige landweggetjes, omgeven door heidevelden waar schapen weiden.

In een oude overeenkomst uit 1626 is sprake van 14 morgen land – met daarop een huis en barch [berg, opslagplaats voor hooi of graan] – dat Bosscherveld [ontgonnen bosgrond] genoemd wordt. Dit boerenbedrijf heeft bestaan totdat daar – zoals overal op de Utrechtse Heuvelrug – weer bos wordt aangeplant. En aan het begin van de 19e eeuw is op de plaats van dat oude boerenhuis in Driebergen, villa Bosscherveld neergezet.

Detail van het gerecht Driebergen – Rijsenborgh, met kasteel Beverweerd en de hofsteden op het Bosscherveld en Broeckbergen ingetekend op de ‘Nieuwe kaart van den Lande van Utrecht’. Nicolaas Visscher, 1696.

Drie eeuwen eerder krijgt Jan van Bosch in de directe omgeving van Bosscherveld, 24 morgen bouwland van zes akkers breed – tussen de Driebergerenge en de Langbroekerwetering – in leen van het huis van Beverweerd te Werkhoven (1). De akkers liggen op de overgang van hoge naar lage grond. Het heuvelachtige landschap rondom de boerenhofstede gaat richting de Langbroekerwetering over in de vruchtbare kleigrond van het Kromme Rijngebied. Dit leengoed wordt in 1713 Broeckbergen genoemd.

Maar dan leeft Jan van Bosch allang niet meer. Ook gebruikt hij de landerijen in Driebergen waarschijnlijk niet zelf, want hij vestigt zich in het Kromme Rijngebied. Hij trouwt omtrent 1520 een vrouw uit de polder Atteveld onder Odijk, waar hijzelf ook 6 ½ morgen kleigrond bezit. Ze wonen daar vlakbij – op een hoeve met 10 morgen land in erfpacht – aan de Achterdijk in het buurtschap Vechten bij Bunnik.

Zijn vrouw overlijdt na de geboorte van haar derde kind. Dan gaat Jan een relatie aan met een dame uit Jutphaas. Zij wordt de stiefmoeder van zijn jonge kinderen en krijgt voor zover bekend zelf ook drie kinderen. Momenteel vindt stamboomonderzoek plaats naar het nageslacht van Jan van Bosch en zijn zes kinderen. Het resultaat van dit onderzoek zal in een volgend deel van ‘Utrechtse Parentelen voor 1650’ worden gepubliceerd. Hieronder is het gezin in schema gezet:

De oudste generatie: Jan van Bosch en zijn gezin (2).

De toenaam ‘van Bosch’ is in mannelijke lijn doorgegeven via de middelste zoon Dirck Jansoon van Bosch (D0). Hij vestigt zich in Jutphaas – waar zijn stiefmoeder vandaan komt – en zijn kleinzoon woont in de baronie van IJsselstein. Diens voornaam Anthonis (met de varianten Thonis, Teunis, Teuntje, Teunie, Anton en Anthony) wordt van generatie op generatie overgedragen. Tot op heden hebben nakomelingen deze roepnaam.

De familienaam van dit geslacht van akkerbouwers is gedurende de 16e en 17e eeuw in oude gerechtsboeken tamelijk consequent gespeld als ‘Bosch’. Die spelling wordt aangehouden, ondanks het feit dat men het toen ook weleens anders heeft geschreven. Want voor 1810 bestaat er nog geen uniforme schrijfwijze. Pas rond die tijd wordt de achternaam ‘Bos’ officieel vastgelegd in de registers van de burgerlijke stand. En hoewel het later af en toe toch weer op de ouderwetse manier op papier is gezet, staat vanaf dat moment de geslachtsnaam in de nieuwe schrijfstijl genoteerd.

Zodoende is in de genealogie van het gezin van Teunis Jans Bosch (D7) de achternaam van de oudere kinderen anders gespeld dan die van de jongsten.

Naambord van de Bosweg in polder Achtienhoven en de Bosch, bij Woerdense Verlaat.

En de nakomelingen van Teunis Jans Bosch zijn dubbele Bos’sen. Want zijn vrouw Marrigje Beijen en zijn schoondochter Jannigje de Bruijn (D8) stammen allebei in vrouwelijke lijn – via hun moeders – uit het Stichts-Hollandse geslacht van den Bossche (DD7) t/m (DD7.9).

In de stammenreeks is te volgen hoe de middeleeuwse toenaam van den Bossche zich ontwikkelt tot de famienaam Bos. Die men – in dit welvarende handelsgeslacht – vier eeuwen lang heeft gebruikt in combinatie met de voornaam Mathijs (Thijs, Tijs).

Hun familienaam komt van de vesting Den Bosch die omstreeks het jaar 1000 is gebouwd bij het Woerdense Verlaat. De hedendaagse Bosweg – langs de Boschwetering – loopt dwars door het gebied waar die burcht heeft gestaan.

De familiekroniek van beide geslachten komt tevoorschijn door de linken onder ‘Generaties Bos’ aan te klikken.