Parenteel Bos

In de loop van de tijd is men op diverse plekken de achternaam ‘Bos’ gaan dragen. In parenteel Bos staan twee familiegroepen die zo heten. De oudst gekende van de eerste familie is Jan (ook wel Johan) van Bosch die omtrent 1490 wordt geboren in Driebergen    op de Utrechtse Heuvelrug. Deze landstreek is aan het begin van onze jaartelling geheel bebost. Dat verandert rond het jaar 1000 als de toenemende bevolking overgaat tot houtkap om de velden geschikt te maken voor landbouw.

Het dorp Driebergen. De Hoofdstraat met de Sint Catharina kapel (links) tegenover de herberg (met uithangbord, rechts). Kopergrave van Herman Spilman circa 1745.

Ten tijde van de geboorte van Jan van Bosch begint de gecultiveerde bosgrond uitgeput te raken. Driebergen is dan een geheel ontbost gehucht met een kapel, een herberg en een paar boerderijen aan zanderige landweggetjes, omgeven door heidevelden waar schapen worden geweid.

Jan van Bosch en zijn familie wonen aan de Langbroekerdijk, die is aangelegd in het broekland van de Kromme Rijn. Ze zijn zeer welvarend. Zodoende staan ze vermeld in oud-rechtelijke boeken en is er iets over hen bekend. Ze laten schapen hoeden op 25 morgen heideveld in het Driebergse gerecht de Horst en in Doorn. En er wordt boekweit en rogge verbouwd. Daarvoor gebruikt Jan van Bosch 16 morgen bosveld en 44 morgen bouwland in de ontginning Driebergerbroek en Aderwinkel (ook genoemd Aelwijck en Winckel). Tevens maakt hij gebruik van 11 ½ morgen landbouwgrond in het gerecht Sterkenburg onder Langbroek. 

Die grond ligt vlakbij nog 24 morgen bouwland van zes akkers breed in het zuidwesten van Driebergen die Jan in leen heeft van het huis van Beverweerd te Werkhoven (1). De akkers liggen op de overgang van hoge naar lage grond. De bosontginning in het heuvelachtige landschap gaat over in laagland met vruchtbare kleigrond. Dit leengoed wordt in het leenregister van 1713 Broeckbergen genoemd.

Dat jaar komt op de buitenplaats ernaast – waar Jan van Bosch ooit ook de grond van gebruikte – Annigje Ariesdochter van Dijk ter wereld, de vrouw van Teunis Jans Bosch (D5.2). In die tijd is de agrarische functie van de streek aan het afnemen. Het landschap verandert, er wordt weer bos aangeplant en er verrijzen prachtige landgoederen. 

Maar dan leeft voorvader Jan van Bosch allang niet meer. Hij trouwt omtrent 1520 met een vrouw uit de polder Atteveld onder Odijk. Ze brengt 6 ½ morgen daargelegen kleigrond in bij hun huwelijk. In het nabijgelegen buurtschap Vechten bij Bunnik neemt Jan een boerderij met 10 morgen land in erfpacht en hij gebruikt ook nog 42 morgen in Zeist.

Zijn vrouw overlijdt na de geboorte van haar derde kind. Dan gaat Jan een relatie aan met een dame uit Jutphaas. Zij wordt de stiefmoeder van zijn jonge kinderen en krijgt voor zover bekend zelf ook drie kinderen.

 

Momenteel vindt stamboomonderzoek plaats naar Jan van Bosch en zijn familie. Het resultaat van dit onderzoek wordt gepubliceerd onder de titel: ‘Parenteel van Neel Jan van Bosschendochter’.

Hieronder is het gezin van Jan van Bosch en zijn zes kinderen in schema gezet:

De oudste generatie: Jan van Bosch en zijn gezin (2).

De toenaam ‘van Bosch’ is in mannelijke lijn doorgegeven via de middelste zoon Dirck Jansoon van Bosch (D0). Hij vestigt zich in Jutphaas, waar zijn stiefmoeder vandaan komt. Zijn kleinzoon woont in de baronie van IJsselstein. Diens voornaam Anthonis (met de varianten Thonis, Teunis, Teuntje, Teunie, Anton en Anthony) wordt van generatie op generatie overgedragen. Tot op heden hebben nakomelingen deze roepnaam.

De familienaam van dit geslacht van akkerbouwers is gedurende de 16e en 17e eeuw in oude gerechtsboeken tamelijk consequent gespeld als ‘Bosch’. Die spelling wordt aangehouden, ondanks het feit dat men het toen ook weleens anders heeft geschreven. Want voor 1810 bestaat er nog geen uniforme schrijfwijze. Pas rond die tijd wordt de achternaam ‘Bos’ officieel vastgelegd in de registers van de burgerlijke stand. En hoewel het later af en toe toch weer op de ouderwetse manier op papier is gezet, staat vanaf dat moment de geslachtsnaam in de nieuwe schrijfstijl genoteerd.

Zodoende is in de genealogie van het gezin van Teunis Jans Bosch (D7) de achternaam van de oudere kinderen anders gespeld dan die van de jongsten.

Naambord van de Bosweg in polder Achtienhoven en de Bosch, bij Woerdense Verlaat.

En de nakomelingen van Teunis Jans Bosch zijn dubbele Bos’sen. Want zijn vrouw Marrigje Beijen en zijn schoondochter Jannigje de Bruijn (D8) stammen allebei in vrouwelijke lijn – via hun moeders – uit het Stichts-Hollandse geslacht van den Bossche (DD7) t/m (DD7.9).

In de stammenreeks is te volgen hoe de middeleeuwse toenaam van den Bossche zich ontwikkelt tot de famienaam Bos. Die men – in dit welvarende handelsgeslacht – vier eeuwen lang heeft gebruikt in combinatie met de voornaam Mathijs (Thijs, Tijs).

Hun familienaam komt van de vesting Den Bosch die omstreeks het jaar 1000 is gebouwd bij het Woerdense Verlaat. De hedendaagse Bosweg – langs de Boschwetering – loopt dwars door het gebied waar die burcht heeft gestaan.

De familiekroniek van beide geslachten komt tevoorschijn door de linken onder ‘Generaties Bos’ aan te klikken.