Generatie 3

3.1 Leendert Cornelissen de With 1661 – >1718 ~ 3.2 Jacob Cornelissen de With ± 1669 – >1725 ~ 3.3 Willem Claassen de With 1665 – >1718 ~ 3.4 Cornelis Claassen de With 1672 – >1728

Gezicht op de Leidsche Rijn bij Harmelen. Anonieme tekening uit de 18e eeuw
Gezicht op de Leidsche Rijn bij Harmelen. Anonieme tekening circa 1725

3.1 Leendert Cornelissen de With werd geboren in het buurtschap Diemerbroek en gedoopt in Oudewater op 9 februari 1661. Hij was de oudste zoon van Marrigje Willemsdochter en Cornelis Willemsen With (2.1). Op 14-jarige leeftijd verhuisde hij met zijn ouders naar Harmelen. Ze hadden daar een boerenbedrijf in het buurtschap Reijerscop Kreuningen, ter hoogte van Groenendaal 3. Leendert trouwde op 31-jarige leeftijd in Harmelen op 10 april 1692 met de 32-jarige Merrichjen Jansdochter Verdouw, die ook Voordouw werd genoemd. Ze werd geboren in het buurtschap Lange Linschoten en gedoopt in Oudewater op 17 maart 1660. Merrichjen was een dochter van Neeltje Cornelisdochter en Jan Luijtsz Verdouw.

Na hun huwelijk vestigde Leendert de With en Merrichjen Verdouw zich in Harmelen, ter hoogte van Haanwijk 17. Leendert pachtte daar een boerenbedrijf met circa 18 morgen (1)  landbouwgrond. Hij huurde ook wei, hooi, en hennepland in de aangrenzende gebieden Cattenbroek en Kamerik Houtdijken.

Leendert Cornelissen de With overleed na 1718, hij werd ouder dan 55 jaar. Zijn weduwe Merrichjen Jansdochter Verdouw stierf op 82-jarige leeftijd en werd op 5 maart 1743 begraven in Oudewater.

Kinderen:

3.1.1 Aaltje Leendertsdochter de Wit, dochter van Merrichjen Jansdochter Verdouw en Leendert Cornelissen de With werd geboren ter hoogte van Haanwijk 17 en gedoopt in Harmelen op 18 november 1696. Aaltje overleed voor ze een jaar oud was.

3.1.2 Aaltje Leendertsdochter de Wit, dochter van Merrichjen Jansdochter Verdouw en Leendert Cornelissen de With werd geboren ter hoogte van Haanwijk 17 in Harmelen. Ze werd daar 26 december 1697 gedoopt en vernoemd naar Aeltje Jacobsdochter, de grootmoeder van haar moeder die drie jaar eerder op circa 94 jarige leeftijd was overleden. Aaltje trouwde omstreeks 1727 met Gerrit Jans van Deijl. Hij werd 1 april 1699 gedoopt in Woerden, als zoon van Marrigje Claasdochter van Woerden en Jan Gerrits van Deijl.

Aaltje en Gerrit vestigden zich in Woerden. Daar kwam op 30 oktober 1727 hun tweeling Claas en Willem Gerrits van Deijl ter wereld. Later verhuisden ze naar Kamerik, waar Jan Gerrits van Deijl en Cornelia Gerritsdochter van Deijl werden geboren. Zij groeiden daar op met hun broer Willem. Diens tweelingbroertje en nog twee kinderen uit dit gezin stierven jong.

Willem Gerrits van Deijl huwde op 33-jarige leeftijd in 1763 te Kamerik met de 26-jarige Annigje Jansdochter Kraaijpoel uit Woerden. Zij waren van 1797 – 1819 eigenaar van de Oude Hoeve, een hofstede bestaande uit huysinge, een berg en schuur en omtrent 24 morgen wei, hooi en hennepland gelegen ter hoogte van Van Teylingenweg 182 in Oud Kamerik. Waarschijnlijk pachtte ze deze hoeve al eerder en mogelijk huurde ook zijn ouders het. In 1820, een jaar voor het overlijden van weduwe Annigje Kraaijpoel verkochten haar kinderen de boerderij (11).

Jan Gerrits van Deijl trouwde op 32-jarige leeftijd in 1774 met de 24-jarige Woutertje Jacobsdochter van der Veer. Ze waren verwanten in de 6e graad. Woutertje was een kleindochter van Jannigje Claasdochter de With (2.3.2) een nicht van Jan’s grootvader Leendert Cornelissen de With. Tevens was Woutertje een nicht van Annigje Dirksdochter van Leeuwen, de eerste vrouw van Willem Claassen de Wit (A5).

Ondertekening notariële akte over de betaling van kraamkosten en alimentatie. Utrecht, 8 juni 1776 (2).
Gerrit van Deijl en zijn dochter Cornelia konden niet schrijven en zetten een merkteken onder de notariële akte over de betaling van kraamkosten en alimentatie. Utrecht, 8 juni 1776 (2).

Hun zus Cornelia Gerritsdochter van Deijl kreeg op 33-jarige leeftijd, in 1776 een zoon terwijl ze niet gehuwd was. Ze voerde samen met haar vader Gerrit van Deijl een proces, om de verwekker te sommeren een bedrag voor het levensonderhoud van het kind te betalen en de kraamkosten te vergoeden. Ze kwamen overeen dat hij naast de proceskosten, nog 300 gulden (huidige koopkrachtwaarde ongeveer € 3000) zou betalen. Twee jaar nadien overleed Cornelia’s moeder Aaltje Leendertsdochter de Wit op 80-jarige leeftijd, ze werd begraven in Kamerik op 26 januari 1778. Haar weduwnaar Gerrit Jans van Deijl werd 81 jaar oud en begraven in Kamerik op 21 februari 1781.

3.1.3 Jan Leenderts de Wit, zoon van Merrichjen Jansdochter Verdouw en Leendert Cornelissen de With werd geboren ter hoogte van Haanwijk 17 en gedoopt in Harmelen op 24 december 1699. Hij overleed waarschijnlijk op jonge leeftijd. 

3.1.4 Marrigje Leendertsdochter de Wit, dochter van Merrichjen Jansdochter Verdouw en Leendert Cornelissen de With werd geboren ter hoogte van Haanwijk 17 en gedoopt in Harmelen op 4 maart 1701. Marrigje huwde daar met haar buurman en achterneef Jan Cornelissen de Wit (3.4.1) op 3 juni 1721. Zie 4.2 

3.1.5 Cornelis Leenderts de Wit, zoon van Merrichjen Jansdochter Verdouw en Leendert Cornelissen de With werd geboren ter hoogte van Haanwijk 17 en gedoopt in Harmelen op 2 november 1704. Hij overleed waarschijnlijk op jonge leeftijd. 


3.2 Jacob Cornelissen de With werd omstreeks 1669 geboren in het buurtschap Diemerbroek bij Oudewater als zoon van Marrigje Willemsdochter en  Cornelis Willemsen With (2.1).  Op circa 6-jarige leeftijd verhuisde hij met zijn ouders en twee oudere broertjes naar Harmelen. Ze hadden daar een boerenbedrijf in het buurtschap Reijerscop Kreuningen.

Jacob trouwde 1 december 1689 te Harmelen op ongeveer 20-jarige leeftijd met de circa 24-jarige Machteld Roelen, met de roepnaam Magtel. Zij werd omtrent 1665 geboren in Stolwijk en was een jongere zus van Swaentie Roelen, de vrouw van Jacobs oom Gijsbert Willemsen (1.5) die naast hen woonden in Reijerscop.

Magtel en Jacob vestigde zich na hun huwelijk op de boerderij in Diemerbroek waar hij was geboren. Hij leidde dit bedrijf dat eigendom was van zijn ouders, zeven jaar.

Huur Jacob With

Aan het eind van het jaar 1696 nam Jacob de pacht van het bedrijf van zijn vader in Harmelen over. En in 1697 verhuisde hij met zijn gezin naar deze boerderij in Reijerscop Kreuningen, ter hoogte van Groenendaal 3.

Jacob Cornelissen de With was schepen (wethouder) van de ambachtsheerlijkheid (gemeente) Harmelen in 1701 en 1705. Hij werd ouder dan 55 jaar en stierf na het jaar 1725. Machteld Roelen overleed na 1730, zij werd ouder dan 65 jaar.

Kinderen:

3.2.1 Meijntje Jacobsdochter de Wit, dochter van Machteld Roelen en Jacob Cornelissen de With werd geboren in het buurtschap Diemerbroek en gedoopt in Oudewater op 5 november 1690. Toen ze 6 was verhuisden ze naar Reijerscop Kreuningen, ter hoogte van Groenendaal 3 in Harmelen.

Meijntje huwde op 27-jarige leeftijd in Linschoten op 6 februari 1718 met de circa 38-jarige Mees Leenderts Roos. Hij werd omstreeks 1680 geboren in het buurtschap Cattenbroek onder Linschoten (grenzend aan Reijerscop Kreuningen) als zoon van Marrichje Claasdochter de Bruijn en Leendert Jacobsen Roos (3). Ze pachtten daar een boerderij. De vader van Mees was twee jaar voor hij trouwde overleden en zijn jongere broer Jacob Leenderts Roos was hem opgevolgd.

Ook Mees Leenderts Roos had een boerenbedrijf in Cattenbroek. Meijntje en hij kregen drie kinderen die de volwassen leeftijd bereikten, namelijk Leendert, Jacob en Marrigje Roos. Maar het kan ook zijn dat één of meerdere van hen, kinderen van zijn broer Jacob waren.

Mees Leenderts Roos werd ouder dan 57 jaar. Meijntje Jacobsdochter de Wit stierf op 76-jarige leeftijd in het buurtschap Cattenbroek en werd begraven op 8 april 1767 te Linschoten.

3.2.2 Willem Jacobs de Wit, zoon van Machteld Roelen en Jacob Cornelissen de With werd geboren in het buurtschap Diemerbroek en gedoopt in Oudewater op 7 december 1692. Hij overleed waarschijnlijk op jonge leeftijd. 

3.2.3 Leendert Jacobs de Wit, zoon van Machteld Roelen en Jacob Cornelissen de With werd geboren in het buurtschap Diemerbroek en gedoopt in Oudewater op 9 maart 1695. Hij overleed waarschijnlijk op jonge leeftijd. 

3.2.4 Neeltje Jacobsdochter de Wit, dochter van Machteld Roelen en Jacob Cornelissen de With werd geboren in het buurtschap Reijerscop Kreuningen ter hoogte van Groenendaal 3. Zij werd gedoopt in Harmelen op 3 oktober 1697. Doopgetuige was haar grootmoeder Marrigje Willemsdochter. Neeltje huwde met haar achterneef Claas Willemsen de Wit (3.3.1) in Linschoten op 30 maart 1721. Zie 4.1

3.2.5 Marrigje Jacobsdochter de Wit, dochter van Machteld Roelen en Jacob Cornelissen de With werd geboren in het buurtschap Reijerscop Kreuningen ter hoogte van Groenendaal 3. Zij werd gedoopt in Harmelen op 17 september 1699. Marrigje trouwde op 30-jarige leeftijd op 19 maart 1730 in Harmelen met haar 24-jarige achterneef Jan Willemsen de Wit uit Bodegraven. Hij was geboren ter hoogte van Haanwijk 15 in Harmelen en werd daar 14 februari 1706 gedoopt als zoon van Annigje Gerritsdochter Hoogendoorn en Willem Claassen de With (3.3). Toen hij 3 jaar was, in 1709 verhuisden ze naar Linschoten en omstreeks 1724 naar Bodegraven.

Jan en Marrigje vestigden zich op de boerderij van hun oudoom Willem Gijsbertsen de With (1.5), die zelf geen kinderen had om hem op te volgen. Deze hofstede stond in het buurtschap Reijerscop Kreuningen, ter hoogte van Groenendaal 5 in Harmelen. Jan de Wit werd kerkmeester (4) van de gereformeerde kerk van Harmelen, samen met zijn neef Jan Cornelissen de Wit (4.2) en na diens overlijden met zijn zoon Leendert Jans de Wit (4.2.3).

Jan en Marrigje kregen negen kinderen, waarvan er waarschijnlijk vier op jonge leeftijd overleden. Op een gegeven moment zijn ze gescheiden van tafel en bed. Jan Willemsen de Wit werd 65 jaar. Hij stierf op 21 januari 1773 in het huis dat hij in 1762 had geërfd van zijn moeder, in de polder Rapijnen te Linschoten. Zijn weduwe Marrigje Jacobsdochter de Wit overleed anderhalf jaar later, op 20 oktober 1774 op haar boerderij in Reijerscop Kreuningen te Harmelen. Ze werd 75 jaar oud.

Willem Jans de Wit – de jongste zoon van Marrigje en Jan de Wit – werd 11 mei 1738 gedoopt in Harmelen. Hij trouwde op 30-jarige leeftijd op 21 mei 1768 met de 28-jarige Teuntje van Vliet, dochter van Johannes van Vliet en Jannigje Bastiaansdochter van Jaarsveld. Ze was een nicht van Elisabeth Florisdochter Oskam, de vrouw van Floris Jans Bosch (D4.15).

Teuntje van Vliet en Willem de Wit volgden zijn ouders op. Ze pachtten de ‘huysinge en hofstede met 37 mergen wey en hooyland’  in Reijercop Kreuningen – ter hoogte van Groenendaal 5 – ruim honderd jaar nadat Sweantie Roelen en haar man Gijsbert Willemsen (1.5) zich daar vestigden.

Testament

Hun dochter Marrigje de Wit huwde niet en beschikte over een eigen vermogen. Ze maakte in 1860 een testament op en stelde daarin haar vriend Dirk van den Broek uit Kockengen aan als haar enige erfgenaam (5).

3.2.6 Jan Jacobs de Wit, zoon van Machteld Roelen en Jacob Cornelissen de With werd geboren in het buurtschap Reijerscop Kreuningen ter hoogte van Groenendaal 3. Hij werd gedoopt in Harmelen op 12 november 1702. Jan huwde op 21-jarige leeftijd in Harmelen op 4 november 1724 met de 17-jarige Niesje Jansdochter van den (der) Hoek. Ze werd geboren in 1708 en was een dochter van Neeltje Pietersdochter de Lange en Jan Gerrits van den Hoek uit Harmelen. Niesjes moeder was een zus van Ermpje Pietersdochter de Lange de vrouw van Jacob Claassen de With (2.3.4).

Na hun huwelijk vestigden Niesje en Jan zich op de boerderij waar hij geboren was en zette het bedrijf van zijn vader voort. Niesje van den Hoek en Jan de Wit kregen vijf kinderen waarvan er waarschijnlijk vier jong overleden. Machteld Roelen, de moeder van Jan trad op als getuige bij de doop van hun dochter Neeltje op 1 januari 1729. Neeltje Jansdochter de Wit groeide op in Harmelen en huwde in 1750 te Waarder. Of haar ouders Niesje Jansdochter van den Hoek en Jan Jacobs de Wit toen nog leefden is niet bekend.


3.3 Willem Claassen de With, ook genaamd Willem Witte werd geboren in het buurtschap Diemerbroek en gedoopt in Oudewater op 29 november 1665. Hij was de oudste zoon van Neeltgen Willemsdochter en Claas Willemsen With (2.3). Op 10- jarige leeftijd verhuisde hij met zijn ouders naar Harmelen en woonde daar op een boerderij die ter hoogte van Haanwijk 15 stond. Hij trouwde in Harmelen op 34-jarige leeftijd op 22 september 1700 met de 22-jarige Annigje Gerritsdochter Hoogendoorn. Ze werd geboren in het buurtschap Lange Linschoten en gedoopt in Waarder op 26 juni 1678. Ze was een dochter van Marrigje Jansdochter van der Laan en Gerrit Jans Hoogendoorn die daar een boerenhofstede in bezit hadden.

Willem en Annigje vestigden zich na hun huwelijk op het bedrijf van zijn ouders in Haanwijk. Willem was net als zijn neven Jacob Cornelissen de With (3.2) en Leendert Gijsbertsen de With (1.5) schepen van de ambachtsheerlijkheid Harmelen. Hij vervulde die functie van 1703 tot 1709.

Omstreeks het jaar 1709 vertrokken Annigje en Willem met hun gezin uit Harmelen. Ze werden eigenaar van de boerderij in het buurtschap Lange Linschoten onder Linschoten die van haar ouders was geweest en zette dat bedrijf voort. Een jongere broer van Willem, Cornelis Claassen de With (3.4) nam de bedrijfsvoering van het familiebedrijf ter hoogte van Haanwijk 15 over.

In 1721 trouwde Claas Willemsen de Wit (3.3.1) de oudste zoon van Annigje en Willem. Omstreeks 1724 droegen ze de boerderij in Linschoten aan hem over en verhuisden ze met hun andere kinderen naar Bodegraven. Ze kochten daar een boerderij in de polder Weijpoort, die later eigendom werd van hun zoon Abraham Willemsen de Wit (3.3.7).

Ook kocht Willem Claassen de With in 1726 met ene Dirk Cornelisz de Bruijn, ieder de helft van een huis in de Zuidzijderpolder te Bodegraven. Vier jaar nadien verkocht Willem zijn helft van dat huis met winst aan Dirk. En in 1730 trad Willem de With in Bodegraven ook op als voogd van kinderen van zijn broer Dirk Claassen de With (2.3.7).

Willem Claassen de With overleed na het jaar 1730, hij werd minstens 65 jaar. Zijn weduwe Annigje Gerritsdochter Hoogendoorn werd 82 jaar. Ze stierf in januari 1761 in de Weijpoortsepolder te Bodegraven. De boedelscheiding vond plaats op 13 januari 1762. De boedel – die onder haar acht kinderen werd verdeeld – bevatte een huis met een grote boomgaard in de polder Rapijnen te Linschoten die aan Jan Willemsen de Wit (3.2.5) werd toegewezen. En Jacob Willemsen de Wit (3.3.8) kreeg 5 morgen hooiland in Langeweide, tussen Bodegraven en Sluijpwijk (6).

Kinderen:

3.3.1 Claas Willemsen de Wit, zoon van Annigje Gerritsdochter Hoogendoorn en Willem Claassen de With werd ruim drie maanden na het huwelijk van zijn ouders geboren in Harmelen ter hoogte van Haanwijk 15. Hij werd gedoopt in de gereformeerde kerk aldaar op 16 januari 1701. Claas huwde met zijn achternicht Neeltje Jacobsdochter de Wit (3.2.4) in Linschoten op 30 maart 1721. Zie 4.1

3.3.2 Jan Willemsen de Wit, zoon van Annigje Gerritsdochter Hoogendoorn en Willem Claassen de With werd geboren in Harmelen ter hoogte van Haanwijk 15. Hij werd gedoopt in Harmelen op 26 maart 1702. Hij stierf voor 1706.

3.3.3 Marrigje Willemdochter de Wit, dochter van Annigje Gerritsdochter Hoogendoorn en Willem Claassen de With werd geboren ter hoogte van Haanwijk 15 en gedoopt in Harmelen op 9 november 1704. Toen ze 5 jaar was, in 1709 verhuisden ze naar Linschoten en omstreeks 1724 naar Bodegraven. Daar huwde Marrigje op 22-jarige leeftijd op 29 juni 1727 met de 23-jarige Jan Pieters Ramp. Jan werd gedoopt op 12 september 1703 in Zwammerdam en was een zoon van Lijsbeth Gerritsdochter Steehouder en Pieter Jans Ramp.

Jan Ramp erfde van zijn ouders een boerderij met 33 morgen landbouwgrond in de Noordzijderpolder van Bodegraven. Hij werd maar 45 jaar en stierf op 9 april 1749. Jan Pieters Ramp werd begraven in Bodegraven op 17 april 1749. Marrigjes ongehuwde broers Willem (3.3.6) en Jacob Willemsen de Wit (3.3.8) namen de bedrijfsleiding van de boerderij in de Noordzijderpolder over. Ook werden ze een jaar nadien door Marrigje aangesteld als voogden over haar negen kleine kinderen.

De voogdijacte is door Marrigje getekend met een kruisje omdat ze niet kon schrijven. Maar ze heeft hierin wel de eis laten opnemen, dat haar kinderen moesten leren lezen en schrijven.
De voogdijakte is door Marrigje getekend met een kruisje omdat ze niet kon schrijven. Maar ze heeft hierin wel de eis laten opnemen, dat haar kinderen moesten leren lezen en schrijven.

Marrigje Willemsdochter de Wit hertrouwde op 49-jarige leeftijd in Waarder op 18 november 1753 met de 58-jarige Arie Jans Boer. Hij werd op 2 oktober 1694 in Haastrecht gedoopt als zoon van Marrigje Cornelisdochter en Jan Ariens Boer. Dat was een oom van Volkje Cornelisdochter Boer, de vierde vrouw van Jan Maartens Bos (DD7.7). Arie Boer had een boerenbedrijf in de polder Langeweide onder Waarder – grenzend aan het gebied waar Marrigjes broer Abraham woonde – en was weduwnaar van Annigje Ariensdochter den Houtman. Annigje en Arie hadden dertien kinderen gekregen, maar de meeste waren jong overleden.

Toen Marrigje en Arie trouwden waren alleen de 26-jarige Eva Ariensdochter Boer, de 25-jarige Arie en de 13-jarige Jacob Ariens Boer er nog. De oudste twee waren getrouwd en de jongste woonde nog thuis bij zijn vader. Marrigje de Wit en haar negen kinderen verhuisden uit de Noordzijderpolder naar de andere kant van de Oude Rijn en trokken bij hen in op de boerderij in Langeweide. Jacob Ariens Boer huwde in 1764 en zette het bedrijf van zijn vader in Langeweide voort.

In 1766 verkocht Marrigje haar boerderij in de Noordzuiderpolder in Bodegraven. Haar kinderen Trijntje en Baartje Jansdochter Ramp en Pieter en Willem Jans Ramp waren getrouwd en hadden zich elders gevestigd. Marrigje Willemsdochter de Wit werd ongeveer 80 jaar oud. Ze was weduwe toen ze in het jaar 1783 op de boerderij in Langeweide stierf en begraven werd te Waarder.

3.3.4 Jan Willemsen de Wit, zoon van Annigje Gerritsdochter Hoogendoorn en Willem Claassen de With werd geboren ter hoogte van Haanwijk 15 en gedoopt in Harmelen op 14 februari 1706. Hij trouwde in Harmelen op 19 maart 1730 met zijn achternicht Marrigje Jacobsdochter de Wit. Zie 3.2.5

3.3.5 Dirk Willemsen de Wit, zoon van Annigje Gerritsdochter Hoogendoorn en Willem Claassen de With werd geboren ter hoogte van Haanwijk 15 en gedoopt in Harmelen op 28 augustus 1707. Toen hij 2 jaar was, in 1709 verhuisden ze naar Linschoten en omstreeks 1724 naar Bodegraven. Dirk huwde waarschijnlijk niet. Aan het  begin van het jaar 1762 – toen de boedelscheiding van zijn overleden moeder plaatsvond – woonde hij in de polder Langeweide onder Waarder. Hij werkte daar waarschijnlijk voor zijn zwager Arie Jans Boer de tweede echtgenoot van Marrigje Willemsdochter de Wit (3.3.3). Dirk Willemsen de Wit werd ouder dan 84 jaar. Hij overleed na het jaar 1791.

3.3.6 Willem Willemsen de Wit, zoon van Annigje Gerritsdochter Hoogendoorn en Willem Claassen de With werd gedoopt in Linschoten op 12 januari 1710. Toen hij een jaar of 14 was, omstreeks 1724 verhuisden ze naar Bodegraven. Willem huwde waarschijnlijk niet en woonde in 1750, op 40-jarige leeftijd te Kamerik Houtdijken. Vermoedelijk werkte hij bij zijn zus Neeltje Willemdochter de Wit (3.3.9).

Op 22 mei 1750 werd hij samen met zijn broer Jacob Willemsen de Wit (3.3.8) aangesteld als voogd over de kinderen van zijn zuster Marrigje Willemsdochter de Wit (3.3.3). Het betrof Neeltje Ramp van 20 jaar, Pieter Ramp van 16 jaar, Anna Ramp van 15 jaar, Willempje Ramp van 14 jaar, Willem Ramp van 11 jaar, Trijntje Ramp van 10 jaar, Gerrit Ramp van 7 jaar, Jacob Ramp van 6 jaar en Baartje Ramp van 3 jaar. Daarna hertrouwde zijn zus en verhuisde ze met haar kinderen naar de boerderij van haar man in Langeweide. En Willem en Jacob de Wit namen de bedrijfsleiding van haar boerderij in Bodegraven op zich. Willem Willemsen de Wit werd zeker 82 jaar oud, hij overleed na januari 1792.

3.3.7 Abraham Willemsen de Wit, zoon van Annigje Gerritsdochter Hoogendoorn en Willem Claassen de With werd gedoopt in Linschoten op 16 april 1713. Rond z’n 11de jaar,  omstreeks 1724 verhuisde hij met z’n ouders naar de polder Weijpoort in Bodegraven. In 1740 en 1749 kocht hij ruim 8 morgen land in die polder.

Abraham Willemsen de Wit trouwde op 32-jarige leeftijd in Waarder op 28 november 1745 met de 24-jarige Aafje Hendriksdochter Boer, ook genoemd Boers. Zij werd gedoopt te Waarder op 15 december 1720 als dochter van Aaltje Gerardusdochter Looij en Hendrik Claasz Boer. Na hun huwelijk vestigden Abraham en Aafje zich op een huurboerderij in de polder Rietveld onder Woerden.

De molen in de polder Weijpoort, gelegen in de buurt van Bodegraven en Nieuwerbrug. De 100 jaar oude molen werd in het rampjaar 1672 door Franse troepen in brand gestoken en in 1674 herbouwd. Deze molen bemaalde tot 1975 de polder
De molen in de polder Weijpoort, gelegen tussen Nieuwerbrug en Bodegraven. De 100 jaar oude molen werd in het rampjaar 1672 door Franse troepen in brand gestoken en in 1674 herbouwd. Deze molen bemaalde tot 1975 de polder

In 1750 nam Abraham de Wit de boerderij met 22 morgen land in de Weijpoortsepolder in Bodegraven van zijn moeder over. Hij en Aafje verhuisden daarheen en zijn moeder bleef bij hen inwonen. Ze kregen acht kinderen, de oudste twee stierven jong en vijf dochters en een zoon groeiden op in de polder Weijpoort en drie huwden.

A3.3.7 Annigje Abrahamsdochter de Wit huwde in 1786 op 37-jarige leeftijd met de 39-jarige Bodegraafse veehandelaar Mathijs van den Bos (DD7.9.1). Hij stamde uit het geslacht van den Bossche (DD7). Annigje’s achterneef Leendert Jans de Wit (4.2.3) trouwde met een vrouw uit dit geslacht. Mathijs was de enige zoon van Gerritje van der Lee en Maarten van den Bos en een oom van Marrigje Beijen, de vrouw van Teunis Jans Bosch (D7).

Mathijs van den Bos en Annigje de Wit woonden op een boerderij ter hoogte van Zuidzijde 46 in Bodegraven. Hij beheerde deze hoeve en de naast gelegen hofstede. De boerenbedrijven waren eigendom van zijn ouders. In 1787 vermaakten zij in hun testament (7) beide boerderijen met 8 morgen land aan hem. Met daarbij nog 31 morgen land in Oud Bodegraven. 

Al vrij snel daarna overleden ze een half jaar na elkaar. En weer een half jaar later, in augustus van het jaar 1790 stierf Mathijs  van den Bos zelf op 43-jarige leeftijd. Annigje en hij hadden steeds gehoopt dat ze kinderen zouden krijgen, maar dat was niet gebeurd. Zijn ouders lieten een enorm vermogen na. De weduwe van Mathijs, Annigje Abrahamsdochter de Wit werd uitkocht en verhuisde naar Nieuwerbrug. Ze werd 76 jaar oud en begraven te Bodegraven op 25 november 1824.

Neeltje Abrahamsdochter de Wit trouwde in 1779 te Bodegraven met Bart Heijmens van Zijl uit Benschop. Ze had een 3-jarige dochtertje genaamd Hendrika van Zijl toen ze in 1783 stierf te Hazerswoude op 26-jarige leeftijd. Een half jaar nadien overleed Neeltjes moeder Aafje Hendriksdochter Boer. Zij was 63 jaar en werd begraven in Bodegraven op 18 november 1783. 

Willem Abrahamsen de Wit trouwde een maand voor de begrafenis van zijn moeder. En zes jaar daarna, in 1789 vestigde hij zich met zijn gezin in Kamerik Houtdijken. Hij huurde daar op 23 juni 1789 het boerenbedrijf van zijn tante Neeltje Willemsdochter de Wit (3.3.9). In het jaar 1791 was Willems oudste zus, de 42-jarige weduwe Annigje Abrahamsdochter de Wit getuige bij de doop van zijn dochter Jannigje Willemsdochter de Wit. Haar grootvader Abraham de Wit leefde toen allang niet meer. Hij werd 71 jaar oud en stierf een half jaar na zijn vrouw op zijn boerderij in de Weijpoortsepolder. Abraham Willemsen de Wit werd begraven te Bodegraven op 18 juni 1784 (8).

3.3.8 Jacob Willemsen de Wit, zoon van Annigje Gerritsdochter Hoogendoorn en Willem Claassen de With werd gedoopt in Linschoten op 13 oktober 1716. Toen hij ongeveer 8 jaar was, omstreeks 1724 verhuisden ze naar Bodegraven. Jacob huwde waarschijnlijk niet en woonde in 1750, op 33-jarige leeftijd te Kamerik Houtdijken. Vermoedelijk werkte hij bij zijn zus Neeltje Willemdochter de Wit (3.3.9). Op 22 mei 1750 werd hij samen met zijn broer Willem Willemsen de Wit (3.3.6) voogd over de negen kinderen van zijn zuster Marrigje Willemsdochter de Wit (3.3.3).

Daarna verhuisden Willem en hij naar Bodegraven en namen ze de leiding op zich van het boerenbedrijf van hun zus Marrigje. In het jaar 1790 woonde Jacob nog steeds in Bodegraven. Toen machtigde zijn zus Neeltje hem om namens haar op te treden. Jacob Willemsen de Wit werd ouder dan 75 jaar, hij stierf na het jaar 1791.

3.3.9 Neeltje Willemsdochter de Wit, dochter van Annigje Gerritsdochter Hoogendoorn en Willem Claassen de With werd gedoopt in Linschoten op 11 augustus 1720. Toen ze ongeveer 4 jaar was, omstreeks 1724 verhuisden ze naar Bodegraven. Neeltje huwde op 25-jarige leeftijd te Kamerik op 5 november 1745 met de ongeveer 30-jarige Jan Dirks Kruiswijk. Hij werd geboren in Kamerik omstreeks 1715 en was een zoon van Claasje Gerritsdochter Verleer en Dirk Huijberts Kruiswijk, die een akkerbouwbedrijf in Kamerik Houtdijken hadden. Na hun huwelijk woonden en werkten Neeltje en Jan in het bedrijf van zijn ouders en werden de volgende eigenaren daarvan. Op 20 februari 1746 stelden ze een testament op waarin hun bezittingen werden vermaakt aan de langstlevende (9).

Neeltje en Jan kregen geen kinderen. Jan Dirks Kruiswijk was schepen van Kamerik en overleed in het jaar 1789 te Kamerik Houtdijken. Eind 1790 woonde zijn weduwe en boedelhoudster Neeltje de Wit bij haar broer Jacob Willemse de Wit (3.3.8) in Bodegraven. Ze machtigde hem en hun 60-jarige neef Jacob Jansz de Wit – zoon van Jan Willemsen de Wit en Marrigje Jacobsdochter de Wit (3.2.5) –  die in het buurtschap Polanen te Woerden woonde, om in haar naam te handelen (10). Ze hadden het jaar daarvoor ook met elkaar haar boerderij in Kamerik Houtdijken verhuurd aan hun (achter)neef Willem Abrahamsen de Wit (A3.3.7). Naderhand erfde hij het boerenbedrijf van zijn tante Neeltje Willemsdochter de Wit, die ouder werd dan 71 jaar. Ze stierf na het jaar 1791.


3.4 Cornelis Claassen de With werd in het rampjaar 1672 geboren in het buurtschap Diemerbroek en net voor de oorlog uitbrak gedoopt te Oudewater op 9 maart 1672. Hij was een zoon van Neeltgen Willemsdochter en Claas Willemsen With (2.3). Toen Cornelis 3 jaar oud was verhuisde hij met zijn familie naar Harmelen en woonde daar op een boerderij ter hoogte van Haanwijk 15. Hij huwde op 27-jarige leeftijd in Harmelen op 30 april 1699 met de 24-jarige Willempje Jansdochter van Liesveld, ook geschreven als van Liesvelt. Zij werd omstreeks 1675 geboren op een boerderij in het buurtschap Reijerscop Kreuningen, waarschijnlijk ter hoogte van Groenendaal 2 in Harmelen.

Cornelis en Willempje vestigden zich na hun huwelijk op een boerenbedrijf in de polder Ruijgeweide, onder Waarder. Vermoedelijk werkte hij daar voor zijn broer Jacob Claassen de With (2.3.4). Omstreeks 1707 keerden Willempje en Cornelis met de kinderen die in Ruijgeweide geboren waren terug in Harmelen. Cornelis ging aan het werk bij zijn broer Willem Claassen de With (3.3) op het familiebedrijf ter hoogte van Haanwijk 15. En toen Willem een jaar later met zijn gezin naar Linschoten vertrok, nam Cornelis de bedrijfsvoering van hem over. Hij was samen met zijn neef Leendert Gijsbertsen de With (1.5) diaken van de gereformeerde kerk in Harmelen. In 1728 verkochten ze land in Reijerscop, namens de kerk.

Het verkoopcontract werd door de diakenen Cornelis en Leendert de Wit ondertekend, op 23 mei 1728. Cornelis de With zette een kruisje omdat hij niet kon schrijven.
Het verkoopcontract werd door de diakenen Cornelis en Leendert de Wit ondertekend, op 23 mei 1728. Cornelis de With zette een kruisje omdat hij niet kon schrijven.

Het is niet bekend wanneer Cornelis Claassen de With en Willempje Jansdochter van Liesveld overleden in Harmelen. Willempje stierf na 1706 en Cornelis na 1728, hij werd ouder dan 55 jaar.

Kinderen:

3.4.1 Jan Cornelissen de Wit, zoon van Willempje Jansdochter van Liesveld en Cornelis Claassen de With werd geboren in de polder Ruijgeweide en gedoopt in Waarder op 13 juni 1700. Hij huwde met zijn buurvrouw en achternicht Marrigje Leendertsdochter de Wit (3.1.4) in Harmelen op 3 juni 1721. Zie 4.2

3.4.2 Neeltje Cornelisdochter de Wit, dochter van Willempje Jansdochter van Liesveld en Cornelis Claassen de With werd geboren in de polder Ruijgeweide en gedoopt op 11 december 1701 in Waarder. Ze trouwde op 19-jarige leeftijd in Harmelen op 23 november 1721 met Abraham Gerrits van der Ham, ook geschreven als van der Stam.

Bij hun huwelijk woonde het bruidspaar in Reijerscop Kreuningen. Waarschijnlijk werkten ze op de boerderij van haar grootouders van moederszijde ter hoogte van Groenendaal 2 te Harmelen. Vanaf 1729 woonden ze in Haanwijk en huurden er een boerenwoning met 27 morgen land. Daar werden twee zonen geboren. De oudste overleed op jonge leeftijd en de jongste werd op 2 maart 1738 in Harmelen gedoopt en Abraham genoemd. Doopgetuige was zijn tante Marrigje Leendersdochter de Wit (4.2) die naast hen woonde in Haanwijk. Ze huurden boerderijen van dezelfde verhuurder.

Abraham Abrahams van der Ham huwde in 1759 te Harmelen met zijn achternicht Willemijntje Jansdochter de Wit. Zij was een dochter van Jan Willemsen de Wit en zijn achternicht Marrigje Jacobsdochter de Wit (3.2.5). Zijn vader Abraham Gerrits van der Ham was verschillende jaren schepen van Harmelen geweest en werd minstens 70 jaar oud. Hij werd begraven te Harmelen op 8 augustus 1771. Abraham van der Ham junior nam de pacht van de boerderij in Haanwijk over. In 1775 werd deze boerderij verkocht door de erfgenamen van de verhuurder. Die bezaten ook twee boerderijen ernaast welke werden verkocht aan de buren Willemijntje Verdouw en Cornelis Jans de Wit (4.2.4).

Abraham Abrahams van der Ham kocht de boerderij die hij in Haanwijk pachtte niet, maar huurde op 9 november 1775 een boerenbedrijf in Kamerik Mijzijde. Daar vestigde hij zich met zijn vrouw en drie dochters en zijn moeder, de weduwe Neeltje de Wit. Waar en wanneer ze precies overleed is niet bekend. Neeltje Cornelisdochter de Wit werd in ieder geval 74 jaar oud, ze stierf na het jaar 1775.

3.4.3 Aagje Cornelisdochter de Wit, dochter van Willempje Jansdochter van Liesveld en Cornelis Claassen de With werd geboren in de polder Ruijgeweide en gedoopt op 19 augustus 1703 in Waarder. Zij overleed waarschijnlijk jong.

3.4.4 Jacob Cornelissen de Wit, zoon van Willempje Jansdochter van Liesveld en Cornelis Claassen de With werd geboren in de polder Ruijgeweide en gedoopt op 26 juli 1705 in Waarder. Hij overleed waarschijnlijk jong.

3.4.5 Claas Cornelissen de Wit, zoon van Willempje Jansdochter van Liesveld en Cornelis Claassen de With werd in augustus 1707 gedoopt in Harmelen. Ook hij overleed waarschijnlijk jong.