Generatie D0

Dirck Jansoon Bosch ± 1540 – >1605
D0.1 Jan Dircksoon Bosch ± 1570 – >1635 & Beatrice Rutgersdochter ± 1575 – <1627

Kaart van de Zeventien Verenigde Nederlanden

Kaart van de Zeventien Verenigde Nederlanden

 In de 16e eeuw waren de Nederlanden onderdeel van het Habsburgse Rijk van Karel V (1500 – 1558). Deze keizer regeerde over ongeveer 40% van de toenmalige Europese bevolking, oftewel 28 miljoen mensen, waaronder 3 miljoen in de Nederlanden. Dat gebied bestond uit het tegenwoordige Nederland, België, Luxemburg en een deel van Oost-Frankrijk. Het was een bonte verzameling gewesten, graafschappen en hertogdommen. Er werd een soort Duits gesproken en de schrijftaal was Latijn.

In 1555 verdeelde keizer Karel V zijn bezit en schonk de Nederlandse domeinen aan zijn zoon Filips II (1527-1598). Diens pogingen om meer greep op de Nederlanden te krijgen, stuitten op verzet van adel en burgerij die het in de steden voor het zeggen hadden. Ook de onderdrukking van de protestantse hervormingsbeweging door de katholieke Filips, zette kwaad bloed. Het conflict bereikte een hoogtepunt tijdens de beeldenstorm in 1566, toen radicale protestanten het interieur van katholieke kerken vernielden. Filips II stuurde een Spaanse legermacht om orde op zaken te stellen. Als reactie hierop begon een gewapende opstand tegen zijn gezag. Die strijd werd aangevoerd door prins Willem van Oranje, die in 1533 was geboren en op 10 juli 1584 in Delft werd vermoord. Het jaar daarop moest Antwerpen zich overgeven aan de Spaanse troepen en vluchtte de protestantse elite naar het noorden. Uiteindelijk leidde deze oorlog tot een splitsing van de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden. In 1588 werd in het noorden de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden opgericht, terwijl het zuiden onder Habsburgs bewind bleef.

D0 Dirck Jansoon Bosch werd om en nabij het jaar 1540 geboren in het Nedereind van Jutphaas, gelegen in het gewest Utrecht. Naar schatting verbleven daar toen zo’n 400 mensen. Het was een zelfstandige gebied ten westen van de Vaartse Rijn. In het centrum lag het Kerkveld, met een kerk die in de 12e eeuw in Romaanse stijl was gebouwd. De oppervlakte van het dorp was ongeveer 1200 hectare. Het was een ambachtsheerlijkheid (gemeente) met een plaatselijke heer, die een schout en schepenen (een gemeentebestuur) had aangesteld om de streek te besturen (1).

In die tijd vond er geen bevolkingsregistratie plaats, maar van sommige personen werden juridische- en bestuurlijke handelingen opgetekend. De naam van voorvader Dirck Jansoon Bosch komt voor in een oud rechtelijke boek van het Nedereind van Jutphaas (2). Hij was landbouwer en het feit dat Dirck een achternaam had, geeft aan dat hij welvarend was.

In de 7e eeuw ontstond in Europa een feodaal stelsel van leenheren (ridders) en leenmannen (vazallen). Verreweg de meeste boeren vervielen toen tot horigheid omdat ze hun grond aan een leenheer schonken, die ze in ruil daarvoor verdedigde tegen invallen. Zodoende werden deze leenheren grootgrondbezitters oftewel landheren. En horige boeren waren aan die grond gebonden. Ze konden niet verhuizen, tenminste niet zonder de toestemming van hun heer. Ook was het onmogelijk om land dat ze verwierven te verkopen of te vererven, want bij overlijden verviel ook die grond aan de landheer. Het feodale systeem werd aan het einde van de 18e eeuw afgeschaft tijdens de Franse revolutie. Maar in de 17e eeuw waren er in Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden al bijna geen boeren meer die een bepaald deel van de oogst af moesten dragen aan hun heer. Want de landheren hadden intussen meer behoefte aan contact geld gekregen. Daarom werd de verhouding tussen de heer en zijn horigen omgezet in een pachtovereenkomst.

Er was echter ook een klein aantal boeren die geen gebruik wensten te maken van de diensten van een leenheer en zichzelf beschermden. Deze vrije boeren werden Huesman (huisman) genoemd. Ze behielden hun huis en grond en huurden land van een landheer. Vanaf de 13e eeuw kregen veel huesmannen de gehuurde grond in erfpacht en dat vormde samen met hun boerenwoning op eigen grond, de erfhoeve. Een vrije boer was in het bezit van paard en wagen en de omvang van zijn bedrijf bedroeg meer dan 20 hectare. Door deze ontwikkelingen ontstond er in dorpen een hiërarchische structuur. Er was een brede onderlaag van onvrije boeren en een bovenlaag van ‘meerderen of beteren’, die de orde bewaakten en recht spraken.

Dirck Jansoon Bosch was een Huesman, met een erfhoeve in het Nedereind van Jutphaas. Zijn voorouders waren vrije boeren en droegen en achternaam om zichzelf te onderscheiden van horigen. De voornaam Bosch of Bosse kwam in de middeleeuwen vrij veel voor en werd via het patroniem – Boschzoon en Boschdochter – een geslachtsnaam. De naam werd afgeleid van het tweestammige Germaanse woord ‘Borchard of Burchard’ hetgeen sterke (hard) bescherming (burcht), oftwel ‘krachtige beveiliging’ betekend. Daarmee werd uitgedrukt dat de dragers van deze naam sterk genoeg waren om zichzelf te beschermen.

Dirck Jansoon Bosch kreeg vermoedelijk meerdere kinderen. Slechts van één van hen zijn gegevens gevonden, het is niet duidelijk wie zijn moeder was. In die tijd was het geen gewoonte om kinderen naar levende personen te noemen. Voor zover bekend werden Dircks kleinkinderen niet naar hem vernoemd. Op grond daarvan kan worden aangenomen dat hij nog leefde toen zijn jongste kleinzoon werd geboren, omstreeks 1605.

Zoon van Dirck Jansoon Bosch:

D01 Jan Dircksoon Bosch, zoon van Dirck Jansoon Bosch werd omstreeks 1570 in het Nedereind van Jutphaas geboren. Hij trouwde rond 1599 met Beatrice Rutgersdochter, die ook Rutten werd genoemd en circa 1575 ter wereld kwam. Jan en Beatrice woonden op de erfhoeve van zijn vader en volgende hem op. De boerenwoning met eigen grond lag aan het Kerkveld in Jutphaas. Op 10 april 1609 namen ze een hypotheek op het huis ter waarde van 140 gulden (hedendaagse koopkrachtwaarde € 2000,-) (3).

Beatrice Rutten en Jan Dircksoon Bosch behoorden tot de laatste generatie die opgroeiden in een roomse omgeving. Omdat men de geestelijkheid verdacht van collaboratie met de Spanjaarden, verboden prins Willem van Oranje en het Hof van Utrecht op 15 augustus 1581 de uitoefening van de Rooms Katholieke eredienst in het gewest Utrecht. Er waren echter nog maar weinig dominees om de pastoors te vervangen, daarom werd bepaald dat die mochten aanblijven: ‘Mits ze de Heilige Mis staakten en preekten uit de schrift zonder de gereformeerde religie in enigermate te blameren of te lasteren’. Verder konden dorpsgemeenschappen in het gewest Utrecht die oefening in de gereformeerde religie wensten, dat aanvragen. De gereformeerde kerkenraad van de stad Utrecht ergerde zich aan deze toestand. Ze vonden het een grote schande ten opzichte van naburige provinciën dat Jezuïeten en andere paapse gezindten nog zoveel schade konden toebrengen aan de: ‘Botte, ongeleerde, onvernuftige paapse geledingen van het Utrechtse platteland’. Maar op de bevolking van Jutphaas hoefde men niet te rekenen, slechts een enkeling was protestant uit overtuiging. Een groot deel – ook de geestelijkheid, het dorpsbestuur en de plaatselijke adel – nam een afwachtende houding aan (4). Tot omstreeks 1600 veranderde de positie van de kerk nauwelijks en werd er in Jutphaas gewoon elk jaar carnaval gevierd.  

Vastenavond geschrift uit de 16e eeuw.

Vastenavond geschrift uit de 16e eeuw

Dit anonieme werk dat omstreeks 1550 in Jutphaas werd gemaakt, bevat een draaiboek voor de Vastenavond viering. Dat was een feest ter afsluiting van de carnavalsperiode aan de vooravond van veertig dagen vasten. Bij dit feest – in de tijd tussen het carnaval en de vastenperiode – ging het om de omgekeerde wereld. De nar – als personificatie van de zotheid – was aan de macht. Het handschrift bevat het regelement van een spotvorst. Feestvierders die zich niet aan de voorschriften hielden kregen straf. Ze konden worden uitgesloten van gezelschap bij het dansen en drinken.

Verder staan er twee liedjes in. Het ene voor de maaltijd op Vastenavond, het andere voor de vastentijd. De muzieknoten van het eerste lied bestaan uit een grote aantal etenswaren – zoals vlees, gevogelte en dranken – die een feestelijke maaltijd vormen. De tekst bestaat uit 11 regels, het zottengetal. Het vastenlied telt 12 regels, het getal van de orde. De wijs staat uitgebeeld in muzieknoten in de vorm van broden, zoute krakelingen, vissen, mosselen, knollen en uien; het eten dat was toegestaan in de vastentijd (5).

Beatrice Rutten werd ongeveer 50 jaar en stierf voor 1627. Want op 21 april 1627 hertrouwde Jan Dircksoon Bosch met Lijsbet Jansdochter, die ook Lijsken werd genoemd. Zij kwam uit Vreeswijk en was weduwe van Arien Siebertsoon. Jan en Lijsken werden in de echt verbonden in de kerk op het Kerkveld in Jutphaas, welke in protestantse handen was overgegaan. Huwelijken die daar werden gesloten, hadden een wettige status.

Notitie van op 8 maart 1629 in het kerkboek van de Sint Jacobskerk (de latere Jacobikerk) te Utrecht: ‘Voor te stellen dat een ieder een die zijn kinderen ten H. Doop presenteert een briefje brenge van de naeme des kindts, vaders, moeders, getuijgen en der plaetse der residentie’. Dit was een wanhopige poging om de nieuwe registratie taak die deze gereformeerde kerk had gekregen, te verlichten. Maar de meeste mensen konden niet lezen en schrijven en daarom noteerden ook hier - net als overal elders - de dominees eeuwenlang in de kerkboeken wat ze meenden te horen.

Notitie van 8 maart 1629 in een kerkboek van de Sint Jacobskerk (de latere Jacobikerk) te Utrecht: ‘Voor te stellen dat een ieder een die zijn kinderen ten H. Doop presenteert een briefje brenge van de naeme des kindts, vaders, moeders, getuijgen en der plaetse der residentie’. Dit was een wanhopige poging om de nieuwe registratie taak die deze gereformeerde kerk had gekregen, te verlichten. Maar de meeste mensen konden niet lezen en schrijven en daarom noteerden ook hier – net als overal elders – de dominees eeuwenlang in de kerkboeken wat ze meenden te horen.

De gereformeerde kerken waren inmiddels een onderdeel van de staat. En in die hoedanigheid moest men doop- en huwelijksgegevens boekstaven in de schrijftaal van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, die ‘Duytsch’ ofwel  ‘Nederduytsch’ werd genoemd.  

Toen ze acht jaar getrouwd waren – op 13 mei 1635 omtrent 6 uur in de namiddag – werd Lijsken dood aangetroffen midden op de Jutphaase Dijk. Ze had een zak met brood in haar hand, want ze was van plan geweest om de ganzen te voeren. Weduwvrouw Marrigje Jan Claasse vond haar daar. En chirurgijn Earnst van Mollenwoel stelde vast dat ze was overleden en deed daarvan verslag aan schout en schepenen van het Nedereind van Jutphaas (6).

Enige maanden nadien, op 13 januari 1636 organiseerde schout Cornelis van Ravenswaay, samen met vijf schepenen een open rechtsdag in het Nedereind van Jutphaas. Daar verkocht de circa 65 jarige weduwnaar Jan Dircksoon Bosch zijn boerenwoning aan het Kerkveld in Jutphaas. De landerijen die bij het huis hoorden, grensden aan het Kerkveld en daarop stonden een berg (voor graanopslag) en gewassen. Op het goed rustte een hypothecaire lening. Dat soort leningen werden in die tijd ‘plechten’ genoemd en die waren verhandelbaar. In dit geval had Jan een lening ontvangen van zijn jongste zoon Anthonis. Wellicht had hij de plecht gekocht die in 1609 door zijn ouders op het huis was genomen, of misschien had zijn vader een nieuwe lening bij hem afgesloten. Hoe het ook zij, de hypotheek die rustte op het huis en de grond aan het Kerkveld werd overgenomen door de nieuwe eigenaar. Deze betaalde de koopprijs minus het bedrag van de plecht en was verplicht om daarover hypotheekrente te gaan betalen aan Anthonis Jansz Bosch (D03). Die kon het onderpand opeisen als dat niet werd voldaan. De verkoop overeenkomst werd opgesteld tijdens de open rechtsdag, door schout en schepenen (7).     

De 30 jarige Anthonis Jansz Bosch was zelf ook op de open rechtsdag in Jutphaas aanwezig. Hij woonde in de baronie van IJsselstein en had twee jaar eerder zijn oudere broer Rutger verloren. Diens weduwe was inmiddels hertrouwd met hun stiefbroer Jan Ariensen, met wie Anthonis hooglopende ruzie had gekregen. Daarom daagde hij Jan voor het gerecht. Hij beschuldigde Jan ervan dat hij een obligatie van 100 gulden (koopkrachtwaarde € 1200,-) achterover had gedrukt. En toen hij probeerde het geld te innen had Jan geweld gebruikt. Anthonis overlegde het eigendomsbewijs van het waardepapier en eiste het geld met rente op. Jan bekende schuld en wilde die voldoen, maar hij wilde geen rente betalen omdat hij al enige penningen betaald meende te hebben. De rechtbank sommeerde Jan Ariensen de schuld te vereffenen en de rente te betalen (8)

Na deze gebeurtenissen werd niets meer van Jan Dircksoon Bosch vernomen. Hij zal na zijn overlijden zijn bijgezet in een familiegraf in de kerk op het Kerkveld in Jutphaas. Ongetwijfeld waren ook zijn beide vrouwen en zoon Rutger daar begraven. 

Kleinzonen van Dirck Jansoon Bosch:

D02 Rutger Jansz Bosch – met de roepnaam Rut - zoon van Jan Dircksoon Bosch en Beatrice Rutgersdochter werd om en nabij het jaar 1600 geboren in het Nedereind van Jutphaas. Rutger trouwde op 28 augustus 1625 in de gereformeerde kerk op het Kerkveld in Jutphaas met Marritjen Rutgersdochter, die ook Rutten werd genoemd. Marritjen werd in dezelfde periode geboren en ze was vast een buurtgenoot van Rutger. Het was de bedoeling dat Rutger de erfhoeve van zijn vader zou overnemen. Hij en Marritjen kregen drie zonen, twee overleden op jonge leeftijd. Het is niet bekend wat er van de derde – die Jan Rutgersz Bosch heette en gedoopt werd op 22 januari 1632 – geworden is. Toen hij twee was overleed zijn vader Rutger Jansz Bosch omstreeks het jaar 1634. En twee jaar nadien werd de erfhoeve van de familie Bosch in het Nedereind van Jutphaas verkocht, door Rutgers vader (7).

Intussen hertrouwde Rutgers weduwe Marritjen Rutgersdochter omtrent 1635 met Jan Ariensen. Hij was een stiefbroer van Rutger en een zoon van Arien Siebertsoon en Lijsbet Jansdochter, de tweede vrouw van Rutgers vader Jan Dircksoon Bosch (D01). Jan Ariensen en Marritjen Rutgersdochter kregen drie kinderen. Hendrik Jansen werd gedoopt in de gereformeerde kerk op het Kerkveld in Jutphaas op 3 juni 1638, Rutger Jansen op 21 maart 1641 en Merrichjen Jansdochter op 31 maart 1644.

D03 Anthonis Jansz Bosch – met de roepnaam Thonis - zoon van Jan Dircksoon Bosch en Beatrice Rutgersdochter werd rond het jaar 1605 geboren in het Nedereind van Jutphaas. Ongetwijfeld kwam hij ter wereld op of rond 13 juni, de naamdag van Sint Antonius en werd hij volgens goed katholiek gebruik naar hem vernoemd. Zijn voornaam werd in verschillende variaties van geslacht op geslacht doorgegeven, tot in de 21e eeuw. Voor zover bekend is de jongste telg met die naam een tiener. Zie verder D1

Ook de Teunisbloem (Latijnse naam Oenothera) is naar de Heilige Antonius genoemd, omdat ie bloeit rond zijn naamdag. De bloemen gaan 's avonds in de schemering open en verspreiden een heerlijke geur. De volgende dag verwelken ze, maar tegen het donker gaan er weer nieuwe bloemknoppen open. Het is een tweejarige plant met een geneeskrachtige werking. De olie uit de zaden is rijk aan onverzadigde vetzuren en wordt al van oudsher als medicijn tegen allerlei kwalen gebruikt.

Ook de Teunisbloem (Latijnse naam Oenothera) is naar de Heilige Antonius genoemd, omdat ie bloeit rond zijn naamdag. De bloemen gaan ‘s avonds in de schemering open en verspreiden een heerlijke geur. De volgende dag verwelken ze, maar tegen het donker gaan er weer nieuwe bloemknoppen open. Het is een tweejarige plant met een geneeskrachtige werking. De olie uit de zaden is rijk aan onverzadigde vetzuren en wordt al van oudsher als medicijn tegen allerlei kwalen gebruikt.