Generatie D0

Dirck Jansoon Bosch ± 1530 – 1578 & Marycken Gijsbertsdochter ± 1535 – ± 1584
D0.1 Jan Dircksoon Bosch ± 1559 – >1635 & Beatrice Rutgersdochter ± 1565 – <1627

Kaart van de Zeventien Verenigde Nederlanden
Kaart van de Zeventien Verenigde Nederlanden

 In de 16e eeuw waren de Nederlanden onderdeel van het Habsburgse Rijk van Karel V (1500 – 1558). Deze keizer regeerde over ongeveer 40% van de toenmalige Europese bevolking, oftewel 28 miljoen mensen, waaronder 3 miljoen in de Nederlanden. Dat gebied bestond uit het tegenwoordige Nederland, België, Luxemburg en een deel van Oost-Frankrijk. Het was een bonte verzameling gewesten, graafschappen en hertogdommen. Er werd een soort Duits gesproken en de schrijftaal was Latijn.

In 1555 verdeelde keizer Karel V zijn bezit en schonk de Nederlandse domeinen aan zijn zoon Filips II (1527-1598). Diens pogingen om meer greep op de Nederlanden te krijgen, stuitten op verzet van adel en burgerij die het in de steden voor het zeggen hadden. Ook de onderdrukking van de protestantse hervormingsbeweging door de katholieke Filips, zette kwaad bloed. Het conflict bereikte een hoogtepunt tijdens de beeldenstorm in 1566, toen radicale protestanten het interieur van katholieke kerken vernielden. Filips II stuurde een Spaanse legermacht om orde op zaken te stellen. Als reactie daarop begon een gewapende opstand tegen zijn gezag.

Deze strijd werd aangevoerd door prins Willem van Oranje, die in 1533 was geboren en op 10 juli 1584 in Delft werd vermoord. Het jaar daarop moest Antwerpen zich overgeven aan de Spaanse troepen en vluchtte de protestantse elite naar het noorden. Uiteindelijk leidde deze oorlog tot een splitsing van de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden. In 1588 werd in het noorden de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden opgericht, terwijl het zuiden onder Habsburgs bewind bleef.

D0 Stamvader Dirck Jansoon Bosch, ook genoemd Bosschen leefde in dezelfde tijd als Willem van Oranje. Hij kwam waarschijnlijk ergens in het gewest Utrecht ter wereld om en nabij het jaar 1530. In die tijd vond er geen bevolkingsregistratie plaats, maar zijn naam komt voor in oud rechtelijke boeken uit het Nedereind van Jutpaas. Dat gebied lag in het gewest Utrecht, ten westen van de Vaartse Rijn. Het had een oppervlakte van ongeveer 1200 hectare en er verbleven zo’n 400 mensen. Dirck – die elders werd geboren en opgroeide – bezat er een boerenhofstede (1). En het feit dat hij de achternaam Bosch gebruikte, doet vermoeden dat hij uit een gegoede familie kwam.

In de 7e eeuw ontstond in Europa een feodaal stelsel van leenheren (ridders) en leenmannen (vazallen). Verreweg de meeste boeren vervielen toen tot horigheid omdat ze hun grond aan een leenheer schonken, die ze in ruil daarvoor verdedigde tegen invallen. Zodoende werden deze leenheren grootgrondbezitters oftewel landheren. De horige boeren konden niet verhuizen, tenminste niet zonder toestemming van hun heer. Ook was het onmogelijk om land dat ze verwierven te verkopen of te vererven, want bij overlijden verviel dat aan de landheer.

Er was echter ook een klein aantal boeren die geen gebruik wensten te maken van de diensten van een leenheer en zichzelf beschermden. Deze vrije boeren werden huesman (huisman) genoemd. Ze behielden hun huis en grond en huurden land van een landheer. Vanaf de 13e eeuw kregen ze het gehuurde land in erfpacht en dat vormde samen met hun boerenwoning op eigen grond, de erfhoeve. Een vrije boer was in het bezit van paard en wagen en de omvang van zijn bedrijf bedroeg meer dan 20 hectare.

Dirck Bosch stamde af van vrije boeren. Zijn voorouders gingen een achternaam gebruiken om zichzelf te onderscheiden van horigen. De voornaam Bosch of Bosse kwam lang geleden vrij veel voor en werd via het patroniem – Boschzoon en Boschdochter – een geslachtsnaam. De naam was afgeleid van het tweestammige Germaanse woord ‘Borchard of Burchard’ hetgeen sterke (hard) verdediging (burcht), oftwel ‘krachtige beveiliging’ betekend. Daarmee werd uitgedrukt dat dragers van deze naam machtig genoeg waren om hun eigen grondgebied te beschermen.

Omtrent het jaar 1558 huwde Dirck Jansoon Bosch met Marycken Gijsbertsdochter die rond 1535 werd geboren in het Nedereind van Jutphaas. Haar familie had er een erfhoeve en in 1559 nam Dirck Jansoon Bosch de pacht over. Ook waren hij en Marycken eigenaar geworden van een boerenwoning aan het Kerkveld, in het centrum van het dorp. Daar werden hun kinderen Jan, Gijsbert, Anthonis, Marytge en Jantgen Bosch geboren.

Dirck Jansoon Bosch werd zowat 50 jaar. Hij stierf in 1578 en werd begraven in de dorpskerk van Jutphaas, die in de 12e eeuw in Romaanse stijl was gebouwd en vlakbij het boerenhuis aan het Kerkveld stond. Al zijn vijf kinderen waren toen nog onmondig (jonger dan 25 jaar) en hun moeder nam de erfpacht over. Ze hertrouwde in 1580 met ene Claes Jansz van Blockland. Beiden echtlieden overleden omtrent 1584, Marycken Gijsbertsdochter werd ongeveer 50 jaar oud (2). Alleen haar oudste zoon Jan Bosch was meerderjarig toen ze stierf en hij volgde haar op. Hij woonde enige tijd samen met zijn jongere broers en zussen, maar van hen zijn verder geen levenstekens meer gevonden.

Zoon van Marycken en Dirck:

D01 Jan Dircksoon Bosch, de oudste zoon van Marycken Gijsbertsdochter en Dirck Jansoon Bosch werd omstreeks 1559 geboren in het Nedereind van Jutphaas. Hij trouwde rond 1590 met Beatrice Rutgersdochter, die ook Rutten werd genoemd en circa 1565 ter wereld kwam. Beatrice en haar zus bezaten een woning in Bunnik – vermoedelijk hun ouderlijk huis – welke in 1596 door Jan Bosch werd verkocht (3). Zelf woonden Beatrice en Jan aan het Kerkveld te Jutphaas in de boerenwoning die van zijn ouders was geweest. Op 10 april 1609 namen ze een hypotheek van 140 gulden (hedendaagse koopkrachtwaarde € 2000,-) op het huis (4).

Beatrice Rutten en Jan Dircksoon Bosch waren de laatsten die opgroeiden in een roomse samenleving. Omdat men de geestelijkheid verdacht van collaboratie met de Spanjaarden, verboden prins Willem van Oranje en het Hof van Utrecht op 15 augustus 1581 de uitoefening van de Rooms Katholieke eredienst in het gewest Utrecht.

Dorpsgemeenschappen die oefening in de nieuwe religie wensten, konden dat aanvragen bij de gereformeerde kerkenraad in de stad Utrecht. Maar op de bevolking van Jutphaas hoefde ze niet te rekenen, slechts een enkeling was protestant uit overtuiging. Een groot deel – ook de geestelijkheid, het dorpsbestuur en de plaatselijke adel – nam een afwachtende houding aan (5). Tot omstreeks 1600 veranderde de positie van de kerk nauwelijks en werd er in Jutphaas gewoon elk jaar carnaval gevierd.  

Vastenavond geschrift uit de 16e eeuw.
Vastenavond geschrift uit de 16e eeuw

Dit anonieme werk werd omstreeks 1550 in Jutphaas gemaakt voor de Vastenavond viering. Bij dat feest – in de tijd tussen het carnaval en de vastenperiode – ging het om de omgekeerde wereld. De nar – als personificatie van de zotheid – was aan de macht. Feestvierders die zich niet aan de voorschriften hielden, konden worden uitgesloten van gezelschap bij het dansen en drinken.

Er staan twee liedjes in het manuscript. De ene voor de maaltijd op Vastenavond, het andere voor de vastentijd. De muzieknoten van het eerste lied bestaan uit etenswaren – zoals vlees, gevogelte en dranken – die een feestelijke maaltijd vormen. De tekst heeft 11 regels, het zottengetal. Het andere lied telt 12 regels, het getal van de orde. De wijs staat uitgebeeld in muzieknoten in de vorm van broden, zoute krakelingen, vissen, mosselen, knollen en uien; het eten dat was toegestaan in de vastentijd (6).

Beatrice Rutgersdochter werd ongeveer 60 jaar en stierf voor 1627. Want op 21 april 1627 hertrouwde de circa 68 jarige Jan Dircksoon Bosch met Lijsbet Jansdochter, die ook Lijsken werd genoemd. Zij kwam uit Vreeswijk en was weduwe van Arien Siebertsoon.

Notitie van 8 maart 1629 in een kerkboek van de Sint Jacobskerk te Utrecht: ‘Om voor te stellen dat een ieder een die zijn kinderen ten H. Doop presenteert een briefje brenge van de naeme des kints, vaders, moeders, getuijgen en der plaetse der residentie’. Deze voormalige roomse kerk was een onderdeel van de staat geworden. In die hoedanigheid moest men doop- en huwelijksgegevens boekstaven in de schrijftaal van de Republiek der Nederlanden, die ‘Duytsch’ oftewel ‘Nederduytsch’ werd genoemd. En dit was een poging om de nieuwe registratie taak wat te verlichten. Maar de meeste mensen konden niet lezen en schrijven en daarom noteerden de gereformeerde dominees hier – net als overal elders – eeuwenlang in de kerkboeken wat ze meenden te horen.

Jan en Lijsken werden in de echt verbonden in de kerk op het Kerkveld in Jutphaas, welke in protestantse handen was overgegaan. Huwelijken die daar werden gesloten, hadden een wettige status. Toen ze acht jaar getrouwd waren werd Lijsbet Jansdochter dood aangetroffen midden op de Jutphaase Dijk, op 13 mei 1635 omtrent 6 uur in de namiddag. Ze had een zak met brood in haar hand, want ze was van plan geweest om de ganzen te voeren. Weduwvrouw Marrigje Jan Claasse vond haar daar. En chirurgijn Earnst van Mollenwoel stelde vast dat ze was overleden en deed daarvan verslag aan schout en schepenen van het Nedereind van Jutphaas (7).

Enige maanden nadien, op 13 januari 1636 organiseerde schout Cornelis van Ravenswaay, samen met vijf schepenen een open rechtsdag in het Nedereind van Jutphaas. Daar verkocht de circa 76 jarige weduwnaar Jan Dircksoon Bosch zijn boerenwoning. De landerijen die bij het huis hoorden, grensden aan het Kerkveld en daarop stonden een berg (voor graanopslag) en gewassen.

Op het goed rustte een hypothecaire lening. Dat soort leningen werden in die tijd ‘plechten’ genoemd en deze waren verhandelbaar. In dit geval had Jan een lening ontvangen van zijn jongste zoon Anthonis. Wellicht had hij de plecht gekocht die in 1609 door zijn ouders op het huis was genomen, of misschien had zijn vader een nieuwe lening bij hem afgesloten. Hoe het ook zij, de hypotheek die rustte op het huis en de grond aan het Kerkveld werd overgenomen door de nieuwe eigenaar. Deze betaalde de koopprijs minus het bedrag van de plecht en was verplicht om daarover hypotheekrente te gaan betalen aan Anthonis Jansz Bosch (D03). Die kon het onderpand opeisen als dat niet werd voldaan. De koopovereenkomst werd opgesteld tijdens de open rechtsdag, door schout en schepenen (8).     

De 36 jarige Anthonis Jansz Bosch was zelf ook op de open rechtsdag in Jutphaas aanwezig. Hij woonde in de baronie van IJsselstein en had twee jaar eerder zijn oudere broer Rutger verloren. Diens weduwe was inmiddels hertrouwd met hun stiefbroer Jan Ariensen, met wie Anthonis hooglopende ruzie had gekregen. Daarom daagde hij Jan voor het gerecht. Hij beschuldigde Jan ervan dat hij een obligatie van 100 gulden (koopkrachtwaarde € 1200,-) achterover had gedrukt. En toen hij probeerde het geld te innen had Jan geweld gebruikt. Anthonis overlegde het eigendomsbewijs van het waardepapier en eiste het geld met rente op. Jan bekende schuld en wilde die voldoen, maar hij wilde geen rente betalen omdat hij al enige penningen betaald meende te hebben. De rechtbank sommeerde Jan Ariensen de schuld te vereffenen en de rente te betalen (9)

Na deze gebeurtenissen werd niets meer van de 76 jarige Jan Dircksoon Bosch vernomen. Wellicht woonde hij bij zijn zoon Anthonis en stierf hij aan de Noord IJsseldijk – gelegen naast het Nedereind van Jutphaas – in de baronie van IJsselstein. 

Kleinzonen van Marycken en Dirck:

D02 Rutger Jansz Bosch – met de roepnaam Rut zoon van Beatrice Rutgersdochter en Jan Dircksoon Bosch werd om en nabij het jaar 1595 geboren in het Nedereind van Jutphaas. Rutger trouwde op 28 augustus 1625 in de gereformeerde kerk op het Kerkveld in Jutphaas met Marritjen Rutgersdochter, die ook Rutten werd genoemd. Marritjen werd omstreeks het jaar 1600  geboren en was vast een buurtgenoot van Rutger.

Het was de bedoeling dat Rutger de erfhoeve van zijn vader zou overnemen. Hij en Marritjen woonden in het boerenhuis aan het Kerkveld. Ze kregen de zonen Ruth, Rut en Jan Bosch die alle drie op jonge leeftijd stierven. En Rutger Jansz Bosch zelf werd maar 39 jaar oud en overleed omstreeks het jaar 1634. Twee jaar nadien verkocht zijn vader de boerenwoning aan het Kerkveld in Jutphaas (8).

Intussen was Rutgers weduwe Marritjen Rutgersdochter omtrent 1635 hertrouwd met Jan Ariensen. Hij was een stiefbroer van Rutger en een zoon van Arien Siebertsoon en Lijsbet Jansdochter, de tweede vrouw van Rutgers vader. Jan Ariensen en Marritjen Rutgersdochter kregen drie kinderen. Hendrik Jansen werd gedoopt in de gereformeerde kerk van Jutphaas op 3 juni 1638, Rutger Jansen op 21 maart 1641 en Merrichjen Jansdochter op 31 maart 1644.

D03 Anthonis Jansz Bosch – met de roepnaam Thonis – zoon van Beatrice Rutgersdochter en Jan Dircksoon Bosch werd rond het jaar 1600 geboren in het Nedereind van Jutphaas. Hij werd vernoemd naar zijn oom – Anthonis Dircksoon Bosch – en naar zijn oudoom Anthonis Jansoon van Bosch (10). Zijn voornaam werd in verschillende variaties van geslacht op geslacht doorgegeven, tot in de 21e eeuw. Voor zover bekend is de jongste telg met die naam een kleuter. Zie verder D1

 width=
De bloemen van de Teunisbloem gaan ‘s avonds in de schemering open en verspreiden een heerlijke geur. De volgende dag verwelken ze, maar tegen het donker gaan er weer nieuwe open. Op dezelfde wijze verschijnen er voortdurend naamgenoten van deze bloem in het geslacht Bos.