Generatie DD7.5

Jan Heynricksz Bosch (± 1534 – > 1618)

Jan Heynricksz Bosch ‘inde wandeling genaemt Boschman’ werd omstreeks 1534 geboren en was de jongste zoon van Catharina Egbertsdochter en Heynrick Mathijsz Bosch (DD7.4). Hij had drie oudere broers namelijk Mathijs, Egbert en Jan Heynricksz Bosch. Het kwam meer voor in die tijd dat twee kinderen in één gezin dezelfde naam kregen, omdat veel meer belang werd gehecht aan het vernoemen dan het apart benoemen. Kennelijk was er behalve stamvader Johan Mathijssoen eerst nog een Jan die persé vernoemd moest worden (15).

De jongste Jan gebruikte soms de toenaam ‘Boschman’ om zich van de ander te onderscheiden. De oudste Jan was bierhandelaar in Woerden en zijn broer Egbert was er kleermaker. En Mathijs volgde zijn vader op in het bedrijf in de Kleine Houdijk.

De Gedachtenistafel van de Heren van Montfoort is het oudst bewaard gebleven schilderij dat in het huidige Nederland werd vervaardigd. Het hangt nu in het Rijksmuseum en werd omstreeks het jaar 1380 in opdracht van de familie Van Montfoort gemaakt voor het Maria altaar in de Sint Janskerk te Linschoten, welke aan Johannes de Doper was gewijd.

De jonge Jan Heynricksz Bosch vestigde zich ook in de grensstreek en kreeg vijf kinderen. Tegen de tijd dat de Nederlandse opstand uitbrak woonde hij in de polder Rapijnen onder Linschoten. De grens tussen het gewest Utrecht en het graafschap Holland liep dwars door dat gebied. Daar was gemakkelijk aan landerijen te komen. Door de eeuwenlange grensconflicten was het er ontvolkt en overwoog men zelfs om migranten van elders aan te trekken. Jan gebruikte land van het kapittel van Oudmunster die eigenaar van Linschoten was en de landerijen in pacht uitgaf.

Jan Heynricksz Bosch werd net zo oud als zijn voorvader en naamgenoot Johan Mathijssoen (DD7.1). In 1611, toen hij 77 jaar oud was diende een landeigenaar uit Leiden een klacht tegen hem in omdat de vitale oude heer regelmatig op diens landerijen jaagde en viste. De grondbezitter wilde dat niet meer hebben en machtigde de drossaart (rechtelijk ambtenaar) van Polsbroek om Jan Heyndricksz ‘inde wandeling genaemt Boschman, woonende te Rapijnen onder Linschooten’ daarvoor te vervolgen (16).

Handtekening onder een akte van 24 december 1618 waarin staat dat ‘getuijche Jan Heijnricksz Bosch, woonende ten Linschooten, [in de] tachtentich Jaeren oud’ was (17).
Hij zal ongeveer 84 jaar zijn geweest toen hij optrad als getuige bij het vaststellen van het erfdeel van zijn kleindochter Neeltgen Cornelisdochter, na het overlijden van zijn dochter Machtelt. Hierna kwam Jan Heynricksz Bosch niet meer in aktes voor. Zijn oudste zoon Heijndrick Jansz Bosch woonde in het nabij gelegen buurtschap Lange Linschoten,

DD7.5 Kinderen van Jan Heynrickzs Bosch (18).

De oudste kleinzoon van Jan Heynricksz Bosch, Jan Heijndricksz Bos (DD7.6) vestigde zich in Bodegraven.