Generatie DD7.5

                   Jan Heynricksz Bosch (± 1534 – 1621) ~ N.N. Gijsbertsdochter (± 1535 – < 1575) ~ Neeltje Jansdochter (± 1550 – > 1621)

Jan Heynricksz Bosch ‘inde wandeling genaemt Boschman’ werd omstreeks 1534 geboren en was de jongste zoon van Catharina Egbertsdochter en Heynrick Mathijsz Bosch (DD7.4). Hij had drie oudere broers namelijk Mathijs, Egbert en Jan Heynricksz Bosch. Het kwam meer voor in die tijd dat twee kinderen in één gezin dezelfde naam kregen, omdat veel meer belang werd gehecht aan het vernoemen dan het apart benoemen. Kennelijk was er behalve stamvader Johan Mathijssoen eerst nog een Jan die persé vernoemd moest worden (15).

De jongste Jan gebruikte soms de toenaam ‘Boschman’ om zich van de ander te onderscheiden. De oudste Jan Heynricksz Bosch was bierhandelaar in Woerden en zijn broer Egbert Heynricksz Bosch was er kleermaker. En Mathijs Heynricksz Bosch volgde zijn vader op in het bedrijf in de Kleine Houdijk.

De Gedachtenistafel van de Heren van Montfoort is het oudst bewaard gebleven schilderij dat in het huidige Nederland werd vervaardigd. Het hangt nu in het Rijksmuseum en werd omstreeks het jaar 1380 in opdracht van de familie Van Montfoort gemaakt voor het Maria altaar in de Sint Janskerk te Linschoten, welke aan Johannes de Doper was gewijd.

De jonge Jan Heynricksz Bosch vestigde zich ook in de grensstreek. Tegen de tijd dat de Nederlandse opstand uitbrak woonde hij in de polder Rapijnen onder Linschoten. De grens tussen het gewest Utrecht en het graafschap Holland liep dwars door dat gebied. Daar was gemakkelijk aan landerijen te komen. Door de eeuwenlange grensconflicten was het er ontvolkt en overwoog men zelfs om migranten van elders aan te trekken.

Jan Heynricksz Bosch huwde tweemaal en kreeg vijf kinderen. Hij trouwde omstreeks 1559 met een onbekende vrouw, wiens vader Gijsbert zal hebben geheten. Jan en N.N. Gijsbertsdochter kregen drie zonen en één van hen had de naam Gijsbert. Hij werd naar haar vader vernoemd, want die naam kwam niet voor in Jan’s familie. Omtrent 1575 hertrouwde Jan met Neeltje Jansdochter uit Linschoten. Met haar kreeg hij een dochter en een zoon. 

Jan gebruikte grond van het kapittel van Oudmunster die eigenaar van Linschoten was en de landerijen in pacht uitgaf. Zijn schoonzus Jannetje Cornelis Frankenzdochter kreeg in 1588 acht morgen land behorend tot het Huis van Heulestein – gelegen in het buurtschap Cattenbroek (naast de polder Rapijnen) – in leen. In 1596 werd zeven morgen daarvan overgedragen aan Jan Heynricksz Bosch, door Jannetjes man en Jan’s zwager (de broer van zijn 2e vrouw Neeltje Jansdochter) Gijsbert Jansz (54).

Jan Heynricksz Bosch werd net zo oud als zijn voorvader en naamgenoot Johan Mathijssoen (DD7.1). In 1611, toen hij 77 jaar oud was diende een landeigenaar uit Leiden een klacht tegen hem in omdat de vitale oude heer regelmatig op diens landerijen jaagde en viste. De grondbezitter wilde dat niet meer hebben en machtigde de drossaart (rechtelijk ambtenaar) van Polsbroek om Jan Heyndricksz ‘inde wandeling genaemt Boschman, woonende te Rapijnen onder Linschooten’ daarvoor te vervolgen (16).

Handtekening onder een akte van 24 december 1618 waarin staat dat ‘getuijche Jan Heijnricksz Bosch, woonende ten Linschooten, [in de] tachtentich Jaeren oud’ was (17).
Op ongeveer 84 jarige leeftijd was Jan Heynricksz Bosch getuige bij het vaststellen van het erfdeel van zijn kleindochter Neeltgen Cornelisdochter, na het overlijden van zijn dochter Machtelt. Zelf leefde hij nog drie jaar en stierf in 1621 om en nabij 87 jaar oud.

Zijn oudste zoon Heijndrick Jansz Bosch woonde in een nabij gelegen buurtschap dat was gelegen aan het riviertje de Lange Linschoten.

DD7.5 Kinderen van Jan Heynrickzs Bosch (18).

De familie Bosch in Linschoten was geen aanhanger van de reformatie en bleef rooms. Het familiebedrijf in de polder Rapijnen werd voortgezet door Willem Mathijssen Bos. Hij werd circa 1607 geboren en huwde in 1632 voor schout en schepenen van Linschoten met Geertje Jaspersdochter. Zij stierf omstreeks 1660. In 1661 liet Willem een kind dopen met Neeltje Jansdochter in de katholieke schuilkerk te Montfoort. Hij trouwde met haar voor het gerecht van Linschoten in 1664.

Handtekening onder een verkoopakte van 3 augustus 1662 van schepen van Linschoten Willem Mathijssen Bos, die als voogd van minderjarige dorpsgenoten bij de transactie betrokken was (55).

Een dochter van Willem Mathijssen en Geertje Jaspersdochter, Annigje Willemsdochter Bos ook genoemd Anna huwde in 1686 voor het gerecht in Montfoort met weduwnaar Jan Cornelisz Verhoef. Hij en zijn nageslacht werden ‘van Blockland’ genoemd omdat ze in dat buurtschap woonden. Jan Cornelisz van Blockland, ook geschreven als Blocklant en zijn erfgenamen – de kinderen van hem en Annigje Willemsdochter Bos – betaalden tot 1720 steeds voor 15 jaar de kosten van graf nummer 52 in de Sint Janskerk te Linschoten, welke daar was gekocht door hun (over)grootvader Mathijs Jansz Bosch (56).

De oudste zoon van zijn halfbroer Heijndrick Jansz Bosch, Jan Heijndricksz Bos (DD7.6) vestigde zich in Bodegraven.