Generatie DD7.4

Heynrick Mathijsz Bosch (± 1495 – 1556) & Catharina Egbertsdochter (± 1500 – 1559)

Kasteel Woerden, gebouwd tussen 1407 en ‘15 als onderdeel van de verdedigingslinie van Holland tegen het Sticht. Kopergravure, Joan Blaeu 1649.

Heynrick Mathijsz Bosch, ook genoemd Heynrick Boschenz werd omstreeks 1495 geboren als zoon van Mathijs Heynrick Bosschenzoen. Hij werd vernoemd naar zijn grootvader van vaderszijde Henric Mathijsz van den Bossche (DD7.3).

Heynrick had twee broers namelijk Jan Mathijsz Bosch die iets ouders was en Dirk Mathijsz Bosch de jongste van de drie. Jan was eigenaar van een huis in Geestdorp onder Woerden en pachtte daaromheen ruim vijf morgen land. Dirk bezat een huis in Woerden en had in Geestdorp 2 ½ morgen land met een huis erop in eigendom. Zijn grond grensde aan land dat zijn grootouders Margriet Segersdochter en Henrick Mathijssen (DD7.3) in 1497 aan de Sint Stevensabdij uit Oudwijk hadden verkocht. En hun oudere zus Geertgen Mathijsdochter Bosch woonde ook te Woerden en was getrouwd met Herman Korstensz. Eén van hun zonen werd Mathijs Bosch Hermansz genoemd (13).

Heynrick Mathijsz Bosch zelf pachtte in 1526 de korenmolen van Woerden. Hij ontving een percentage van het graan dat boeren daar lieten malen. Dat werd van het gemalen graan afgehouden met een korenmaat (maatschep). Rond die tijd trouwde hij met Catharina Egbertsdochter, met de roepnaam Trijntgen. Zij was waarschijnlijk een dochter van Egbert Claesz, boer te Kamerik Houtdijk. Heynrick en Catharina kregen vier zonen.

In 1536 bezat Heynrick Mathijsz Bosch negen morgen land in de Kleine Houtdijk. Over drie morgen van dit land in het Stichts- Hollands grensgebied was hij erfpacht verschuldigd aan het Regulierenklooster in Utrecht, hetgeen hij in 1540 afkocht. Zijn landerijen grensden aan de Breudijk in ‘t Sticht en lagen dichtbij het land van zijn broers Jan en Dirk Mathijsz Bosch in Geestdorp. De landbouwgrond van de drie broers bevond zich in de omgeving van blokhuis de Putkuyp.

De grens tussen Holland en het Sticht, met blokhuis de Putkuyp gemarkeerd. Detail van een kaart van het Groot-Waterschap Woerden uit 1670.

In 1420 waren Utrechtenaren naar de Putkuyp gekomen en hadden er een blokhuis (burcht) gebouwd dat werd omgeven door brede sloten, met twee ophaalbruggen. Eén aan de kant van de Kleine Houtdijk richting Kamerik en de ander gaf toegang tot Geestdorp en Woerden.  De gebouwen stonden als het ware op een eiland. Vandaaruit werd het Hollandse land van Woerden leeggeroofd en platgebrand. Eind januari 1421 trokken heer Dirc Swedersz van Zuylen van Harmelen (1375 -1440) en zijn Utrechtse vrienden vanuit het blokhuis naar Kamerik. Ze bezetten de kerk aldaar en staken de herberg bij de Putkuyp in brand.

In 1422 probeerde de slotvoogd van kasteel Woerden, zijn heer hertog Jan van Beijeren over te halen hem 600 man af te staan om het blokhuis te veroveren. Want hoewel de Hoeken en Kabeljauwen dat jaar vrede hadden gesloten, gingen de twisten tussen de Geldersen en de met hen verbonden Utrechters tegen Holland nog door tot 1528. In die tijd werd de Putkuyp af en toe ook gebruikt als een soort conferentieoord waar geschillen tussen Holland en ‘t Sticht werden beslecht (14).

In 1516 werd Zegerum Heynrick Bosschenzoen (DD7.3) – de oom van Jan, Heynrick en Dirk Mathijsz Bosch – in de buurt van de Putkuyp gevangen genomen door een troep Utrechters en Geldersen. De paarden die hem ontnomen werden en het losgeld dat voor hem betaald moest worden, ruïneerde de familie.

Zegerum Bosschenzoen had een boerderij in Breeveld (links onderin de kaart), vlakbij de Putkuyp. In 1544 woonde zijn zoon Cornelis Zegerums Bosch er. Zijn neven Jan en Dirk Mathijsz Bosch in Geestdorp (links midden) en Heynrick Mathijsz Bosch in de Kleine Houtdijk (links boven) hadden zich ook naast de Putkuyp gevestigd toen de grensconflicten stopten. Evenals hun achterneef Mathijs Bos Jacobsz Scout (DD7.2) in Harmelen. Hij en zijn familie woonden in de Indijk, dat aan de Kleine Houtdijk grensde.

Gedurende de strijd om het voorbestaan in die gevaarlijke tijden, was het familiewapen en de sjieke toenaam van den Bossche in onbruik geraakt. Maar het leefde voort in de herinnering en de familie bleef de naam ‘Mathijs Bosch’ doorgegeven aan volgende generaties.

Heynrick Mathijsz Bosch overleed in het jaar 1556. Op 21 december 1556 nam de weduwe Trijntgen Heynrick Matthijsz Bosch een lening van 140 gulden, met het land in de Kleine Houtdijk als onderpand. Heynrick liet vier dochters en vier zonen (DD7.5) na. Op 4 februari 1560 was Catharina Egbertsdochter ook niet meer in leven en waren er nog twee van haar dochters minderjarig.