Generatie DD7.4

Heynrick Mathijsz Bosch (± 1495 – 1556) & Catharina Egbertsdochter (± 1500 – 1559)

Heynrick Mathijsz Bosch, ook genoemd Heynrick Boschenz werd omstreeks 1495 geboren als zoon van Mathijs Heynrick Bosschenzoen. Hij werd vernoemd naar zijn grootvader van vaderszijde (DD7.3). Heynrick had twee broers namelijk Jan Mathijsz Bosch die iets ouders was en Dirk Mathijsz Bosch de jongste van de drie. Jan pachtte land in Geestdorp onder Woerden en bezat er een huis. Dirk bezat daar ook land en had een huis in Woerden. En hun oudere zus Geertgen Mathijsdochter Bosch woonde ook te Woerden en was getrouwd met Herman Korstensz. Eén van hun zonen werd Mathijs Bosch Hermansz genoemd (13).

Heynrick Mathijsz Bosch zelf pachtte in 1526 de korenmolen van Woerden. Hij ontving een percentage van het graan dat boeren daar lieten malen. Dat werd van het gemalen graan afgehouden met een korenmaat (maatschep). Rond die tijd trouwde hij met Catharina Egbertsdochter, met de roepnaam Trijntgen. Zij was waarschijnlijk een dochter van Egbert Claesz, boer te Kamerik Houtdijk. Heynrick en Catharina kregen vier zonen.

De grens tussen Holland en het Sticht, met blokhuis de Putkuyp gemarkeerd. Detail van een kaart van het Grootwaterschap Woerden uit 1670.

In 1536 bezat Heynrick Mathijsz Bosch 9 morgen land in de Kleine Houtdijk (linksboven op de kaart). Over 3 morgen van dit land in het Stichts- Hollands grensgebied was hij erfpacht verschuldigd aan het Regulierenklooster in Utrecht hetgeen hij in 1540 afkocht. Zijn landerijen grensden aan de Breudijk in ‘t Sticht en lagen dichtbij het land van zijn broer Dirk in Geestdorp (links midden op de kaart). Het land van beide broers lag naast de Putkuyp.

In 1420 waren Utrechtenaren naar de Putkuyp gekomen en hadden er een blokhuis (burcht) gebouwd dat werd omgeven door brede sloten, met twee ophaalbruggen. Eén aan de kant van de Kleine Houtdijk richting Kamerik en de ander gaf toegang tot Geestdorp en Woerden.  De gebouwen stonden als het ware op een eiland. Vandaaruit werd het Hollandse land van Woerden leeggeroofd en platgebrand. Eind januari 1421 trokken heer Dirc Swedersz van Zuylen van Harmelen (1375 -1440) en zijn Utrechtse vrienden vanuit het blokhuis naar Kamerik. Ze bezetten de kerk aldaar en staken de herberg bij de Putkuyp in de brand.

In 1422 probeerde de slotvoogd van kasteel Woerden, zijn heer hertog Jan van Beijeren over te halen hem 600 man af te staan om het blokhuis te veroveren. Want hoewel de Hoeken en Kabeljauwen dat jaar vrede hadden gesloten, gingen de twisten tussen de Geldersen en de met hen verbonden Utrechters tegen Holland nog door tot 1528. In die tijd werd de Putkuyp af en toe ook gebruikt als een soort conferentieoord waar geschillen tussen Holland en ‘t Sticht werden beslecht (14).

In 1516 was de oom van Heynrick en Dirk Mathijsz Bosch, Zegerum Heynrick Bosschenzoen (DD7.3) in de buurt van de Putkuyp in gijzeling genomen. De paarden die hem ontnomen waren en het losgeld dat voor hem betaald moest worden had de familie geruineerd. Cornelis Zegerums Bosch woonde in 1544 op de boerderij van zijn vader in Breeveld (links onder op de kaart), vlakbij zijn neven Heynrick en Dirk. Het familiewapen en de sjieke toenaam van den Bossche raakte in onbruik en leefde voort in de herinnering. Maar het nageslacht van ‘Mathijs Bosch’ bleef zijn naam en toenaam doorgegeven aan volgende generaties.

Heynrick Mathijsz Bosch overleed in het jaar 1556. Op 21 december 1556 nam de weduwe Trijntgen Heynrick Matthijsz Bosch een lening van 140 gulden, met het land in de Kleine Houtdijk als onderpand. Heynrick liet vier dochters en vier zonen (DD7.5) na. Op 4 februari 1560 was Catharina Egbertsdochter ook niet meer in leven en waren er nog twee van haar dochters minderjarig.