Generatie D3

Maarten Jacobs Boerefijn ± 1650 – <1685 ~ Marretje Cornelisdochter Kemp ± 1655 – 1735 ~          Teunis Jans Bosch 1665 – 1731

De korenmolen van IJsselstein. Schilderij van Ans Wilbers, 2005.

De korenmolen van IJsselstein. Schilderij van Ans Wilbers, 2005.

Het rampjaar 1672 vormde het begin van het einde van de Gouden Eeuw der Nederlanden. Daarna volgde een periode van economische neergang. De familie Bosch had in die tijd een akkerbouwbedrijf aan de Noord IJsseldijk in de baronie IJsselstein. Het koren moesten ze in de stad IJsselstein laten malen. De korenmolen daar was eigendom van de baron van IJsselstein uit het huis van Oranje Nassau, die volgens feodaal recht ook ‘heer van de wind’ was. De landheer had de molen en het maalrecht verpacht. En de boeren uit de landstreek waren verplicht hun graanoogst tegen betaling te laten vermalen bij de pachter van de dwangmolen (1). Het gemalen graan en producten zoals kaas, boter, hennep en vlas werden naar de waag in IJsselstein gebracht. Daar stelde men het gewicht van de goederen vast, waarna het verhandeld werd. Veel agrarische producten werden verscheept – via de Hollandse IJssel – naar Amsterdam en Utrecht.

D3 Teunis Jans Bosch, zoon van Neeltje Teunisdochter de Woerden en Jan Thonisz Bosch (D2) werd geboren op de erfhoeve van de familie Bosch aan Noord IJsseldijk 41, in de baronie van IJsselstein en gedoopt in de Oude Sint Nicolaaskerk te IJsselstein op 19 maart 1665. Hij heeft zijn moeder niet gekend, ze overleed voor hij 5 jaar oud was. Zijn vader hertrouwde twee maal en tenslotte werd Merrichien Cornelisdochter zijn stiefmoeder. In 1672 – toen hij 7 jaar oud was – brak er oorlog uit en werd het gebied waar hij woonde onder water gezet door de vijand. Het bouwland van zijn vader stond twee jaar blank en de schade aan het land was enorm. Omdat het jaren duurde voor er weer iets groeide en het gepachte land iets opbracht, verarmde het gezin. Maar de boerenwoning die hun eigendom was konden ze behouden. Jan (D2.2) en Cornelia Bosch (D2.4) de broer en halfzus van Teunis, bleven daar wonen en erfden het huis.

De 20 jarige Teunis Jans Bosch huwde op 10 juli 1685 in de Oude Sint Nicolaaskerk te IJsselstein met zijn circa 30 jarige buurvrouw Marretje Cornelisdochter Kemp, ook genaamd Merrigje. Ze was weduwe en werd omstreeks 1655 geboren als enige dochter van Cornelis Jan Claessen aan de Noord IJsseldijk, die toen IJsseldijk werd genoemd.  

De familie Kemp van de IJsseldijk in de baronie IJsselstein

Marretjes vader en grootvader hebben de familienaam Kemp nooit gebruikt en werden ook niet zo genoemd. Grootvader Jan Claessen kreeg rond 1600 – mogelijk samen met ene Hermijntje – de kinderen Weerder (Weerdenaer), Cors, Cornelis, Claes en Niesje. Zijn zoon  - Cornelis Jan Claessen die leefde tussen 1605 en 1695 – was vanaf 1645 boer aan de IJsseldijk in de baronie van IJsselstein. Hij had de kinderen Dirk, Merrigje, Claes en Jan die omstreeks 1715 allemaal de achternaam ‘Kemp’ gebruikten. Waarom ze dat deden is niet duidelijk, het kan zijn dat hun moeder zo heette (2).

Boerin die tonnen uitspoelt in de Hollandse IJssel. Detail uit een 18e eeuws schilderij in de schouw van de voormalige hofstede aan Noord IJsseldijk 41 te IJsselstein (3).

Boerin die tonnen uitspoelt in de Hollandse IJssel. Detail uit een 18e eeuws schilderij in de schouw van de voormalige hofstede aan Noord IJsseldijk 41 te IJsselstein (3).

Merrigje Cornelisdochter Kemp trouwde op 18 juni 1675 met Maarten Jacobs Boerefijn in de gereformeerde kerk van Benschop gelegen in de baronie IJsselstein. Hij werd daar omstreeks 1650 geboren en pachtte sinds 22 april 1675 een hofstede, met een personeelswoning, vogelkooi, boomgaard en 22 morgen landbouwgrond aan de IJsseldijk (4). Hij huurde dit boerenbedrijf van de erven van Arend van Dorp (1598 – 1652) die intendant generaal van de prinsen van Oranje en meesterknaap van Holland was geweest. Waarschijnlijk had de heer van Dorp het bezit in leen ontvangen van de baron van IJsselstein, de prins van Oranje Nassau (5). Merrigje en Maarten vestigden zich daar en tussen 1676 en 1682 werden er drie dochters geboren, waarvan er eentje maar heel kort leefde. Enige tijd later overleed Maarten Jacobs Boerefijn, hij werd niet veel ouder dan 35 jaar. Marretje hertrouwde snel daarna met Teunis Bosch, die ook aan de IJsseldijk woonde. Mogelijkerwijs werkte hij al als boerenknecht voor Maarten Boerefijn en had hij na zijn overlijden als bouwknecht (voorman) opgetreden.

Teunis Jans Bosch en Merrigje Cornelisdochter Kemp leefden in een tijd dat het huwelijk een zakelijke aangelegenheid was. Een boerin met een kleine pachtboerderij – die jong weduwe werd – stond er slecht voor. Ze was voor een boerenzoon – die land bezat of zou erven – geen aantrekkelijke huwelijkspartner. Weduwen met kleine kinderen die hun boerderij niet meer draaiende konden houden en op moesten geven, behoorden tot de allerarmsten. Snel hertrouwen – desnoods met een knecht die zelf niets bezat – was voor hen dikwijls de beste optie. Zo kregen landbouwknechten – die van aanpakken wisten en een boerderij konden runnen – de mogelijkheid om boer te worden. En voorvader Teunis Jans Bosch heeft deze kans met beide handen aangegrepen.

Merrigje en Teunis zijn ruim vijfenveertig jaar getrouwd geweest. Eén van haar dochters overleed toen ze pas bij elkaar waren. Het andere meisje groeide op samen met haar halfbroer en halfzus die later geboren werden op de boerderij aan de IJsseldijk. Teunis Jans Bosch overleed op 66 jarige leeftijd en werd op 26 november 1731 ter aarde besteld in een familiegraf dat hij had gekocht in het koor van de Oude Sint Nicolaaskerk te IJsselstein. Marretje Cornelisdochter Kemp leefde ongeveer 80 jaren. Ze werd begraven op 8 september 1735, in het familiegraf dat Anthonis Jansz Bosch (D1) de grootvader van haar man zowat honderd jaar eerder had gekocht in het koor van de kerk in IJsselstein.

Kinderen van Marretje Cornelisdochter Kemp:

D3.1 Fijtje Maartensdochter Boerefijn, dochter van Marretje Cornelisdochter Kemp en Maarten Jacobs Boerefijn werd geboren aan de Noord IJsseldijk in de baronie IJsselstein en gedoopt in de Oude Sint Nicolaaskerk te IJsselstein op 3 december 1676. Zij overleed op jonge leeftijd.

D3.2 Neeltie Maartensdochter Boerefijn, dochter van Marretje Cornelisdochter Kemp en Maarten Jacobs Boerefijn werd geboren aan de Noord IJsseldijk in de baronie IJsselstein en gedoopt in de Oude Sint Nicolaaskerk te IJsselstein op 11 augustus 1678. Neeltie trouwde niet en overleed op 35 jarige leeftijd. Zij werd begraven in het koor van de Oude Sint Nicolaaskerk te IJsselstein op 5 mei 1716. Het familiegraf waarin Neeltje ter aarde werd besteld, was een paar dagen eerder – op 30 april 1716 – gekocht door haar stiefvader Teunis Jans Bosch.

D3.3 Martijntje Maartensdochter Boerefijn, dochter van Marretje Cornelisdochter Kemp en Maarten Jacobs Boerefijn werd geboren aan de Noord IJsseldijk in de baronie IJsselstein en gedoopt in de Oude Sint Nicolaaskerk te IJsselstein op 18 maart 1681. Doopgetuigen waren haar oom Claes Cornelisz Kemp en tante Aertje Bastiaensdochter, de vrouw van Dirk Cornelisz Kemp. Martijntje overleed op jonge leeftijd.

D3.4 Jan Teunisz Bosch, zoon van Marretje Cornelisdochter Kemp en Teunis Jans Bosch werd geboren aan de Noord IJsseldijk in de baronie IJsselstein en gedoopt in de Oude Sint Nicolaaskerk te IJsselstein op 26 september 1686. Doopgetuige was ene Stijntien Willems ook genoemd Aerts. Ze trad een maand later op als getuige bij de doop van de jongste dochter van Jans oom Claes Cornelisz Kemp en vier jaar eerder was ze aanwezig bij de doop van diens oudste zoon. Jan Teunisz Bosch groeide op aan de Noord IJsseldijk en werd eigenaar van een akkerbouwbedrijf in de Achtersloot buurt. Dat lag daar tegenover aan de andere kant van de Hollandse IJssel. Hij huwde tweemaal en kreeg zeventien kinderen, waaronder twee tweelingen. Negen van hen bereikte de volwassen leeftijd en acht trouwden. Zij vestigden zich op verschillende plekken in de Lopikerwaard. Zie verder D4

D3.5 Cornelia Teunisdochter Bosch, dochter van Marretje Cornelisdochter Kemp en Teunis Jans Bosch werd geboren aan de Noord IJsseldijk in de baronie IJsselstein en gedoopt in de Oude Sint Nicolaaskerk te IJsselstein op 15 januari 1690. Ze trouwde daar op 25 jarige leeftijd op 24 augustus 1715 met de 38 jarige weduwnaar Johannes Andriesz van Reijnesteijn. Hij had een akkerbouwbedrijf in de baronie IJsselstein en was gehuwd geweest met Lijsbeth Cornelisdochter Spijk, die vier maanden eerder op 30 jarige leeftijd was overleden. Ze hadden zes kinderen gekregen en toen hij hertrouwde met Cornelia Bosch leefde alleen de 8 jarige Maria nog.

Gezicht op het dorp Jaarsveld, aan de Lek. Gekleurde kopergravure van Abraham Rademaker. Uitgegeven door Willem Barents, boekverkoper te Amsterdam in 1725.

Gezicht op het dorp Jaarsveld, aan de Lek. Gekleurde kopergravure van Abraham Rademaker. Uitgegeven door Willem Barents, boekverkoper te Amsterdam in 1725.

Johannes Andriesz van Reijnesteijn werd geboren in de polder Batuwe die net als de baronie IJsselstein in de Lopikerwaard lag, tussen Jaarsveld en Lopikerkapel. Het gebied viel bestuurlijk onder Jaarsveld, maar hij kon niet in de dorpskerk gedoopt worden. De kerk was in het oorlogsjaar 1672 in brand gestoken door de Fransen. En het overblijfsel liep zware waterschade op toen de vijand de Lekdijk doorstak, waardoor de streek twee jaar lang onder water kwam te staan. De ruïne was nog niet gerestaureerd. Zodoende waren Johannes ouders Willempje Jansdochter Ottelander en Andries Gerritsz van Reijnesteijn aangesloten bij de dichtbij gelegen gereformeerde kerk in Lopikerkapel en daar lieten ze hun zoon op 11 februari 1677 dopen.

Toen Johannes en Cornelia twee jaar getrouwd waren, verhuisden ze naar de boerderij waar Johannes geboren werd. Hij volgde zijn vader op die in de polder Batuwe een akkerbouwbedrijf bezat dat grensde aan de baronie van IJsselstein (6). Johannes van Reijnesteijn en Cornelia Bosch kregen acht kinderen. Er was al een kind geboren in de baronie van IJsselstein die maar een paar maanden oud werd. En in de Batuwe polder werden nog zeven kinderen geboren, waarvan er vijf jong overleden. Alleen Marrigje en Willemijntje groeiden op, samen met hun halfzus Maria Jansdochter van Reijnesteijn en ze huwden alle drie.

Johannes Andriesz van Reijnesteijn werd ongeveer 50 jaar oud en overleed omstreeks 1729. Zijn weduwe Cornelia Teunisdochter Bosch hertrouwde op 42 jarige leeftijd op 22 juni 1732 in de gereformeerde kerk te Lopikerkapel met de 32 jarige Pieter Cornelisz Beijeman, ook geschreven als Beijman en Bijman. Hij werd geboren in de Alblasserwaard als zoon van Anna Ariensdochter en Cornelis Thijsz Beijeman en 1 februari 1700 gedoopt in de gereformeerde kerk van Lexmond. Ongetwijfeld had Cornelia hem na het overlijden van haar vorige man aangesteld als bouwknecht (voorman) op haar bedrijf. In ieder geval woonde hij daar al toen ze trouwden en nam Pieter de bedrijfsleiding van het akkerbouwbedrijf in de polder Batuwe op zich. Twee jaar later kwam Teunis Pietersz Beijman daar ter wereld, hij leefde maar 15 jaar.

Ruim een jaar na de geboorte van haar zoon – op 26 november 1735 – kocht Cornelia Bosch zes morgen (7) bouwland en een huisje genaamd de ‘Blauwe Looij’ in de nabij gelegen Looijpolder in het zuiden van de baronie IJsselstein. Het land strekte zich uit van de slootkant aan de Lekdijk tot het riviertje de Enge IJssel en grensde daar aan landerijen van de baron van IJsselstein. Die bezat in dat gebied hofstede Looij ter hoogte van het hedendaagse adres Lagedijk Zuid 23/25 te IJsselstein. En aan de andere kant van het water kocht Cornelia land en een kleine boerenwoning. In eerste instantie had haar echtgenoot de koop gesloten en het op zijn naam laten zetten. Maar dat was niet de bedoeling. Een maand later liet Pieter Beijeman vastleggen dat hij te voorbarig had gehandeld, omdat niet hij maar zijn vrouw de bezittingen had gekocht en die uit eigen middelen betaalde (8).

Cornelia en Pieter waren net als de familie van Reijnesteijn verbonden aan de gereformeerde kerk in het dorp Lopikerkapel. Tussen 1738 en 1764 vervulde Pieter Beijeman er de functie van weesmeester. Tevens was hij van 1734 tot 1754 schepen (wethouder) in het dorpsbestuur van Jaarsveld en van 1744 tot 1752 werkte hij als buurmeester, net als veertig jaar eerder Arie Ernst van Oostrum de voorvader van Annigje Kortleven (B6). Een buurmeester of borgermeester was belast met het geldelijk beheer. Hij verdeelde de opgelegde belastingen over de bevolking en inde die. Hij moest daarvan een kasboek bijhouden en jaarlijks rekenschap aan het dorpsbestuur afleggen. Een borgermeester behoorde in de regel tot de meest draagkrachtigen, omdat hij het risico liep schulden uit eigen zak te moeten betalen. Hij stond als het ware ‘borg’ voor de dorpsfinanciën.  

Cornelia Teunisdochter Bosch overleed op 70 jarige leeftijd in de polder Batuwe bij Jaarsveld op 15 juni 1760. Haar weduwnaar Pieter Cornelisz Beijeman overleed daar 17 jaar later op 27 juni 1777, hij werd 77 jaar oud. Hij was een jaar na het overlijden van Cornelia hertrouwd op 61 jarige leeftijd met de 26 jarige Willempje Dirksdochter Mastboom uit Jaarsveld. Ze kregen twee zonen en twee dochters die daar opgroeiden en op 3 juli 1777 bij zijn begrafenis in de gereformeerde kerk te Lopikerkapel aanwezig waren.