Generatie DD7.2

Mathijs Janssoen van den Bossche (± 1395 – > 1461)

Het land van Woerden (midden) met Kamerik op de voorgrond. Rijksmuseum, schilderij van Coenraet Decker (1650 – 1685) naar een situatie uit 1575.

Mathijs Janssoen van den Bossche, ook genoemd Mathijs van Bosch Janssoen, Bossche Janssoen en Bosch Jansz werd om en nabij het jaar 1395 geboren als zoon van Geertruut van den Bossche Gherytsdochter en Johan Mathijssoen van den Bossche (DD7.1). Mathijs Janssoen en zijn gezin woonden in een huis met erf bij de Kromwijkerpoort, in de Hoflanden buiten de vesting Woerden. Dit gebied lag tussen de Rijn en de hedendaagse Boerendijk en Waardsedijk. Het was in leen uitgegeven aan Arend van Honthorst en zijn nageslacht. En Bosch Jansz betaalde de leenheer Honthorstpacht (erfpacht).

Ook exploiteerde Mathijs landerijen in Kamerik Mijzijde. Hij was – behalve erfpachter van 28 morgen land – ook grondeigenaar. In dat gebied stond 76 morgen landbouwgrond op naam van Bosch Jansz. Hij betaalde daarvoor belasting tot na 1461. Tevens gebruikte hij het familiewapen om oorkonden te bezegelen.

Zegel van Mathijs Janssoen van den Bossche uit 1439 (6).

Onder een akte van een onroerend goed transactie in Kamerik Mijzijde uit 1437 hangt het oudst gevonden zegel van Mathijs Janssoen. Dit zegel is beschadigd, evenals het stempelmerk onder een oorkonde uit 1438 voor de vervangend schout en landgenoten van Kamerik Houtdijk, waarin hij ‘Bossche Jansz’ werd genoemd.

Bovenstaand zegel hangt onder een document uit 1439 waar hij als ‘Mathijs Janssoen van den Bossche’ zegelde voor de schout van Kamerik Mijzijde. In de bovenste driehoek van het schuinkruis in zijn wapen werd een op de rug liggende maansikkel (moeder symbool) als bijteken aangebracht. Hetgeen erop duidt dat hij het van zijn moeder erfde. In het randschrift van het zegel staat: S.MATHYS JANSSOEN VAN DEN BOSCH.

Mathijs Janssoen van den Bossche had twee zonen (DD7.3).