Generatie 2

               Cornelis Willemsen With 1630 – 1708 &  Claas Willemsen With 1637 – <1699

Deze generatie die opgroeide in Diemerbroek bij Oudewater, verhuisde circa 1675 naar Harmelen. Drie jaar eerder, in 1672 was er oorlog uitgebroken en trok een Franse legermacht de Republiek der Nederlanden binnen. De vijandelijke troepen zwierven moordend en plunderend over het platteland van Harmelen. Toen de Fransen vertrokken waren, legde de ambachtsheer van Harmelen Balthazar van Baexen (± 1630 – 1699) een verklaring af over de oorlogsschade:

Opgesteld in 1675 en overgenomen uit Utrechtse Parentelen deel 4, bladzijde 225. Parenteel van Rijn, Denis Verhoef.

Ook ‘t Huis tot Hermelen – het kasteel van de ambachtsheer zelf – en de kerk waren geplunderd en in brand gestoken. Zodoende zijn de meeste bevolkingsgegevens die daar opgeslagen lagen, verloren gegaan. Pas na 1675 werd de kerkadministratie hervat. 

Maar ‘de één z’n dood is de ander z’n brood’. Cornelis Willemsen (1.1), Claas Willemsen (1.4) en Gijsbert Willemsen (1.5) profiteerden van deze miserabele situatie en pachtten in Harmelen verlaten, geruïneerde boerderijen, die ze weer opbouwden. Claas leende hiervoor 2500 gulden, wat hij in 1678 afloste met zijn erfdeel (1).

De grond in Harmelen  was minder drassig dan in Diemerbroek. De familie verbouwde en verhandelde er behalve hennep ook andere landbouwproducten. Ze hadden hooiland en weiland met kalveren, pinken, vaarzen en zwarte en roodbonte koeien.

Prent van het kasteel in Harmelen, getekend door een onbekende kunstenaar omstreeks 1760. Dit kasteel werd in het rampjaar 1672 geruïneerd en daarna gerestaureerd door Ludolf de With, de eerste niet adelijke landheer van Harmelen. De gebroeders Willemsen (zonen van Martgen en Willem Claeszen) zaten samen met hem in het dorpsbestuur en gaan dezelfde achternaam dragen. Hun nageslacht woonde eeuwenlang in de buurt van kasteel Harmelen
Prent van het kasteel in Harmelen, getekend door een onbekende kunstenaar omstreeks 1760. Dit kasteel werd in het rampjaar 1672 geruïneerd en daarna gerestaureerd door Ludolf de With, de eerste niet adelijke landheer van Harmelen. De gebroeders Willemsen zaten samen met hem in het dorpsbestuur en gingen dezelfde achternaam dragen. Hun nageslacht woonde eeuwenlang in de buurt van het kasteel

Vanaf 1685 waren Cornelis en Claas Willemsen jarenlang schepen (wethouder) van Harmelen, niet gezamenlijk maar om en om. Schepenen, heemraden en kerkmeesters werden in dorpen uit boerenkring gerekruteerd. Door hun economische gebondenheid aan de grond had de boerenstand er belang bij om aan het plaatselijk bestuur deel te nemen. Invloedrijke families zorgden ervoor dat de benoemingen binnen hun groep bleven.

In deze hoedanigheid hebben de gebroeders Willemsen samengewerkt met Ludolf de With (± 1630 – < 1718), die als ambachtsheer van Harmelen de schepenen benoemde. Hij was procureur van het gerechtshof in Utrecht en kocht in 1681 het geruïneerde kasteel Harmelen en alle landerijen die daarbij hoorden van Balthazar van Baexen. Daarmee werd hij de eerste niet adellijke eigenaar van Ridderhofstad Harmelen. In dezelfde periode gingen de gebroeders Willemsen officieel de achternaam With gebruiken. Wellicht gebeurde dit onder invloed van de nieuwe ambachtsheer.

Als hoogste gezagdrager van ambachtsheerlijkheid Harmelen woonde Ludolf de With regelmatige vergaderingen van het dorpsbestuur (de schepenbank) bij. Die had behalve een bestuurlijke functie ook de taak om recht te spreken in het dorp. Ze waren bevoegd om bepaalde misdrijven tot een zekere kapitaalwaarde te berechten en uitspraak te doen in civiele geschillen. Ook criminele zaken behoorden tot hun bevoegdheid, met uitzondering van die waarvoor lijfstraffen golden.

De schepenbank formuleerden een vonnis onder leiding van de schout (de voorzitter). Als de schout afwezig was, werd deze vervangen door de oudste schepen. Cornelis Willemsen With was nog in 1692 op 62-jarige leeftijd lid van de schepenbank van Harmelen en het is aannemelijk dat hij heeft opgetreden als vervangend schout (2).

Boerenbruiloft. Jan Steen, 1662
Boerenbruiloft. Jan Steen, 1662

2.1. Cornelis Willemsen With werd gedoopt in de Michaëlskerk te Oudewater op 23 maart 1630. Hij was een zoon van Willem Claeszen en Martgen Cornelisdochter (1). Cornelis trouwde daar op 19 januari 1659 op 28-jarige leeftijd met zijn 23-jarige buurvrouw Marrichien Willemsdochter, ook genoemd Marrigje en Maritgen. Beiden waren geboren en getogen in het buurtschap Diemerbroek, dat lag in het Noordeinde van Papekop.

Trouwboek Michaëlskerk Oudewater 11 december 1631. Willem Willemsz, jongeman tot Papecop en Meinsien Lamberts, jongedame tot Hekendorp

Maritgen werd gedoopt in Oudewater op 14 april 1635 als dochter van Willem Willemsz en Meinsien Lambertsdochter, die oorspronkelijk uit Hekendorp kwam. Meinsiens vader Lambert Leendertsz was daar landbouwer en weesmeester. Hij kwam van Waarder en huwde in 1586 met Meyns Jansdochter uit Hekendorp, waar ze zich vestigden. Na haar overlijden hertrouwde hij omstreeks het jaar 1600 met Ariaentgen Willemsdochter. Hun oudste dochter Meinsien werd vernoemd naar zijn overleden eerste vrouw. Haar jongere zus Marrigje trouwde in 1635 te Oudewater met Daem Pietersz van der Lee. Zij waren de overgrootouders van Gerritje Dirksdochter van der Lee, vrouw van Maarten van den Bosch (DD7.9).

Cornelis Willemsen With zette het boerenbedrijf in Diemerbroek van zijn schoonvader Willem Willemsz voort. Op 45-jarige leeftijd vertrok hij met zijn gezin naar Harmelen. Daar pachtte hij omstreeks 1675, een hoeve in het buurtschap Reijerscop Kreuningen – ter hoogte van Groenendaal 3 – van dominee Cornelius Gontman uit Utrecht.

Ruim twintig jaar later aan het eind van het jaar 1696, nam zijn jongste zoon Jacob Cornelissen de With (3.2) de pacht van deze ‘huysinge en hofstede, groot 23 mergen’ van hem over. Cornelis, Marrigje en dochter Willemijntje keerden terug naar het boerenhuis in Diemerbroek dat hun eigendom was. Marrigje Willemsdochter stierf daar na 1700, ze werd minstens 65 jaar.

Cornelis overleefde zijn vrouw en broers en werd 78 jaar oud. Deze stamvader uit de gouden eeuw overleed aan het einde van dat tijdperk in het jaar 1708, te Diemerbroek. Hij werd begraven in de Michaëlskerk. Zijn schoonzoon Jan Jansz Verdouw (2.1.4) gaf opdracht te Oudewater op 27 oktober 1708: ‘Tot het begraven van het lijk van zijn schoonvader Cornelis Willems’.

Kinderen:

2.1.1 Leendert Cornelissen de With, zoon van Marrigje Willemsdochter en Cornelis Willemsen With werd geboren in Diemerbroek en gedoopt in Oudewater op 9 februari 1661.

Archief Woerden: Index doopboek Michaelskerk Oudewater
Doopboek Michaëlskerk Oudewater

Hij trouwde op 10 april 1692 in Harmelen met Merrichjen Jansdochter Verdouw, die ook Voordouw werd genoemd. Zij was een dochter van Neeltje Cornelisdochter en Jan Luijtsz Verdouw en een zus van Jan Jansz Verdouw (2.1.4), Jacob Jansz Verdouw (2.3.8) en Cornelis Jansz Verdouw (2.3.8) Zie verder 3.1

2.1.2 Willem Cornelissen de With, zoon van Marrigje Willemsdochter en Cornelis Willemsen With zal omtrent 1668 (3) geboren zijn in Diemerbroek, bij Oudewater. Rond z’n 7de verhuisde hij met zijn familie naar het buurtschap Reijerscop Kreuningen, in Harmelen.

Willem huwde daar op ongeveer 24-jarige leeftijd, op 11 december 1692 met de circa 22-jarige Marrigje Reijersdochter Geestdorp. Zij werd omstreeks 1670 geboren als dochter van Marrigje Hendriksdochter Moen uit Gieltjesdorp en Reijer Gijsberts Geestdorp uit Haanwijk. In 1685 – toen ze ongeveer 15 jaar oud was – stierf de moeder van Marrigje Geestdorp. Haar 47-jarige vader hertrouwde enkele maanden daarna met de circa 25-jarige Jannigje Daemsdochter van der Lee. Zij was een nicht van Willems moeder en overleed in 1690.

Willem en Marrigje vestigden zich op een boerenbedrijf in het buurtschap Haanwijk te Harmelen en kregen elf kinderen. Bij de doop van hun dochter Geertje op 2 juni 1700 trad Willems moeder Marrigje Willemsdochter op als getuige. Geertje stierf voor 1709 toen ze nog een Geertje lieten dopen. Ook zij stierf jong evenals vijf andere broertjes en zusjes. Johanna en Meijntje Willemsdochter de Wit en Reijer en Gijsbert Willemsen de Wit huwden en kregen kinderen. Het is niet bekend wanneer hun ouders zijn overleden.

2.1.3 Jacob Cornelissen de With, zoon van Marrigje Willemsdochter en Cornelis Willemsen With zal omtrent 1669 (3) geboren zijn in Diemerbroek, bij Oudewater. Hij werd vernoemd naar Jacob Willemsen (1.0) de jong overleden broer van zijn vader. Jacob trouwde 1 december 1689 te Harmelen met Machteld Roelen die omstreeks 1665 geboren werd in Stolwijk. Vanaf 1697 zetten zij het bedrijf van zijn ouders in Harmelen voort. Zie 3.2 

2.1.4 Willemijntje Cornelisdochter de With, met de roepnaam Willempje werd om en nabij 1675 geboren in Harmelen als dochter van Marrigje Willemsdochter en Cornelis Willemsen With. Ze werd vernoemd naar Willem Willemsz en Meinsien Lambertsdochter, haar grootouders van moederszijde. Willemijntje verhuisde in 1697 met haar ouders naar de boerderij in Diemerbroek, die ze van deze grootouders geërfd hadden.

Ze huwde 7 maart 1700 op ongeveer 25-jarige leeftijd te Oudewater met de 34-jarige Jan Jansz Verdouw, die ook Voordouw werd genoemd. Hij werd geboren in het buurtschap Lange Linschoten en gedoopt te Oudewater op 19 maart 1664 als zoon van Neeltje Cornelisdochter en Jan Luijtensz Verdouw. Jan Jansz Verdouw nam de leiding van het familiebedrijf in Diemerbroek over van zijn 70-jarige schoonvader Cornelis Willemsen With.

Willemijntje de With en Jan Verdouw kregen twee kinderen. Zoon Cornelis Jansz Verdouw trouwde in 1737 met Geertruij Bastiaansdochter den Uijl en zette het familiebedrijf in Diemerbroek voort. Zijn broer Jan Jansz Verdouw vestigde zich in Bodegraven. Diens dochter Willemijntje huwde in 1764 met haar achterneef Cornelis Jans de Wit (4.2.4).

Wanneer Willemijntje Cornelisdochter de With stierf is niet bekend. Haar man Jan Jansz Verdouw overleed in Diemerbroek op 56-jarige leeftijd en werd 4 februari 1721 begraven te Oudewater.


2.3 Claas Willemsen With werd geboren in het buurtschap Diemerbroek en gedoopt in Oudewater op 26 april 1637. Claas was een zoon van Willem Claeszen en Martgen Cornelisdochter (1). Hij trouwde op 22-jarige leeftijd in de stad Oudewater op 7 maart 1660 met zijn 19-jarig buurmeisje Neeltgen Willemsdochter, met de roepnaam Neeltje. Ze was een dochter van Marrichie Jacobsdochter Hollander en Willem Jacobsen uit Diemerbroek en werd gedoopt in Oudewater op 12 augustus 1640.

Archief Woerden: Index doopboek Michaelskerk Oudewater
Doopboek Michaëlskerk Oudewater

Omstreeks 1675, toen Claas en Neeltje vijftien jaar getrouwd waren, zijn ze uit Diemerbroek vertrokken en hebben zich in Harmelen gevestigd. Ze pachtten daar een boerenhofstede ter hoogte van Haanwijk 15. De boerderij was van dezelfde eigenaar als die van broer Cornelis (2.1) in Reijerscop, de landerijen grensden aan elkaar. Neeltje Willemsdochter en Claas Willemsen With zijn daar in Harmelen overleden voor 1699.

Kinderen: 

2.3.1 Willempje  Claasdochter, dochter van Neeltje Willemsdochter en Claas Willemsen With werd geboren in Diemerbroek en gedoopt in Oudewater op 13 april 1661. Ze werd vernoemd naar haar grootvader Willem Jacobsen, die een maand eerder was overleden. Willempje stierf als baby en werd begraven te Oudewater op 10 november 1662. 

2.3.2 Jannigje Claasdochter de With, dochter van Neeltje Willemsdochter en Claas Willemsen With werd geboren in Diemerbroek en gedoopt in Oudewater op 24 augustus 1663. Ze trouwde op 28-jarige leeftijd in Woerden op 2 december 1691 met de 25-jarige Elbert Woutersz van der Veer. Hij werd gedoopt in Waarder op 25 april 1666, als zoon van Trijntje Elbertsdochter Spruijt en Wouter Jansz van der Veer.

Jannigje en Elbert vestigden zich in Woerden en verhuisden na het jaar 1703 naar de polder Bekenes bij Waarder. Ze kregen minstens zes kinderen, drie overleden waarschijnlijk op jonge leeftijd. Trijntje en Neeltje Elbertsdochter van der Veer en Jacob Elbertsz van der Veer groeiden op en huwden. Het is niet bekend wanneer Jannigje Claasdochter de Wit overleed, ze werd ouder dan 40 jaar. Elbert Woutersz van der Veer werd 54 jaar oud en op 8 maart 1721 begraven in Bekenes.

2.3.3 Willem Claassen de With, zoon van Neeltje Willemsdochter en Claas Willemsen With werd geboren in Diemerbroek en gedoopt in Oudewater op 29 november 1665.

Archief Woerden: Index doopboek Michaelskerk Oudewater
Doopboek Michaëlskerk Oudewater

Hij trouwde in Harmelen met Annigje Gerritsdochter Hoogendoorn op 22 september 1700. Zie 3.3 

2.3.4 Jacob Claassen de With, zoon van Neeltje Willemsdochter en Claas Willemsen With werd geboren in het buurtschap Diemerbroek/Papekop en gedoopt in Oudewater op 7 oktober 1667.

Archief Woerden: Index doopboek Michaelskerk Oudewater
Doopboek Michaëlskerk Oudewater

Hij trouwde op 24-jarige leeftijd in Harmelen op 13 maart 1692 met de 26-jarige Ermpje Pietersdochter de Lange. Zij werd omstreeks 1665 geboren in Ruijgeweide onder Waarder als dochter van Niesje Willemsdochter en Pieter Cornelisz de Lange.

Vijf maanden na het huwelijk van Ermpje en Jacob, op 28 augustus 1692 werd hun dochter Niesje gedoopt in Harmelen. Daarna vestigden ze zich op de boerderij van haar ouders in de polder Ruijgeweide. Dit gebied lag ten oosten van het buurtschap Diemerbroek, de belangrijkste woonkern was Driebrugge. Daar kregen Ermpje en Jacob nog twee dochters die waarschijnlijk jong overleden. Niesje Jacobsdochter de Wit groeide op en huwde in 1719. Of haar ouders toen nog leefden is niet bekend. 

2.3.5 Cornelia Claasdochter, dochter van Neeltje Willemsdochter en Claas Willemsen With werd geboren in Diemerbroek op gedoopt in Oudewater op 2 november 1670. Zij overleed waarschijnlijk op jonge leeftijd.

2.3.6 Cornelis Claassen de With, zoon van Neeltje Willemsdochter en Claas Willemsen With werd geboren in het rampjaar 1672 in het buurtschap Diemerbroek/Papekop en net voor de oorlog uitbrak gedoopt te Oudewater op 9 maart 1672.

Archief Woerden: Index doopboek Michaelskerk Oudewater
Doopboek Michaëlskerk Oudewater

Hij huwde in Harmelen met Willempje Jansdochter van Liesveld op 30 april 1699. Zie 3.4

2.3.7 Dirk Claassen de With, zoon van Neeltje Willemsdochter en Claas Willemsen With werd omstreeks 1675 geboren ter hoogte van Haanwijk 15 in Harmelen. Hij trouwde daar op 6 mei 1703 met Marrigje Dirksdochter Teeuw, ook genoemd Marijtje. Ze werd omstreeks 1680 geboren in het buurtschap Diemerbroek, bij Oudewater.

Twee maanden na hun huwelijk op 29 juli 1703 werd zoon Dirk gedoopt in Harmelen. Daarna vestigden ze zich op de boerderij van Marrigjes ouders in Diemerbroek. Daar werden nog vier kinderen geboren, twee stierven er op jonge leeftijd. Neeltje Dirksdochter de Wit en haar broers Jacob en Dirk Dirksz de Wit groeiden op en huwden.

Handtekeningen van Willem Claassen de With en de kinderen van Marrigje Dirksdochter Teeuw en Dirk Claasen de With onder de boedelscheiding van zijn overleden broer en hun vader. Bodegraven, 22 september 1730
Handtekeningen van Willem Claassen de With en de kinderen van Marrigje Dirksdochter Teeuw en Dirk Claasen de With onder de boedelscheiding van zijn overleden broer en hun vader. Bodegraven, 22 september 1730

Hun vader Dirk Claassen de With overleed in 1729 te Bodegraven, hij werd ongeveer 54 jaar oud. Marrigje Dirkdochter Teeuw leefde toen al niet meer. Waar en wanneer zij stierf is niet bekend. Bij het overlijden van hun vader waren de 24-jarige Jacob en de 21-jarige Neeltje de Wit wettelijk nog minderjarig. Daarom werden hun 25- jarige broer Dirk Dirksz de Wit en hun 63-jarige oom Willem Claassen de With (2.3.3) op 7 juni 1729 aangesteld als voogden, door de weeskamer (instantie die de belangen van wezen behartigde) van Bodegraven.

Het jaar daarop – op 22 september 1730 toen Jacob wettelijk volwassen was en Neeltje ook omdat ze in de tussentijd trouwde met Jan Aartse de Groot – werd de erfenis van hun vader verdeeld. Ze hielden wat land in het district Papekop en Diemerbroek – waar ze vroeger gewoond hadden – gezamenlijk in eigendom en verkochten dat in 1739 (4).

2.3.8 Marrigje Claasdochter de With, dochter van Neeltje Willemsdochter en Claas Willemsen With werd geboren ter hoogte van Haanwijk 15 in Harmelen. Ze werd daar gedoopt op 13 mei 1680. Doopgetuige was haar tante Marrigje Willemsdochter, de vrouw van Cornelis Willemsen With (2.1). Ze werd waarschijnlijk vernoemd naar haar grootmoeder Marrichie Jacobsdochter Hollander, die pas was overleden.

Marrigje Claasdochter de With huwde op 20-jarige leeftijd in Harmelen op 17 november 1700 met de circa 25-jarige Jacob Jansz Verdouw, ook genoemd Voordouw. Jacob werd omtreeks 1675 geboren in het buurtschap Lange Linschoten als zoon van Neeltje Cornelisdochter en Jan Luijtsz Verdouw.

Marrigje de With en Jacob Verdouw hebben zich na hun huwelijk in Woerden gevestigd. Ze kregen drie dochters en drie zonen die allemaal in Woerden gedoopt werden. Hun zoon Willem Jacobsz Verdouw huwde met zijn nicht Margaretha Cornelisdochter Verdouw. Zij was een dochter van Niesje Pietersdochter Kraaijestein en Jacobs broer, Cornelis Jansz Verdouw.

Wanneer Marrigje Claasdochter de With stierf is niet bekend. Haar man Jacob Jansz Verdouw werd ongeveer 68 jaar oud en op 5 maart 1743 begraven in Oudewater.