Generatie C9

Klaas de Wit 1839 – 1873 ~ Evertje Doornenbal 1841 – 1931 ~ Eldert Bruijnes 1846 – 1928

Evertje Doornenbal

C9 Evertje Doornenbal, met de roepnaam Eefje werd geboren in de gemeente Gerverscop bij Harmelen op zondag 17 januari 1841. Ze was de oudste dochter van Pieter Doornenbal en Adriana van den Bosch (C8). Maar ze was geen erfdochter zoals haar moeder, want na haar werden er nog twaalf kinderen geboren en zeven van hen waren van het mannelijke geslacht. Haar broers Pieter (C8.8) en Jan Jansen Doornenbal (C8.12) erfden het meerderdeel van het bezit van haar ouders. Zij kreeg minder, maar was daardoor redelijk vrij om zelf een partner te kiezen (1). Ze trouwde op 21 jarige leeftijd in Kockengen op vrijdag 18 april 1862 met de 22 jarige Klaas de Wit. Hij werd geboren in Kockengen op dinsdag 9 juli 1839 en was een zoon van Jannetje Pijnse van der Aa en Gerrit de Wit (A7), die daar werkzaam was als boerenknecht. Klaas heeft zijn vader niet gekend. Gerrit de Wit huurde een boerderij toen Klaas een jaar was en stierf twee jaar later. Zijn moeder Jannetje Pijnse van der Aa hertrouwde vier jaar nadien en toen werd Jan Cazant zijn stiefvader. 

Eefje Doornenbal en Klaas de Wit werden enkele weken na hun huwelijk op 29 april 1862 ingeschreven in het bevolkingsregister van de gemeente Linschoten. Ze pachtten daar een veehouderij en zijn ruim tien jaar getrouwd geweest. Een jaar na hun huwelijk werd zoon Gerrit geboren en het jaar daarop dochter Adriana de Wit. In 1864 het jaar dat Adriana geboren werd, overleed Jannetje Pijnse van der Aa de moeder van Klaas de Wit. En aan het einde van dat jaar trad de 18 jarige Eldert Bruijnes uit Woerden als boerenknecht bij ze in dienst (2). Acht jaar later stierf Klaas de Wit op 33 jarige leeftijd op de boerderij in Linschoten. Hij overleed op vrijdag 28 februari 1873, rond een uur of elf ’s avonds.

Overlijdensakte Klaas Wit, opgesteld te Linschoten den eersten Maart 1873

Overlijdensakte Klaas Wit, opgesteld te Linschoten den eersten Maart 1873

De volgende dag werd daarvan aangifte gedaan door buurman Gijsbert Stigter. Deze veehouder uit Linschoten was een kleinzoon van Gijsbert Jans Hoogendoorn en Cornelia Jansdochter Bos (D5.1.6). Zijn zus Jannigje Stigter was getrouwd met een achterneef van Evertje Doornenbal – Gerrit van der Neut – een zoon van Jannegie de Wit (C6.7). Ook de 51 jarige timmerman Johannes Schinkel – die geboren en getogen was in Linschoten – trad op als getuige van het overlijden van voorvader Klaas de Wit.

Zijn 32 jarige weduwe Eefje Doornenbal bleef achter met drie jonge kinderen. Wat zich daar precies heeft afgespeeld zal voor altijd een raadsel blijven. Maar het ziet ernaar uit dat tijdens de begrafenis plannen werden gesmeed om met een schone lei te beginnen. Want Eefje vertrok samen met haar kinderen en de 26 jarige Eldert Bruijnes hals over kop uit Linschoten naar Woerden.

Voormalig Stadhuis Woerden, bouwjaar 1501

Voormalig Stadhuis Woerden, bouwjaar 1501

Hun gezamenlijke aankomst lieten ze op 1 mei 1873 registeren op het stadhuis van Woerden. Hij bleek in dienst te zijn genomen als bouwknecht (voorman) en vestigde zich bij ‘Doornenbal’ in Breeveld (3). Elderts ouders woonde in Woerden en zij waren op de hoogte dat daar een boerderij was vrijgekomen, die vervolgens door iemand van de familie Doornenbal werd gehuurd. Zodoende streek de 32 jarige weduwe uit Linschoten met haar gezin neer op de Charlotte Hoeve bij de Groepenbrug in de polder Breeveld, onder Woerden. En deze ‘bouwvrouw’ had een bouwknecht bij zich, die haar boerenbedrijf leidde.

Op 33 jarige leeftijd trouwde Evertje Doornenbal met hem in Woerden, op vrijdag 27 maart 1874. Eldert Bruijnes, ook genoemd Bruines was toen 27 jaar en werd geboren in Abcoude op vrijdag 4 december 1846. Hij was een zoon van Teuntje Kok en Aart Bruijnes die in Geestdorp (dat grensde aan Breeveld) te Woerden gewoond hadden. Elderts vader was werkzaam geweest als arbeider en twee maanden daarvoor overleden. Hij was een broer van Gerrigje Bruijnes de vrouw van Jan de Wit (A6.10). Zij waren niet alleen een oom en tante van Eldert, maar ook van Eefjes eerste man Klaas de Wit.

De 60 jarige vader van Evertje, Pieter Doornenbal trad op als getuige bij dit 2e huwelijk van zijn oudste dochter. Tevens trad de 42 jarige koopman Hendrik van Vliet uit Woerden op als getuige, hij was getrouwd met Maartje Bruijnes een nicht van Eldert. Haar vader Nicolaas Bruijnes was ook huwelijks getuige. Deze 60 jarige oom van Eldert was bouwboer in Vinkeveen. En tenslotte trad de 45 jarige bouwboer Hendrik Korver uit Vinkeveen op als getuige. Die werd in de trouwakte omschreven als een goede bekende van het bruidspaar. Hij was de echtgenoot van Elisabeth de Wit (A7.1) de oudste zus van Eefjes vorige echtgenoot Klaas de Wit.

Als huwelijksgift ontving het bruidspaar van haar ouders Adriana van den Bosch en Pieter Doornenbal een bedrag van 5128 gulden (hedendaagse koopkrachtwaarde ongeveer € 51.000,- ). Dit werd bij het overlijden van Pieter Doornenbal in het jaar 1900 verrekend met het erfdeel van Evertje. Het kwam uit op een negatief saldo van 200 gulden (koopkrachtwaarde € 2500,-) hetgeen zij aan de andere erfgenamen moest afgedragen (4).

Rouwkaart.

Rouwkaart

Eefje Doornenbal en Eldert Bruijnes zijn meer dan vijftig jaar getrouwd geweest en bleven altijd op de Charlotte Hoeve in de polder Breeveld te Woerden wonen. Hij stierf er op 81 jarige leeftijd op maandag 19 maart 1928. En zij overleed daar op zaterdag 16 mei 1931, ze werd 90 jaren oud.

Kinderen van Evertje Doornenbal:

In de periode dat Eefje Doornenbal kinderen kreeg was de zuigelingensterfte in het gebied waar zij woonde veel hoger dan elders in het land. Oorzaken daarvan waren – naast de slechte hygiëne waarover het besef alom ontbrak –  de malaria die in deze contreien nog steeds voorkwam, de geringe mogelijkheden die vrouwen hadden om borstvoeding te geven omdat ze in deze regio intensief aan het arbeidsproces moesten deelnemen, onvoldoende goede voeding en sterke verzilting van het oppervlakte – en grondwater door de opkomende industrialisatie (5). Zodoende baarde Evertje Doornenbal veertien kinderen, waarvan er slechts vier de volwassen leeftijd bereikten.

C9.1 Gerrit de Wit, zoon van Evertje Doornenbal en Klaas de Wit werd geboren in Linschoten op vrijdag 26 juni 1863. Hij huwde op donderdag 19 maart 1891 met Grietje van Bemmel een bloedverwant in de 6e graad. Zij was de oudste dochter van Cornelis van Bemmel en Magdalena van Bemmel (B9), een achternicht van Evertje Doornenbal. Zie B10

C9.2 Adriana de Wit, dochter van Evertje Doornenbal en Klaas de Wit werd geboren in Linschoten op donderdag 6 oktober 1864. Haar vader overleed toen ze 8 was en en al snel daarna verhuisden ze naar Woerden. Een jaar later hertrouwde haar moeder en werd Eldert Bruijnes die bij hen op de boerderij werkte, haar stiefvader. Adriana trouwde op 28 jarige leeftijd in Woerden op donderdag 20 oktober 1892 met de 39 jarige weduwnaar Gerrit Smit. Hij werd geboren op vrijdag 24 juni 1853 in Kamerik en was een zoon van Neeltje Hoogendoorn, ook geschreven als Hogendoorn en haar tweede man Cornelis Smit. Gerrits moeder stamde net als Adriana de Wit af van de familie Verdouw, de schoonfamilie van Leendert Cornelissen de With (3.1) en van de ouders van Annigje Gerritsdochter Hoogendoorn de vrouw van Willem Witte (3.3)

De echtgenoot van Adriana de Wit – Gerrit Smit – was eerder gehuwd geweest met Cornelia Raaphorst. Zij was een jaar eerder in het kraambed gestorven. Ze had elf kinderen gebaard, waarvan er vijf als baby overleden. Het gezin woonde sinds enkele jaren op een nieuw gebouwde hoeve aan het hedendaagse adres Houtdijk 11 in Kamerik. Gerrit Smit pachtte het boerenbedrijf van jonkvrouw Dorethea Melvill van Carnbée en jonkheer Willem van Teylingen van Kamerik. De oude boerderij – waar Gerrit was geboren – brandde af in 1889 en werd herbouwd door de eigenaren, die het vervolgens de naam ‘Melvill Hoeve’ gaven. Na haar huwelijk trok Adriana de Wit daar in en werd stiefmoeder van zes kinderen. Zelf kreeg ze negen kinderen waarvan er twee als baby overleden. In totaal werden elf kinderen uit haar gezin volwassen en huwden. Dat waren Adriana’s stiefkinderen Neeltje, Gerrigje, Marrigje en Hugo Cornelis Smit en haar kinderen Evertje, Klasina Adriana, Cornelis Jan, Adriana Jannigje, Gerrit, Johanna en de benjamin Nicolaas Smit die werd geboren in het jaar 1904 (6).

Het gezin van Adriana de Wit voor de hooiberg van boerderij de Melvill Hoeve aan de Houtdijk in Kamerik omstreeks 1910, ongeveer zes jaren na het overlijden van haar echtgenoot Gerrit Smit. Staand stiefzoon Hugo Smit (met paard) en haar kinderen Cornelis Jan en Evertje Smit (met dienblad). Zelf zit ze op een stoel in het midden en naast haar staan Klasina Adriana, Johanna en Adriana Jannigje Smit. En voor op de stoel zitten Gerrit en zijn kleine broertje Nicolaas Smit.

Het gezin van Adriana de Wit voor de hooiberg van de Melvill Hoeve aan de Houtdijk 11 in Kamerik omstreeks 1910, ongeveer zes jaren na het overlijden van haar echtgenoot Gerrit Smit. Staand stiefzoon Hugo Smit (met paard) en haar kinderen Cornelis Jan en Evertje Smit (met dienblad). Zelf zit ze op een stoel in het midden en naast haar staan Klasina Adriana, Johanna en Adriana Jannigje Smit. En voor op de stoel zitten Gerrit en zijn kleine broertje Nicolaas Smit.

In 1903 werd de Melvill Hoeve verkocht en op een veiling aangekocht door Gerrit Smit senior. Hij overleed daar een jaar later op zaterdag 17 december 1904, hij werd 51 jaar. Zijn dochter Marrigje was een half jaar eerder op 21 jarige leeftijd gehuwd met haar 24 jarige achterneef Dirk Smit en vestigde zich op een boerderij aan de Wagendijk in Kockengen. De andere kinderen woonden nog thuis. Adriana de Wit was 40 jaar toen ze weduwe werd. Ze bleef achter met tien kinderen, de oudste was 24 en de jongste nog geen jaar. Ze is niet hertrouwd en heeft de kinderen in haar eentje grootgebracht.

Schoolfoto van de openbare lagere school aan de Uitweg ter hoogte van de Rijnlaan in Harmelen. De foto werd vermoedelijk ergens in het voorjaar van 1910 gemaakt. Uiterst rechts op de achterste rij staat juffrouw Floortje Mingelen, iets verderop naar links staat meester Kroon en nog verder naar links staat juffrouw Jongens. Bij deze meester en juffen hebben kinderen van Adriana de Wit in de klas gezeten. Helemaal links op de 2e rij voor juffrouw Jongens zit Jaantje (Adriana Jannigje) Smit en naast haar staat Janna (Johanna) Smit. En het ventje dat voor ze op de grond zit met zijn ogen dicht is hun broertje Gert (Gerrit) Smit, toen 9 jaar oud.

Schoolfoto van de openbare lagere school aan de Uitweg ter hoogte van de Rijnlaan in Harmelen. De foto werd vermoedelijk ergens in het voorjaar van 1910 gemaakt. Uiterst rechts op de achterste rij staat juffrouw Floortje Mingelen, iets verderop naar links staat meester Kroon en nog verder naar links staat juffrouw Jongens. Bij deze meester en juffen hebben kinderen van Adriana de Wit in de klas gezeten. Helemaal links op de 2e rij voor juffrouw Jongens zit Adriana Jannigje Smit en naast haar staat Johanna Smit. En het ventje dat voor ze op de grond zit met zijn ogen dicht is hun broertje Gerrit Smit, toen 9 jaar oud.

De kinderen van Adriana de Wit gingen naar de openbare school in Harmelen. Dat was de dichtstbijzijnde school. Ze liepen erheen uit de Houtdijk in Kamerik en het kostte ze per dag gemiddeld twee keer een uur om heen en terug te lopen. Want vanaf 1 januari 1901 waren kinderen van 6 tot 12 jaar wettelijk verplicht om onderwijs te volgen. De leerplicht startte bij de aanvang van het schooljaar nadat de kinderen ten volle 6 jaar geworden waren. Voor sommige kinderen werden uitzonderingen gemaakt, zoals voor boerenkinderen tijdens de oogsttijd. Dochters mochten ook thuisblijven om voor het gezin te zorgen.

Gedurende de Franse tijd, in 1806 was de onderwijswet tot stand gekomen. Daarin stond dat het onderwijs openbaar was en zich moest richten op de ontwikkeling van alle maatschappelijke en christelijke deugden. Later begon men zich te verzetten tegen het vrijzinnig protestantse karakter van dit onderwijs. In 1834 werd in Smilde een orthodox-christelijke school opgericht. En in de zuidelijke provincies – die na de Franse tijd bij de protestantse Noordelijke Nederlanden werden gevoegd – waren de katholieken ontevreden over de protestantse signatuur van de scholen. In de loop van de 19e eeuw werden er overal bijzondere scholen opgericht en begon het gevecht om leerlingen. De openbare scholen waren in het voordeel omdat ze een tegemoetkoming van het rijk ontvingen. De bijzondere scholen moesten zichzelf bedruipen en waren genoodzaakt om schoolgeld aan ouders te vragen. In het dorp Kockengen was men bereid voor bijzonder onderwijs te betalen, daar werd al in 1893 een protestants christelijke school opgericht. De kinderen van Marrige en Dirk Smit zaten daar op school. In 1914 werden hun dochters Aagje en Cornelia er gefotografeerd en in 1923 hun zoon Gerrit Smit.

Niet overal woede de schoolstrijd even fel. In veel plattelands gemeenten in de provincie Utrecht werd door de burgemeester een hoofdonderwijzer op de openbare school aangesteld, die er dezelfde religieuze opvattingen op na hield als het dorp. In 1920 werd de wet op het lager onderwijs vastgesteld. Toen was men vrij om naar eigen inzicht scholen op te richten en die werden in financieel opzicht gelijk gesteld met de gemeente scholen. Dat zorgde ervoor dat veel openbare scholen in dorpen te klein werden om te kunnen voortbestaan, zodat daar alleen confessionele scholen overbleven (7)

Adriana de Wit overleefde haar echtgenoot Gerrit Smit ruim dertig jaar. Ze overleed op 70 jarige leeftijd op haar boerderij aan de Houtdijk 11 in Kamerik op woensdag 29 mei 1935. Zeven jaar daarvoor was haar zoon Gerrit Smit junior gehuwd met zijn nicht Grietje de Wit (B10.7.1). En in 1930 trouwde Adriana’s dochter Johanna Smit met Rijk Gerritse Verweij, wiens overgrootouders Willem Rijks Verweij en Cornelia Teunisdochter Bosch (D5.2.7) eigenaar waren van de erfhoeve van de familie Bos aan Noord IJsseldijk 41 in IJsselstein. Die dag vond er een dubbel bruiloft plaats op de Melvill Hoeve in Kamerik. Ook Johanna’s zus Adriana Jannigje Smit trouwde toen met Gerrit Versteeg, die werd vernoemd naar zijn grootvader Gerrit van der Neut (C6.7). Enige jaren nadien huwden twee nichten van hem met de andere zonen van Adriana de Wit.

C9.3 Pieter de Wit, zoon van Evertje Doornenbal en Klaas de Wit werd geboren in Linschoten op donderdag 9 november 1865. Hij leefde vijf maanden en overleed daar op donderdag 12 april 1866.

C9.4 Jannetje de Wit, dochter van Evertje Doornenbal en Klaas de Wit werd geboren in Linschoten op maandag 11 maart 1867. Zij leefde nog geen vijf maanden en overleed daar op donderdag 8 augustus 1867.

C9.5 Jannetje de Wit, dochter van Evertje Doornenbal en Klaas de Wit werd geboren in Linschoten op vrijdag 22 mei 1868. Haar vader overleed toen ze 4 was en daarna verhuisden ze naar Woerden. En een jaar later hertrouwde haar moeder en werd Eldert Bruijnes die bij hen op de boerderij werkte, haar stiefvader. Ze trouwde op 37 jarige leeftijd in Woerden op donderdag 5 april 1906 met de 39 jarige Andries Stigter uit Linschoten. Hij werd daar geboren op zondag 11 november 1866 als zoon van Aartje Verbree en haar achterneef Andries Stigter, die een kleindochter en een achterkleinzoon van Margarita Jansdochter Bosch (D5.1.2) waren. Andries Stigter senoir was een neef van Gijsbert Stigter die aangifte had gedaan van het overlijden van Jannetjes vader Klaas de Wit. Tevens was hij een kleinzoon van Antonia Cornelisdochter Pauw en Jan Jans Oskam (D4.13). Jannetje de Wit en Andries Stigter vestigden zich in Benschop. Ze kregen geen kinderen. Jannetje de Wit stierf in Benschop op woensdag 17 maart 1943, ze werd 74 jaar. En vijf maanden later overleed Andries Stigter daar op donderdag 12 augustus 1943, hij werd 76 jaar oud.

 C9.6 Pieter de Wit, zoon van Evertje Doornenbal en Klaas de Wit werd geboren in Linschoten op zondag 15 augustus 1869. Hij leefde nog geen maand en overleed daar op maandag 13 september 1869.

 C9.7 Pieternella de Wit, dochter van Evertje Doornenbal en Klaas de Wit werd geboren in Linschoten op donderdag 15 december 1870. Ze leefde twee maanden en overleed daar op dinsdag 21 februari 1871.

 C9.8 Pieter de Wit, zoon van Evertje Doornenbal en Klaas de Wit werd geboren in Linschoten op zaterdag 6 april 1872. Hij leefde nog geen vier maanden en overleed daar op donderdag 1 augustus 1872.

 C9.9 Arie Bruijnes, zoon van Evertje Doornenbal en Eldert Bruijnes werd geboren op de Charlotte Hoeve in de polder Breeveld te Woerden op donderdag 12 november 1874, ’s avonds omstreeks 7 uur. Hij trouwde op 33 jarige leeftijd in Woerden op donderdag 16 april 1908 met zijn 32 jarige nicht Maria Doornenbal die ook in Woerden woonde. Zij werd geboren op boerderij de Bas in Waarder op donderdag 10 februari 1876 en was een dochter van Aries oom Gerrit Doornenbal (C8.2) en van Maria de Wit (A7.5) een zuster van Klaas de Wit, de eerste echtgenoot van Aries moeder. Maria Doornenbal en Arie Bruijnes continueerde het boerenbedrijf van zijn ouders in Woerden en kregen vijf kinderen. Hun oudste zoon Eldert werd geboren op maandag 22 maart 1909. Hij was doofstom en kwam op 6 jarige leeftijd om het leven. De kleine Eldert verdronk op de boerderij in Woerden op woensdag 11 augustus 1915 en werd daar om een uur of acht ’s avonds in het water gevonden.

Arie en Maria hadden nog twee jongere kinderen die doofstom waren, namelijk Evertje en Arie Bruijnes. Zij gingen toen ze 6 jaar waren naar het christelijk doveninstituut Effatha. Ze woonden daar intern en werden ingeschreven in het bevolkingsregister van Dordrecht, waar het internaat gevestigd was. Evertje en Arie hebben ongeveer negen jaar les gehad op het instituut. Ze leerden eerst liplezen en gaandeweg ontstond taalbegrip en begonnen ze te spreken. Ze kregen ook handenarbeid. Evertje kon naaien, breien en huishoudelijke taken uitvoeren. En Arie leerde er een vak dat was afgestemd op de achtergrond en wensen van zijn ouders. 

Later woonde en werkte Evertje bij haar jongere zus Maria Petronella Bruijnes, die in 1948 trouwde met Johannes Lekkerkerker. Ze woonden op hofstede Vrederust, ter hoogte van Gerverscop 7 in Harmelen waar hij werd geboren. Zijn vader Nicolaas Willem Lekkerkerker was Gijsbert Bos (D9) opgevolgd. Ze waren bloedverwanten van elkaar, de man van Nicolaas oudtante Johanna Lekkerkerker was in 1858 getuige geweest bij Gijsberts eerste huwelijk. En de moeder van Johannes Lekkerkerker – Antje Maaijen – was een kleindochter van Jan Maaijen en Adriana Bos (D7.6).

Kleinzoons van Maria Doornenbal en Arie Bruijnes voor de Charlotte Hoeve in Woeren

Kleinzonen van Maria Doornenbal en Arie Bruijnes voor de Charlotte Hoeve in Woerden

De één na oudste zoon van Maria en Arie, Gerrit Bruijnes huwde ook en hij zette het boerenbedrijf van zijn ouders voort. Zijn jongere broer – de dove Arie Bruijnes junior – bleef er altijd wonen en hielp hem op de boerderij. Hun vader Arie Bruijnes overleed op de Charlotte Hoeve in Woerden op maandag 24 mei 1948, hij werd 73 jaar. Zijn weduwe Maria Doornenbal stierf daar achttien jaar later op vrijdag 22 april 1966, ze werd 90 jaar oud.

C9.10 Niesje Bruijnes, dochter van Evertje Doornenbal en Eldert Bruijnes werd geboren in Woerden op zondag 16 april 1876. Zij overleed daar op 5 jarige leeftijd op zondag 9 april 1882.

C9.11 Teuntje Bruijnes, dochter van Evertje Doornenbal en Eldert Bruijnes werd geboren in Woerden op vrijdag 13 juli 1877. Zij leefde twee maanden en overleed daar op vrijdag 21 september 1877.

 C9.12 Teuntje Bruijnes, dochter van Evertje Doornenbal en Eldert Bruijnes werd geboren in Woerden op maandag 26 mei 1879. Zij leefde een maand en overleed daar op maandag 23 juni 1879.

 C9.13 Pieter Bruijnes, zoon van Evertje Doornenbal en Eldert Bruijnes werd geboren in Woerden op vrijdag 22 juli 1881. Hij leefde twee weken en overleed daar op dinsdag 9 augustus 1881.

 C9.14 Niesje Bruijnes, dochter van Evertje Doornenbal en Eldert Bruijnes werd geboren in Woerden op dinsdag 22 juli 1884. Zij leefde nog geen drie maanden en overleed daar op woensdag 8 oktober 1884.