Generatie D6

 

Marrigje Jansdochter Bosch 1742 – 1805 & Jan Teunisz Bosch 1742 – 1799

Gezicht over de Lek op het dorp Vreeswijk. Tekening van L.P. Serrurier, omstreeks 1735.

Gezicht over de Lek op het dorp Vreeswijk. Tekening van L.P. Serrurier, omstreeks 1735.

D6 Jan Teunisz Bosch, zoon van Annigje Ariesdochter van Dijk en Teunis Jans Bosch (D5.2) werd samen met zijn tweelingbroertje Teunis Teunisz Bosch geboren op de erfhoeve aan Noord IJsseldijk 41 en gedoopt in de Oude Sint Nicolaaskerk te IJsselstein op 14 maart 1742. Doopgetuigen waren de 18 jarige nicht van hun vader Willemijntje Jansdochter van Reijnesteijn, dochter van Cornelia Teunisdochter Bosch (D3.5) en hun tante Aletta Cornelisdochter van Veen. Die laatste was de toekomstige schoonmoeder van Jan. Zijn tweelingbroer Teunis leefde maar twee weken, hij werd 28 maart 1742 begraven. En Jan trouwde op 22 jarige leeftijd in de Nicolaaskerk te IJsselstein op 17 februari 1765 met zijn 22 jarige nicht Marrigje Jansdochter Bosch, ook genoemd Mergje en Merrichie. Zij werd aan de andere kant van de Hollandse IJssel geboren ter hoogte van Achtersloot 75 als dochter van Aletta Cornelisdochter van Veen en Jan Jans Bosch (D5.1), die ook een tweelingbroertje had gehad. Marrigje was vier maanden jonger dan Jan en werd gedoopt in de Nicolaaskerk te IJsselstein op 1 augustus 1742 en net als bij de tweeling trad Willemijntje Jansdochter van Reijnesteijn op als getuige.

Marrigje en Jan Bosch vestigden zich op de nieuwe boerderij die zijn vader een paar jaar eerder had laten bouwen op het erf van Noord IJsseldijk 41. Toen ze een half jaar getrouwd waren werd daar hun oudste dochter geboren. Later werden er nog drie kinderen geboren, de jongste leefde maar heel kort. En na zijn begrafenis vertrokken de 27 jarige Marrigje en de 28 jarige Jan Bosch met de drie overgebleven kleine kinderen uit de baronie van IJsselstein. Jans jongere broers Cornelis (D5.2.6) en Teunis Teunisz Bosch (D5.2.7) installeerden zich op het boerenbedrijf dat zij verlieten.

Gezicht op landhuis de Wiers, met een landschappelijk aangelegde tuin en een theekoepel aan het water. Rechts op de achtergrond het dorp Vreeswijk. Tekening van C. de Jonker, omstreeks 1770.

Gezicht op landhuis de Wiers, met een landschappelijk aangelegde tuin en een theekoepel aan het water. Rechts op de achtergrond het dorp Vreeswijk. Tekening van C. de Jonker, omstreeks 1770.

Ze verhuisden naar Vreeswijk aan de Lek, waar zijn oom Jan Ariesz van Dijk woonde. Daar huurde Jan Teunisz Bosch op 17 maart 1770 een hofstede met twee boomgaarden en ongeveer 50 morgen (1) weidegrond en bouwland aan de Wiersdijk. De boerderij lag naast landhuis de Wiers en hij pachtte het van Arnoud van Westreenen (1724 – 1794) de eigenaar van het landgoed. Zijn vader en schoonvader – de gebroeders Teunis en Jan Jans Bosch – stelden zich garant voor de huurpenningen (2). En eind mei 1770 betrokken Jan, Marrigje en de kinderen de hoeve. Daar werden nog zes kinderen geboren, twee van hen overleden toen ze enkele maanden oud waren.

Marrigje en Jan verdienden goed geld in Vreeswijk en besloten om een boerderij in het nabij gelegen Lopik te kopen. Daartoe leenden ze op 10 februari 1787 een bedrag van 2000 gulden (koopkrachtwaarde € 18.000) van een nicht van Jans moeder, de 59 jarige Elisabeth Jansdochter van Dijk uit Werkhoven (3). Als borg traden op: De zwager van Elisabeth van Dijk, Jans oudste broer Arie Teunisz Bosch (D5.2.2.), Marrigjes vader Jan Jans Bosch (D5.1), Jans jongere broers Cornelis Teunisz Bosch (D5.2.6) en Teunis Teunisz Bosch (D5.2.7) en Marrigjes zwagers Cornelis van Dijk (D5.1.2) en Willem Middach (D5.1.8.).

Gezicht op Lopik. Tekening van Aert Schouman, 1752

Gezicht op Lopik. Tekening van Aert Schouman, 1752.

In oktober 1788 vestigden de 46 jarige Jan en Mergje Bosch zich met hun zeven kinderen op een hofstede in het Boveneind van Lopik. Dat buurtschap grensde aan het dorp Benschop in de baronie van IJsselstein. Tien jaar later overleed Jan Teunisz Bosch op zijn boerderij, hij werd 57 jaar oud. Zijn weduwe kocht een graf in het koor van de dorpskerk te Lopik en daarin werd hij begraven op 26 april 1799. In dezelfde periode werden ook de ouders van Antje Kortleven (B6) daar begraven. Ongetwijfeld hebben beide families elkaar goed gekend.

Twee jaar later maakte Marrigje Bosch haar testament op. Ze vermaakte daarin 100 gulden (koopkrachtwaarde € 700) in contant geld aan haar alleenstaande dochter Grietje (D6.1) en aan haar zorgenkind Cornelis (D6.8). Verder sprak ze de wens uit dat één van haar zonen de boerderij en de landerijen zou overnemen, voor de boedelwaarde. Ze wilde dat dit voorstel in volgorde van ouderdom aan de kinderen zou worden voorgelegd. Marrigje stelde haar zwager Willem Middach (D5.1.8) die op hofstede Rijpickerwaard woonde en neef Teunis Aries Bosch (D4.9.1) uit Achtersloot 53 in IJsselstein aan als boedelbeheerders (4).

Handtekening van Marrigje Jansdochter Bosch onder haar testament. Utrecht 7 november 1801.

Handtekening van Marrigje Jansdochter Bosch onder haar testament. Utrecht,            7 november 1801.

Marrigje Jansdochter Bosch overleed op 63 jarige leeftijd op haar hofstede in het Boveneind van Lopik en werd op 1 november 1805 in het familiegraf in de dorpskerk van Lopik begraven. Eigenlijk mocht dat niet meer. Het jaar daarvoor was Holland ingelijfd bij Frankrijk en werden kerkbegrafenissen verboden door Napoleon. Maar het gebruik was diep geworteld en in 1813 – direct na het vertrek van de Fransen – werd het opnieuw ingevoerd. Pas in 1829 maakte koning Willem I er definitief een einde aan.

Kinderen:

D6.1 Grietje Jansdochter Bosch, dochter van Marrigje Jansdochter Bosch en Jan Teunisz Bosch werd geboren op de erfhoeve aan Noord IJsseldijk 41 en gedoopt in de Oude Sint Nicolaaskerk te IJsselstein op 25 augustus 1765. Doopgetuige was haar tante Marrigje Teunisdochter Bosch (D5.2.4). Grietje werd vernoemd naar tante Grietje Teunisdochter Bosch (D5.2.3) die acht maanden voor haar geboorte was overleden. Toen ze 4 jaar was verhuisde het gezin naar Vreeswijk, waar Grietje twintig jaar woonde. Daarna kochten haar ouders een boerderij in het Boveneind van Lopik en verhuisden ze daarheen. Grietje huwde waarschijnlijk niet en werd ouder dan 40 jaar.

D6.2 Jan Jans Bosch, zoon van Marrigje Jansdochter Bosch en Jan Teunisz Bosch werd geboren op de erfhoeve aan Noord IJsseldijk 41 en gedoopt in de Oude Sint Nicolaaskerk te IJsselstein op 19 november 1766. Doopgetuige was zijn tante Cornelia Jansdochter Bosch (D5.1.5). Op zijn vierde verhuisde het gezin naar Vreeswijk, waar Jan opgroeide. Omstreeks 1788 kochten zijn ouders een boerderij in het Boveneind van Lopik en daar vestigden ze zich toen hij 22 was. Vijf jaar later huwde Jan Jans Bosch op 27 jarige leeftijd in Benschop op 30 maart 1794 met de 24 jarige Maria Andriesdochter van der Heeden. Ze werd geboren in de baronie van IJsselstein als dochter van Maria Pietersdochter de Jong en Andries Gerrits van der Heeden en gedoopt in Benschop op 18 maart 1770. Een broer van Maria’s moeder – Willem Pieters de Jong – was getrouwd met Christina Beijen, de enige zus van Jan Thomas Beijen. Christina die ook in Benschop woonde was dus Maria’s tante, maar ook die van Marrigje (D6.7) en Lijsje Beijen (D6.10).

Maria en Jan huurden een hofstede met bergen en schuren in het zuiden van Benschop, van haar ouders. Daarbij hoorde ongeveer 30 hectare land dat liep tot de landscheiding met Lopik. Na het overlijden van Maria’s moeder op 10 december 1811 erfden ze dit boerenbedrijf (5). Toen ze zes jaar getrouwd waren, kwam daar hun oudste zoon ter wereld en later werden er nog zes kinderen geboren. Jan, Maria en Pietertje Jansdochter Bosch groeiden op en huwden. Jan Jans Bosch overleed op maandag 28 november 1831 op zijn boerderij in Benschop, hij werd 65 jaar. Zijn weduwe Maria Andriesdochter van der Heeden overleed daar ruim tien jaar later op maandag 29 juli 1844, zij werd 74 jaar oud. 

D6.3 Annigje Jansdochter Bosch, dochter van Marrigje Jansdochter Bosch en Jan Teunisz Bosch werd geboren op de erfhoeve aan Noord IJsseldijk 41 en gedoopt in de Oude Sint Nicolaaskerk te IJsselstein op 3 februari 1768. Doopgetuige was haar tante Maria Teunisdochter Bosch (D5.2.8). Toen ze 3 was vestigde het gezin zich op een pacht boerderij bij landgoed de Wiers, aan de Wiersdijk in Vreeswijk en daar groeide Annigje op. En vanaf haar twinigste woonde ze in het Boveneind van Lopik, waar haar ouders een boerderij hadden gekocht. Daar leerde Annigje haar latere schoonzus Maria Andriesdochter van der Heeden (D6.2) uit het nabij gelegen Benschop kennen. Ze raakten goed bevriend en vervulden een sleutelpositie. In de voetsporen van Cornelia Teunisdochter Bosch (D3.5) en oudtante Grietje Jansdochter Bosch (D4.13) arrangeerden de dames bijna alle huwelijken in de familie.

Zelf trouwde Annigje Jansdochter Bosch op 21 jarige leeftijd in de gereformeerde kerk van Lopikerkapel op 20 december 1789 met de 29 jarige Jilles Florisz Oskam, ook genoemd Jelis en Julis. Hij werd geboren op hofstede de Ververshoef in Lopikerkapel als zoon van Cornelia Bastiaansdochter van Jaarsveld en Floris Hendriks Oskam en daar gedoopt op 16 oktober 1760. Jilles was de jongste broer van Elisabeth (D4.15) en Maria (D5.2.4) Florisdochter Oskam. Hij heeft zijn vader niet gekend want die overleed voor hij 3 jaar oud was.

Annigje en Jilles vestigden zich op boerderij de Ververshoef waar hij was geboren en die sinds zijn vaders overlijden werd gepacht door zijn moeder Cornelia van Jaarsveld (6). Later hebben zij dat boerenbedrijf bestaande uit 20 morgen bouw- en weiland en een boomgaard, gekocht. Ze kregen negen kinderen, drie overleden op jonge leeftijd en zes groeiden daar op en huwden. De oudste Cornelia Jillesdochter Oskam trouwde in 1811 met Gerrit Beijen een broer van Marrigje (D6.7) en Lijsje Beijen (D6.10). Zij vestigden zich op een boerderij aan de Zuidzijde van de Oude Rijn in Bodegraven, die ze van zijn vader huurden. De achtergrond van dit gezin en hun nageslacht staat op:

http://www.beijen.net/jant6.htm

Marrigje Jillesdochter Oskam vestigde zich in Jaarsveld. Ze trouwde in 1812 met Huijbert Willems van Oosterom. Hij was een neef van van Huijbert Ariens van Oosterom de man van Teuntje van Hemert (C6.12) en van Jannigje Cornelisdochter den Uijl, de schoondochter van Johannes Teunisz Bosch (D5.2.12). Teuntje en Aletta Jillesdochter Oskam gingen in het buurtschap Rietveld bij Woerden wonen. Teuntje Jillesdochter Oskam trouwde in 1815 met Jacobus Jacobs Oskam, wiens vader Jacobus Jacobs Oskam een achterneef van haar vader was. De jongste dochter Aletta huwde in 1831 met Cornelis Jans de Gier, die familie was van haar oudoom Hendrik Kraaijestein (D5.2.8). De zonen Floris en Jan Jillesz Oskam vestigden zich in Vleuten. Floris Oskam trouwde in 1831 met zijn buurvrouw Heijltje Teunisdochter Westerveld. En Jan Oskam trouwde in 1826 met zijn achternicht Grietje Jansdochter Oskam, een kleindochter van Grietje Jansdochter Bosch (D4.13).

Annigje Jansdochter Bosch overleed op woensdag 14 maart 1832 op boerderij de Ververshoef in Lopikerkapel, ze werd 64 jaar. Haar weduwnaar Jilles Florisz Oskam stierf daar ruim twintig jaar later op maandag 7 februari 1853, hij werd 92 jaar oud. Na zijn dood ontstond er conflict, dat uitliep op drie rechtszaken. Een artikel daarover getiteld ‘Een familieruzie tot de Hoge Raad’ is te downloaden op:

http://www.beijen.net/artik.htm

D6.4 Teunis Jans Bosch, zoon van Marrigje Jansdochter Bosch en Jan Teunisz Bosch werd geboren op de erfhoeve aan Noord IJsseldijk 41 en gedoopt in de Oude Sint Nicolaaskerk te IJsselstein op 25 maart 1770. Doopgetuige was haar tante Maria Teunisdochter Bosch (D5.2.8). Hij leefde nog geen twee maanden en werd daar begraven voordat zijn ouders naar Vreeswijk verhuisden in mei van het jaar 1770.

D6.5 Aletta Jansdochter Bosch, dochter van Marrigje Jansdochter Bosch en Jan Teunisz Bosch werd op 28 maart 1771 geboren in Vreeswijk en daar gedoopt op 31 maart 1771. Doopgetuigen waren haar grootmoeder Aletta Cornelisdochter van Veen (D5.1) en haar tante Marrigje Teunisdochter Bosch (D5.2.4). Aletta leefde nog geen drie maanden, ze overleed op 11 juni 1771. 

D6.6 Aletta Jansdochter Bosch, dochter van Marrigje Jansdochter Bosch en Jan Teunisz Bosch werd op 29 maart 1772 geboren in Vreeswijk en daar gedoopt op 5 april 1772. Doopgetuige was Aaltje Roeters, de vrouw van Dirk Bos die tuinman op landgoed de Wiers was. Aletta’s ouders pachtten daar een boerderij aan de Wiersdijk, van de eigenaar van het landhuis. Op haar 16de verhuisde Aletta naar het Boveneind van Lopik, waar haar ouders een boerderij hadden gekocht.

Registratie van de ondertrouw en het huwelijk van Aletta Bosch en Dirk de Jong. Trouwboek Lopik, 1796.

Registratie van de ondertrouw en het huwelijk van Aletta Bosch en Dirk de Jong. Trouwboek Lopik, 1796.

Acht jaar later trouwde Aletta Jansdochter Bosch op 24 jarige leeftijd in de gereformeerde kerk te Lopikerkapel op 3 april 1796 met de 34 jarige Dirk Amels de Jong. Hij werd gedoopt in Benschop op 8 november 1761 en was een zoon van Amel Pieterz de Jong en Marrigje Dirksdochter Verweij. Dirks vader was een broer van Maria Pietersdochter de Jong, de schoonmoeder van Jan Jans Bosch (D6.2). En Dirks moeder was de enige zus van Jan Dirks Verweij de echtgenoot van Machteld Claasdochter de Wit (4.1.3) en van Isaac Dirks Verweij de schoonzoon van Leendert Jans de Wit (4.2.3). Tevens was ze een nicht van Rijk-Gerritse Willems Verweij, de man van Aletta’s tante Marrigje Teunisdochter Bosch (D5.2.4)

Dirk Amels de Jong werd vernoemd naar zijn grootvader Dirk Willemsen Verweij, die in het jaar dat hij geboren werd overleed. Zijn ouders hadden toen samen met drie ooms de boedel verdeeld, die ruim 100 morgen weidegrond, hooiland en hennepvelden in Kamerik bevatte. Bij deze boedelverdeling was ook de voogd van de minderjarige Abraham Dirks Verweij aanwezig. Dat was de schoonvader van Jan Dirks Verweij, Claas de With (4.1) uit Linschoten (7).

Aletta Bosch en Dirk de Jong vestigden zich in Benschop. Dirk was zijn vader opgevolgd en bezat daar een boerenbedrijf. Ze woonden vlakbij haar broer Jan Bosch die daar twee jaar eerder was getrouwd met Dirks nicht Maria Andriesdochter van der Heeden. Aletta was meerdere malen getuige bij de doop van hun kinderen, maar zelf bleef ze kinderloos. Dirk Amels de Jong overleed zonder nakomelingen op zijn boerderij in Benschop op woensdag 13 augustus 1828, hij werd 66 jaar. Het jaar daarop hertrouwde Aletta Jansdochter Bosch op 57 jarige leeftijd in Benschop op 20 november 1829 met de 51 jarige Gijsbert Frederiks Brouwer. Hij werd geboren in de Alblasserwaard als zoon van Annigje Gijsbertsdochter van der Ham en Frederik Jans Brouwer en gedoopt in Meerkerk op 1 februari 1778.

Gijsbert was al twaalf jaar weduwnaar van Aletta’s nicht, Aletta Bosch dochter van Jan Jans Bosch (D5.1.6). Die Aletta was eerder getrouwd geweest met haar neef Cornelis van Dijk, zoon van Cornelis Jans van Dijk en Margrieta Jansdochter Bosch (D5.1.2). Haar tweede huwelijk met Gijsbert Brouwer had maar zes maanden geduurd. Toen ze overleed bleef hij achter op de boerderij in Lopik met vijf jonge kinderen uit haar eerste huwelijk. Een jaar voor Gijsbert Brouwer hertrouwde met de andere Aletta, was zijn oudste stiefdochter Jannigje Cornelisdochter van Dijk op 20 jarige leeftijd gehuwd met de 30 jarige Pieter-Roelof Jans de Gier. Hij was een broer van Cornelis Jans de Gier, schoonzoon van Annigje Jansdochter Bosch (D6.3). Jannigje en Pieter-Roelof zetten het familiebedrijf in Lopik – dat van haar ouders en grootouders was geweest – voort.

Gijsbert Brouwer vestigde zich met zijn andere stiefkinderen op de boerderij van zijn tweede vrouw in Benschop en zij werd stiefmoeder van vier kinderen van haar nicht. Dat waren de 21 jarige Janna de 14 jarige Margrieta Cornelisdochter van Dijk, de 19 jarige Cornelis en de 16 jarige Teunis Cornelisz van Dijk. Maar ook dit huwelijk was van korte duur. Want toen ze negen maanden getrouwd waren overleed Aletta Jansdochter Bosch op 59 jarige leeftijd op haar boerderij in Benschop op dinsdag 24 augustus 1830. Haar weduwnaar Gijsbert Frederiks Brouwer hertrouwde twee jaar later voor de derde keer op 54 jarige leeftijd in Benschop op 9 november 1832 met de 31 jarige Catrijntje Jansdochter van der Kwast, ook genoemd Trijntje. Ze werd geboren op 10 december 1801 in Lopik en was een dochter van Stijntje Cornelisdochter de Gier en Jan Abrahams van der Kwast. Trijntje was een achternicht van Pieter-Roelof Jans de Gier, de man van Gijsberts stiefdochter Jannigje van Dijk. Zijn jongere broer Johannes Jans de Gier was vijf maanden eerder gehuwd met Gijsberts andere stiefdochter Janna Cornelisdochter van Dijk; de overgrootouders van Antonie de Gier (zie fotogalerij). En in 1836 huwde hun zus Cornelia Jansdochter de Gier met Gijsberts stiefzoon Cornelis Cornelisz van Dijk.

Nadat Trijntje en Gijsbert een half jaar getrouwd waren, werd op donderdag 16 mei 1833 hun dochter Annigje Brouwer geboren. Haar vader Gijsbert Frederiks Brouwer werd 75 jaar, hij overleed op donderdag 7 april 1853 op de boerderij in Benschop die vroeger van Dirk Amels de Jong was geweest. Twee maanden later trouwde Annigje Brouwer op 20 jarige leeftijd in Benschop op donderdag 16 juni 1853 met de 22 jarige Willem Amels Beijen. Hij was een zoon van Jannigje Pietersdochter de Jong en haar achterneef Amel Dirks Beijen. Willems grootmoeder Barbara Amels de Jong, was een jongere zus van Dirk Amels de Jong. Zij trouwde in 1790 met Dirk Beijen, de oudste broer van Marrigje (D6.7) en Lijsje Beijen (D6.10). De historie van dit echtpaar en hun nageslacht staat op:

http://www.beijen.net/jant4.htm

Daar staat ook het verhaal van Annigje Brouwer en Willem Beijen, die de volgende eigenaren van de boerderij in Benschop werden. Haar moeder Catrijntje van der Kwast overleed daar op maandag 5 december 1870, ze werd 68 jaar oud. En een dochter van Annigje en Willem – Maria Beijen – huwde in 1896 met Jan Jansen Doornenbal (C8.12) uit Harmelen.

D6.7 Teunis Jans Bosch, zoon van Marrigje Jansdochter Bosch en Jan Teunisz Bosch werd op 9 januari 1774 geboren in Vreeswijk en daar gedoopt op 16 januari 1774. Doopgetuige was zijn tante Marrigje Teunisdochter Bosch (D5.2.4). Hij trouwde op 26 jarige leeftijd in Benschop op 9 maart 1800 met de 22 jarige Marrigje Beijen. En toen zijn moeder vijf jaar later overleed, namen zij volgens haar wens de boerderij en de landerijen in het Boveneind van Lopik over uit haar nalatenschap. Zie verder D7

D6.8 Cornelis Jans Bosch, zoon van Marrigje Jansdochter Bosch en Jan Teunisz Bosch werd op 11 juni 1779 geboren in Vreeswijk en er twee dagen later gedoopt. Getuige was Aaltje Roeters, de vrouw van Dirk Bos die tuinman op landgoed de Wiers was. Cornelis ouders pachtten daar een boerderij aan de Wiersdijk, van de eigenaar van het landhuis. Toen hij 9 jaar oud was kochten zijn ouders een akkerbouwbedrijf in het Boveneind van Lopik en verhuisden ze daarheen. Nadat zijn beide ouders daar waren overleden werd Cornelis op 28 jarige leeftijd op 12 maart 1808 onder toezicht gesteld van Willem Christiaan Middach (D5.1.8). Of dit op eigen initiatief gebeurde is twijfelachtig, maar Cornelis stelde toen formeel zijn oom aan als curator, tot hij zou trouwen met de bedoeling:

Om bij onverhoopte zwakte van ziel een wakend oog op hem te houden en al zijn geld en goederen te beheren (8).

Vervolgens huwde Cornelis op 37 jarige leeftijd in Lopik op 7 november 1816 met de 22 jarige Maagje Jacobsdochter Oskam. Ze werd op 14 juni 1794 geboren in de polder Zevenhoven te Lopikerkapel en was een dochter van Anne-Marie Johannesdochter Ebinck en Jacob Ariens Oskam. Maagjes vader was de jongste broer van Jan Ariens Oskam de man van Grietje Jansdochter Bosch (D4.13). Hij had een boerenbedrijf en was eigenaar van herberg de Prins in Zevenhoven. Daar vergaderde het bestuur van de polder Zevenhoven, waarin Jacob Oskam de functie van buurmeester en schepen vervulde.

De buurmeester-schepenen Oskam uit de polder Zevenhoven.

Zevenhoven was een kleine polder met enkele boerderijen. De rechtspraak werd gedaan door een aantal inwoners van dat rechtsgebied, die schepenen werden genoemd. Zij stonden onder leiding van een schout welke aangesteld was door de heer van Zevenhoven om in zijn naam te handelen. In Zevenhoven waren maar twee schepenen die tevens de functie van buurmeester vervulden. Ze behoorden tot de meest draagkrachtigen van het gebied, want buurmeesters of borgermeesters stonden als het ware ‘borg’ voor de dorpsfinanciën. Jacob Aries Oskam deed dat werk samen met zijn achterneef Jacobus Jacobs Oskam. Hij was de schoonvader van Teuntje Jillesdochter Oskam, een dochter van Annigje Jansdochter Bosch (D6.3)

De Franse tijd – die lag tussen het uitroepen van de Bataafse Republiek in 1795 en het vertrek van de Fransen in 1813 – ging ook in de polder Zevenhoven niet ongemerkt voorbij. De twee buurmeester-schepenen Oskam werden in 1795 – toen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden werd opgeheven – ontslagen en daarna onmiddellijk weer aangesteld door ‘het volk’. In 1796 wilde het nieuwe bestuur van het gewest dat ze een schriftelijke verklaring ondertekenden waarin stond dat ze voorstanders van de rechten van burgers waren en vijanden van het stadhouderlijk, aristocratisch éénhoofdig bestuur. Maar de twee buurmeesters uit Zevenhoven wilden daar hun handtekening niet onder zetten. Het gewestelijk bestuur accepteerde dat niet en op 12 juli 1796 werden de heren Oskam ontslagen. En nieuw benoemde ingezetenen van Zevenhoven wilden vervolgens die functie uit protest niet aanvaarden. Omdat de polder toch een bestuur nodig had, werd het beheer daarvan gecombineerd met dat van het dorp Lopikerkapel. Met behulp van inwoners van dit dorp lukte het uiteindelijk twee nieuwe buurmeester-schepenen uit Zevenhoven benoemd te krijgen. Lang hebben zij de dorpsgemeenschap echter niet bestuurd. Onder Frans bewind werden kleine gemeenten en buurtschappen samengevoegd. Zodoende kwam er in 1812 een eind aan de zelfstandigheid van de polder Zevenhoven, die werd samengevoegd met Lopikerkapel (9).

Toen Maagje Oskam in 1816 trouwde met Cornelis Bosch leefde haar vader Jacob Ariens Oskam nog. Hij werd 75 jaar en stierf op zondag 7 mei 1820 in de polder Zevenhoven die toen een onderdeel van de gemeente Lopik was. Cornelis had onder leiding van zijn oom Willem Middach een goed huwelijk gesloten. Vermoedelijk woonden en werkten Maagje en hij in haar vaders herberg de Prins in Zevenhoven. Na zijn overlijden werd de herberg verkocht (9) en een paar jaar later verhuisden Maagje en Cornelis naar het dorp Jaarsveld. Ze hadden daar waarschijnlijk een boerderij en kregen vier kinderen. Alleen Merrigje Cornelisdochter Bos bereikte de volwassen leeftijd. Ze trouwde in 1837 en zette het bedrijf van haar ouders in Jaarsveld voort. Haar vader Cornelis Jans Bosch was daar overleden op maandag 23 mei 1831, hij werd 51 jaar. Zijn weduwe Maagje Jacobsdochter Oskam hertrouwde op 40 jarige leeftijd in Jaarsveld op 23 april 1835 met de 48 jarige weduwnaar Hendrik Jans Itjeshorst. Hij was een zoon van Johanna van Dormaseijl en Jan Itjeshorst en werd in 1783 geboren in de baronie van IJsselstein. Hij had daar vermoedelijk een boerenbedrijf en was eerder gehuwd geweest met Dirkje Pietersdochter Boef uit Lopik. Dat huwelijk bleef kinderloos en Dirkje was drie jaar daarvoor overleden. Maagje Oskam verhuisde naar IJsselstein en ging bij Hendrik wonen. Ze kregen een dochter, die maar een jaar leefde. Hendrik Itjeshorst werd 78 jaar en overleed daar op 22 september 1861. Zijn weduwe Maagje Oskam overleed er tien jaar later op zondag 31 december 1871, ze werd 77 jaar oud.

D6.9 Marrigje Jansdochter Bosch, dochter van Marrigje Jansdochter Bosch en Jan Teunisz Bosch werd op 28 juli 1781 geboren in Vreeswijk en daar op 5 augustus 1781 gedoopt. Getuige was Aaltje Roeters, de vrouw van Dirk Bos die tuinman op landgoed de Wiers was. Haar ouders pachtten een boerderij van de eigenaar van het landhuis en Marrigje overleed daar voor het einde van het jaar 1781.

D6.10 Johannes Jans Bosch, zoon van Marrigje Jansdochter Bosch en Jan Teunisz Bosch werd op 13 september 1782 geboren in Vreeswijk en er twee dagen later gedoopt. Getuige was Aaltje Roeters, de vrouw van Dirk Bos die tuinman op landgoed de Wiers was. Johannes ouders pachtten daar een boerderij aan de Wiersdijk, van de eigenaar van het landhuis. Toen hij 6 jaar was kochten zijn ouders een akkerbouwbedrijf in het Boveneind van Lopik – dat grensde aan Benschop – en verhuisden ze daarheen.

Gezicht op het dorp Benschop in de baronie van IJsselstein. Tekening van G. Melder, 1737.

Gezicht op het dorp Benschop in de baronie van IJsselstein. Tekening van G. Melder, 1737.

Johannes trouwde op 26 jarige leeftijd in Benschop op 27 augustus 1809 met de 22 jarige Lijsje Beijen, ook genoemd Elisabeth. Ze werd geboren in de baronie van IJsselstein als dochter van de Jannigje Maartensdochter van den Bosch en Jan Thomas Beijen en gedoopt in Benschop op 14 januari 1787. Lijsje was de jongste zus van Marrigje Beijen (D6.7) en Gerrit Beijen, de schoonzoon van Annigje Bosch (D6.3). Hun ouders bezaten meerdere boerderijen en veel landerijen in Benschop en Bodegraven. Vader Jan Thomas Beijen was behalve boer, ook handelaar in vee en onroerend goed en vervulde verschillende functies in het polderbestuur van Benschop.

In eerste instantie woonden en werkten Lijsje en Johannes in Benschop, op een akkerbouwbedrijf van haar vader. Daar werd toen ze een half jaar getrouwd waren hun oudste zoon Jan geboren. Twee jaar later vestigden ze zich met de baby op een akkerbouwbedrijf in Hekendorp, bij Driebruggen. Hier werden nog twaalf kinderen geboren en zeven groeiden er op samen met hun oudste broer.

Op zondag 30 september 1827 overleed Lijsjes vader Jan Thomas Beijen in Benschop, waar hij 84 jaar eerder werd geboren. Uit zijn nalatenschap erfden zij en Johannes Bosch in 1828 een boerenbedrijf, bestaande uit twee naast elkaar gelegen hofsteden langs de zuidoever van de Oude Rijn, ter hoogte van de hedendaagse adres Zuidzijde 70 in Bodegraven. Vijftig jaar eerder woonden Lijsje’s oom en tante Thijs Maartens van den Bosch en Annigje Abrahamsdochter de Wit (3.3.7) daar. De geschiedenis van deze panden (genaamd boerderij E en F) en hun bewoners staat op:

http://www.beijen.net/jantk.htm

Lijsje Beijen en Johannes Bosch verhuurden dat boerenbedrijf enkele jaren. Omstreeks 1832 vestigden ze zich daar en gaven het de naam ‘Boslust’. Op zondag 9 oktober 1836 overleed Johannes Jans Bosch er, hij werd 54 jaar. Alle kinderen woonden toen nog thuis. Later zetten twee van hen  - Aletta en Willem Bos – het boerenbedrijf ter hoogte van Zuidzijde 70 in Bodegraven voort. Zij huwden waarschijnlijk niet en alle andere kinderen vestigden zich elders. De oudste zoon Jan Bos kwam in Harmelen terecht, waar Reijer Doornenbal (C8.7) huwde met zijn enige dochter Margrietje Bos. Oudste dochter Jannigje Bos trouwde met Willem van Briemen een achterkleinzoon van Christina Beijen, de enige zus van Jannigjes grootvader Jan Thomas Beijen. Dochter Johanna Bos huwde met haar neef Cornelis Beijen. Hij was een zoon van haar oom Gerrit Beijen en haar nicht Cornelia Jillesdochter Oskam (D6.3). En Annigje, Pietertje en Jan-Thomas Bos trouwden met twee zonen en een dochter van de buren Huibert van Oosterom en Teuntje van Hemert (C6.12) die op boerderij Javarust aan de Zuidzijde 117 in Bodegraven woonden.

Hun moeder Lijsje Beijen overleed op boerderij Boslust ter hoogte van Zuidzijde 70 in Bodegraven op zondag 10 juli 1853, ze werd 66 jaar oud.